Ken Divjak May 19, 2008
Rijtest: Renault Mégane RS 2.0 dci 175
Tekst & Foto’s: Djivy
Benchmarking? Dat staat niet in de Franse dictionnaire. Net als Alpine haalt Renaultsport zijn mosterd liever uit de racerij dan bij de concurrentie; een chauvinistische aanpak die totnogtoe parels als de Spartaanse Spider, Clio V6, Clio RS en Mégane met hetzelfde acroniem opleverde. Allemaal benzines, allemaal briljant. Maar lukt dat de specialisten uit Dieppe ook met een zelfontbrander?
In een dieseldop: bijna. En dat heeft weeral met het stuur te maken. Anno 2008 is de hydraulische servo in de meeste wagens vervangen door een elektrohydraulische setup met variabele assistentie. Dat betekent weinig weerstand bij lage snelheden (om gemakkelijk te manoeuvreren) en veel bij hoge (om rechtuitstabiliteit te garanderen). Alleen rooft zo’n elektropomp tussen tarmac en bestuurder altijd een portie stuurgevoel. Waarom ze die dan toch monteren? Omdat elektronische systemen goedkoper en zuiniger zijn dan de servopompen van weleer. En dat staat goed op de verkoopsfiche.
Standaard krijgt de diesel-RS de bekrachtiging van de benzineversie. Resultaat? Een vertrouwenskwestie. Eén blik op de (optionele) achttienduimers leert dat er voldoende grip is, maar daarover zwijgt het stuur in alle talen. Erger nog: rond de rechtuitstand is het onnatuurlijk licht terwijl het beladen eerder dood aanvoelt, of je nu dieper instuurt dan wel geleidelijk uitstuurt. Niet fijn, maar zeker geen drama; bestel de diesel-RS in Cup-uitvoering en je krijgt naast andere schokdempers en veren ook Dunlop Sport Maxx banden, specifieke antracietvelgen én de stuurbekrachtiging van de briesende R26 Team F1; net zo min het laatste woord in stuurgevoel, maar pakken beter dan het standaard systeem.
Eveneens optioneel zijn de Recaro-sportstoelen die (zeker in de driedeurs) minder praktisch zijn maar wel een ander punt van kritiek adresseren, namelijk de rijhouding. Die is met de gewone zetels te hoog en fnuikt de interactie tussen chauffeur en wagen. Specificeer de kuipen en je zit niet alleen lager maar ook vaster wat met dit onderhoudende chassis zeker mag. De achterkant laat zich ergo gemakkelijk zetten, maar let wel dat je de (boven de 50km/u onschakelbare) noodremhulp niet activeert, want die is erg gretig om een korte remtik voor een bocht als problematisch te interpreteren – met alle ESP-geklungel en snelheidsverlies vandien.
Maar wat nu met die tweeliter diesel? Is dat een geboren GTI-kandidaat of een commercieel antwoord op het feit dat de markt voor snelle zelfontbranders de laatste jaren vervijfvoudigd is? Met zekerheid beide. Gecultiveerd als geen ander overtuigt de vierpitter met een toerenhonger die tot de begrenzer aanhoudt. Daarvoor tekenen de piëzo-injectoren met vijf inspuitingen per cyclus, de injectiedruk van 1.600 bar en een turbine met variabele geometrie; een overdaad aan techneuzel die in 175pk, 360Nm en vlotte prestaties op landwegen resulteert. Zet de dRS op een breder stuk tarmac en je krijgt de indruk dat het toch wat sneller mocht. De klassieke sprint in 8,5 is dan ook nauwelijks wereldschokkend, al geeft die waarde een vertekend beeld van de knappe hernemingen die hij laat optekenen – vanaf pakweg 1.850 toeren met maximaal 9l per 100km.
Vermeldenswaardig is ook het compromis tussen wegligging en comfort dat RenaultSport op laagprofielbanden realiseert. Oneffenheden worden efficiënt gefilterd en promoveren de 175 tot een gedegen kilometervreter die als vijfdeurs ook nog praktisch blijkt. Praktisch én knap, want in tegenstelling tot gewone Méganes ziet de RS er na zes jaar nog altijd fris uit (op voorwaarde dat je hem van in den beginne kon smaken). Met dank aan de hertekende bumpers en andere parafernalia die de diesel-RS van de benzineversie overneemt, net als de gescheiden uitlaten achteraan.
Binnenin toont de spaarspurter zijn leeftijd eerder met een voldoende voor het plaatsaanbod maar een buis voor het antieke Carminat-navigatiesysteem dat met de finesse van een tachtigjarige uit het dashboard opstijgt. De middensteun zit dan weer wel goed (waar veel concullega’s niet in slagen) en hindert het gebruik van de losse zesbak nooit. Had die nog een kortere pook, dan viel er ook daar weinig op aan te merken – behalve misschien de sporadische missers van vijf naar vier. Voor de Brembo’s tot slot alleen lof: die zijn fenomenaal en geen superlatief minder.
Hoe hoog de diesel-RS uiteindelijk eindigt, heeft alles met voorkennis te maken. Beperkt die zich tot louter gewone Méganes, dan is de 175 knap speelgoed dat dankzij het Cup-pakket efficiënt presteert. Heb je anderzijds al van de bestickerde R26 geproefd (de topvariant met 240 benzinepaarden en een hallucinant LSD-differentieel), dan is de dieselversie niet het zuinige equivalent dat je verwacht. Daarvoor is het vermogen te krap, de voorkant te zwaar en de algemene indruk te mak. Bedenk daarbij dat een achterwielaangedreven 120d met enkele opties ook 30.000€ kost, en de conclusie is duidelijk: vergeet zinnig plezier en koop een R26 Team F1 nu die nog in Dieppe van de band loopt.
[Meer info op Renault.be]








Ik stond daarnet nog achter een CLIO RS geparkeerd, met op de beide voor-vleugels 2 belgische vlagjes. Eentje met “snelle Eddy” ernaast en het andere met – u kan het al raden – drie puntjes. Ik mag hopen dat het Megane RS clienteel iets meer volwassenheid toont of er gaan er een aantal de 20.000 niet eens halen.
Gelukkig weet ik uit ervaring dat er ook ander soort mensen in een Clio RS rijden, StevenVW.
Vreemd genoeg wist ik niet dat deze 175pk DCI op de markt zou komen als RS en dat verbaasd mij ook wel een beetje. Totnogtoe zijn ze in Dieppe voorzichtig geweest met het benoemen en beplakken met RenaultSport stickers. Ik vreesde ook wel een beetje dat het ging gebeuren, in navolging van termen als Abarth (Stilo) en anderen. Gelukkig heeft hij nog wel een echt RS onderstel en zijn er nog altijd de benzine Megane RS en Clio RS om de eer te redden. En er moet natuurlijk ook nog geld verdiend worden (en daar gaat het natuurlijk om bij deze auto!).
Zeer fraaie openingsfoto, mooi met die grafische elementen en die spiegeling eronder!
Ola, maak van die laatste zin liever:
“vergeet zinnig plezier en koop een R26R die binnenkort in Dieppe van de band loopt”
http://www.topgearmagazine.nl/nieuws/artikel/megane-r26-r/
Iemand een idee wat de radicale zou kosten?
Naar verluid gaan de standaardvermogens tot 268pk…
groet
De Belgische prijzen werden bij mijn weten nooit publiek gemaakt, temeer daar alle gealloceerde exemplaren (en dat zijn er minder dan tien) al lang besproken zijn.
In Nederland stond de prijs op 38.800€ (eveneens allemaal verkocht) en daar bood een RS-dealer inderdaad een vermogensupgrade aan.
Uit fabriek heeft de R26R in ieder geval geen pk meer dan de courantere R26, maar wel een heleboel kilo’s minder.