DRIVR

Rijtest: Mazda RX-8 HP

Vis noch vlees is een vaak gehoord verwijt dat tegenwoordig overal de kop opsteekt, in de autoindustrie niet in het minste. Niet iedereen wil vandaag zomaar toegevingen maken want voor elke oplossing is er een betere, toch? Een leven zonder duidelijk afgelijnde ‘die of dat’-vragen vervalt al gauw in een compromissoir ongeveer-, misschien- en we-zullen-wel-zien-draaikolk en da’s nu eenmaal iets waar niet iedereen mee gediend is. Diezelfde waas van je ne sais quoi viert momenteel hoogtij in m’n bovenkamer. Schuldige van dienst? Mazda’s RX-8.

Mazda RX-8

Waar de ingenieurs uit Hiroshima hun motorisch chef d’oeuvre en pièce de résistance vroeger nog in een typisch compacte sportwagen wisten te lepelen, stak anomalie de kop op. Hier staat een handige sportwagen, goed voor zowel Nürburgring als autovakantie.De focus ligt dus op de autogek – check – die graag sportief rijdt – check – die bovendien geregeld langs Ikea passeert – misschien – of op z’n minst z’n spruiten wil meenemen, om op verantwoorde wijze wat driftwerk te promoten – absoluut.

Bizar is dan ook een connotatie die gerust bij Mazda’s eigenzinnigaard kan gemaakt worden. Naast de kleerkastdeuren – toch langs Ikea geweest – onderscheiden we nog een andere vreemde eend in de bijt: het Renesis wankelvirus dat onder de motorkap logeert. 231 pk sterk, minimalistisch licht, piepklein en absoluut toerengeil. Geen op en neer bewegende zuigers, kleppen of andere reutemeteut, maar gewoon twee ronddraaiende ‘driehoekige’ rotoren. De verbrandingskamers een inhoud van nauwelijks 1.3 liter toekennen, ook nog eens scanderen genoeg te hebben aan atmosfeerdruk en het ding steevast richting circuit expediteren. Zei iemand daar bravoure?

Mazda RX-8

En terecht! Geen cijfergefoefel, maar een eersteklas rijdersmachine. Achter het stuur denk je dan ook alleen maar aan autorijden in z’n meest pure vorm. Het stuurtje ligt perfect in de hand, is communicatiever dan een doorwinterd stand-up comedian en de nagenoeg fifty-fifty gewichtsbalans in combinatie met het Torsen-sperdifferentieel doen de handling alle eer aan. Bij lage snelheden (tot honderd pakweg) profileert het geheel zichzelf een tikje te onderstuurd en moet je toch een flinke lastenwissel toepassen om het zijraampje nuttig te gebruiken. Ga je aan meer respectabele ciruitsnelheden rijden, dan is het weggedrag om duimen en vingers bij af te likken. En hoe overheerlijk gevoelig reageert het elektronische gaspedaal dan!

Mazda RX-8

De wankelmachine produceert een allesbehalve typisch motorgeluid. Een naaimachientje met een wel heel erg lange adem, want wanneer de buzzer aan negen(!)duizend toeren aangeeft dat je hersenen te traag reageren, lijkt hij zowaar om nóg meer toeren te schreeuwen. De klank gaat van vreemdzoemend bij vrijloop, over gewoontjes en opbouwend rond het alledaagse werkingsgebied tot behoorlijk luid, schel en ronduit verslavend tussen zeven- en negenduizend.

Dat laatste is helaas ook het gebied waar je de rode naald permanent dient te houden, wil je het overaanbod aan contemporaine viercilindermazoutstoven de loef afsteken. In de meer dagelijkse gebruikszone komen de 220 newtonmeters (bij 5500tpm) behoorlijk zwak voor de dag. Te zwak voor een sportauto alleszins. Gelukkig schakelt de kortgespreide zesbak goed en snel. Op de snelweg betrap je je algauw op een melange van zes-naar-vier-over-z’n-vijf en eentje in tegenovergestelde richting. En ondertussen toch maar mooi die schelle uitlaatklank genoten. Jaja, Felix (Wankel, nvdr.) himself zou trots zijn.

Mazda RX-8

De vermelde nul tot honderd in 6,4 seconden lukt dan ook alleen maar met de ideale dosis wielspin – en dan nog. Te weinig is catastrofaal voor je ego, want dan kan je bij de doorworsteling van z’n eerste een gedichtje schrijven. Te veel is dan weer hooliganesk. En het mooie bij al dat kabaal is dat hij ervan lijkt te houden, de masochist. De Renesis-krachtcentrale presteert onvermoeibaar – net als de remmen, die het geheel perfect gedoseerd vertragen en daarbij pas laat hun tandvlees kapotknauwen.

Keerzijde van de medaille – en dan arriveren we meteen bij het ultieme struikelblok – is z’n onwaarschijnlijk droge lever. Waggelend als de betere zatte nonkel wendt hij zich immers van het ene pompstation tot het andere; en geen enkele rationele rechtervoet die het euvel kan verhelpen. 202.4 liter, een verleidelijke RON95-tapinstallatie en 1346 verreden kilometers spreken boekdelen. Of voor de minder begoede rekenaar: 15 liter per honderd kilometer. Dure gebruikskosten dus.

Mazda RX-8

Tenslotte nog een woordje over het comfort en dagelijks gemak, want – eerlijk is eerlijk – dat was een van de redenen om het controversiële vierdeursconcept tot leven te roepen. De freestyle doors mogen wat mij betreft best een ticketje richting Mazda’s meer conservatieve modellen krijgen. Op voorwaarde dat je niet achter de gordel blijft hangen is het op en top handig: vanop dezelfde straatsteen zowel voor- als achterdeur bedienen, best apart.

Mazda RX-8

De achterste zitplaatsen zijn bovendien verrassend ruim, met enkel voor de hoofdruimte een opmerking. Vooraan is het net dat wat het moet zijn, al stootte ik bij het heviger bochtenwerk vaak met de linkerknie tegen de Bose-klankkast. De leuke sportzetels met wankelaccentjes garanderen een degelijke steun – niettemin jammer dat de vernieuwde kuipen niet naar benelux komen – en de kleine spiegeltjes manen de chauffeur aan om sneller te zijn dan de rest. Tot slot nog enkele kleine ergernissen: het zicht schuinachter – met dank aan de obese C-stijl – de onwaarschijnlijk irritante navigatiebediening en de bij koudstart moeilijk inschakelbare achteruit. Al zullen deze pietluttigheden de dagelijkse race van A naar B nooit vergallen.

Verdict

8 op 10

Share Button

Leave a Reply