DRIVR

Melkus: Sportwagens uit Oost-Duitsland


Grofri, Gurgel, Goggomobil en Troller. Je kan het zo gek niet bedenken of er is een constructeur die de naam voor automobielproductie gepatenteerd heeft. Neem bijvoorbeeld Malkotsis, de Griekse onderneming die te boek staat als belangrijkste motorenbouwer van de Helleense Republiek. Etymologen zijn het er stilzwijgend over eens dat de merknaam opgebouwd is uit ‘Mal’ (wat slecht betekent) en ‘Kotsis’ (dat geen verdere uitleg behoeft). Geen wonder dat de laatste overnemer meteen een naamsverandering aanvroeg. Iets wat het Oost-Duitse Melkus beter ook had gedaan…

Melkus’ opvallende naam verschijnt voor het eerst in de jaren ’50, op de flanken van sigarenvormige eenzitters. De door Heinz Melkus geprepareerde Formule 3’s rijven de ene Europese titel na de andere binnen en cementeren de merknaam tot een vaste waarde in het Oost-Europese racecircuit. De echte doorbraak komt er wanneer Heinz en zijn gezin aan een eigen productiewagen beginnen sleutelen, de RS1000. Al blijkt dat in het Dresden van 1969 niet evident; Melkus’ productiefaciliteiten bevinden zich immers niet in West dan wel in (het voormalige) Oost-Duitsland wat de gebruikte onderdelen beperkt tot communistische producten als die van Wartburg. Goed dat vader Heinz, moeder Johanna en zonen Ulli en Peter niet vies zijn van het type geknutsel waar zelfs Mr. T bij verbleekt.

Als basis voor de RS1000 (kort voor Rennsportwagen 1000ccm) dient de Wartburg 353 die niet alleen zijn tweetaktmotor maar ook de voorruit, ophanging, aandrijflijn, remmen en elektronica met de Zone-Ferrari deelt. Het ontwerp ontstaat binnenshuis en gebruikt een opvallende glasvezelbody met geïntegreerde rolbeugel in de voorruit en achter de bestuurder, net als het FIA Groep 4-reglement verlangt. Beschikbaar in twee vermogensuitvoeringen (standaard en race) levert de 992cc grote driecilinder respectievelijk 70 tot 115pk die de 690 kilo zware tweezitter tot maximaal 210 km/u accelereren. Vier jaar na productiebegin strandt Melkus’ droom op 101 eenheden waarvan het merendeel – zoals bedoeld – in de racerij terechtkomt. Slechts één exemplaar zou aan de overkant van het IJzeren Gordijn ingezet zijn.

Dat Melkus ook in 2006 goed boert, merk je aan de projecten die het familiebedrijf achter de hand heeft. Zo komt er niet alleen een beperkte oplage van 10 originele RS1000’s maar ook een volledig nieuw model dat het vuur aan de schenen van – opgelet – Lotus moet leggen. “Fahrspass definiert sich keineswegs über die PS-Zahl” getuigt Peter Melkus in Autobild, “es geht nicht über ein leichtes Auto – das gilt gestern wie heute. Verwacht volgende specificaties wanneer de RS2000 in 2008 het licht ziet: een aan BMW of VW ontleende viercilinder met 130 à 200 paarden, een drooggewicht van onder de 1000 kilo, Carbon-crashbox, middenmotor, achterwielaandrijving en een prijskaartje van 60 tot 70.000€ voor de straatversie. De Melkus GT doet er nog een schepje bovenop met een duidelijke circuitroeping en 250 à 290 paarden terwijl een cabrioversie niet uitgesloten is. Ambitieus.

Share Button

Leave a Reply