DRIVR

Rijtest: Mazda MX-5 Roadster-Coupé 2.0 Sport

Het zal je maar gebeuren. Net op het moment dat ik van Mazda een weekje mag roadsteren in de MX-5, besluit de herfst om in alle nattigheid los te barsten. Dan maar tussen de plensbuien door het dakje open gooien, voorzien van een dikke jas en een paar stevige handschoenen. De vele kijklustigen onderweg hadden vast niet alleen oog voor de auto, terwijl ik hem met de kille wind in de haren door de plassen stuurde…

Gelukkig is de MX-5 gezegend met een indrukwekkend evenwichtige wegligging, die zelfs in het nat niet in gevaar komt. Daar heeft zijn volmaakte 50/50-gewichtsverdeling, mede dankzij een combinatie van achterwielaandrijving en de motor voorin, een en ander mee te maken. Geen enkele bocht voelt dramatisch aan; als een trouwe hond verteert de wagen met plezier alles wat je hem voorschotelt en doet hij altijd precies wat je hem opdraagt. Die wetenschap schenkt het vertrouwen om hem steeds iets verder te drijven. De limiet aftasten was nog nooit zo gemakkelijk. Ga je er toch over, dan staat het ESP (of DSC, zoals Mazda het noemt) meteen klaar om in te grijpen. Het systeem laat weinig aan het toeval over, maar is gelukkig uitschakelbaar voor een dosis gevorderd slipwerk. De tweeliter is eveneens standaard uitgerust met tractiecontrole en een sperdifferentieel, die je net als de krachtige en goed doseerbare remmen toelaten in alle veiligheid te spelen.

Die kwalitatieve indruk wordt ook doorgetrokken naar het interieur, ondanks enkele functionele missers. Zo is de knop om de kofferklep te openen ergens buiten het zicht onder het stuur verstopt en moet je je in allerlei bochten wringen om het opbergvakje tussen de twee zetelrugleuningen te kunnen bereiken. Maar het ergerlijkst zijn de bedieningsknoppen van de elektrisch gestuurde zijruiten, die op de middentunnel achter de versnellingspook zijn gepositioneerd, net op de plaats waar je onbewust je pols laat rusten. Meer dan eens word je zo onverwacht gegeseld door een ijzige windvlaag. De intuïtieve bediening van de airco en het uitstekende Bose-audiosysteem verdienen nochtans wel een pluim, en ook de goed zittende lederen zetels dragen bij tot een gevoel van welbehagen in het interieur. Vier bekerhouders in een tweezitter is misschien zelfs een beetje van het goede te veel…

Het toont maar aan dat Mazda veel moeite gedaan heeft om een goed compromis te vinden tussen sportiviteit en comfort. De demping is efficiënt, zonder dat je voor je staartbeentje hoeft te vrezen. Voor stedelijke ritjes en manoeuvreergemak is het stuur flink bekrachtigd, al zijn de Japanners wat mij betreft ook daarin iets te ver gegaan. De bekrachtiging neemt immers wat gevoel weg en vermindert de betrokkenheid bij het bochtenwerk. En in een sportwagen die zo veel belang hecht aan een optimale rijervaring verwacht je toch een iets dikkere stuurwielvelg en een diepteregeling?

Ook de motor vertoont die twee gezichten. Een draai aan de sleutel en hij laat een diepe, nukkige brom te horen. Laat je je echter verleiden door de lokroep van de toerenbegrenzer, dan zwelt hij aan tot een aanstekelijk racy gebrul. Het uitlaatgeluid komt er amper bovenuit, maar daar beloven de Japanners iets aan te doen bij de aankomende facelift.

Tegen de drukgevoede trend in vertrouwt de 2.0 niet op een blazersorkest aan turbo’s of compressoren. Elk van zijn 160 pk’s levert hij, tot groot jolijt van de puristen, zuiver atmosferisch af. Dat betekent wel dat je hem boven de 4000 omwentelingen per minuut moet jagen om hem uit zijn sloffen te doen schieten. De krachtopbouw verloopt zeer lineair; een duw in de rug is er dus niet echt bij. Daardoor lijkt het soms allemaal niet erg snel te gaan, een indruk die verdwijnt wanneer je merkt hoe gezwind de korte, stevige versnellingspook in het rooster opklimt. Snel maar comfortabel dus, al zullen adrenalinejunkies het gebrek aan sensaties betreuren.

Op de snelweg is die aanpak dan weer een verademing. Een lovenswaardige stabiliteit doet de wagen daar veel groter aanvoelen dan hij werkelijk is. Bovendien doe je 120 km/h aan 3000 opm in zesde, een toerental waarbij de motor erg beschaafd klinkt. Helaas wordt de rust verstoord door het duidelijk hoorbare windgeruis. Bij de facelift van 2009 zou de hardtop weliswaar zo’n twee decibel aan geluidsisolatie winnen, al zou Mazda misschien beter de oorzaak van de turbulentie bovenaan de deuren wegwerken.

Verder niets dan lof voor het dakconcept. Het elektrisch openingsmechanisme doet er slechts elf seconden over om de kap in een compartiment achter de zetels weg te klappen. Je verliest er dus geen litertje koffervolume door, zodat de volle 150 liter kan gebruikt worden voor de boodschappen of weekendbagage voor twee. In open toestand doen er zich, zelfs met beide zijruiten naar beneden – zoals het hoort – weinig storende windcirulaties voor in het interieur.

Nog straffer is dat de esthetica gespaard blijft door het stalen plooidak. Topless zijn de Roadster-Coupé en zijn broertje met stoffen kap nauwelijks van elkaar te onderscheiden en in gesloten toestand gaat mijn voorkeur zelfs uit naar de hardtop. Geen spoor van de vreemde daklijn of dikke kont waardoor gelijkaardige wagens zo vaak geplaagd worden; de RC ziet er minstens zo elegant uit als de klassieke versie. Daarbij komt dan nog een betere warmte- en klankisolatie, al betekent het extra gewicht wel dat je in de spurtnummers enkele tienden moet prijsgeven. Nul tot honderd verloopt echter nog steeds in een zeer vlotte 7,9 seconden. De keuze is echter niet alleen afhankelijk van je sportieve ingesteldheid, maar ook van de dikte van je portefeuille: Mazda vraagt 2.500 euro voor de hardtop. Slik.

In deze uitvoering komt de MX-5 dan ook op 32.090 euro, exclusief opties. Ben je tevreden met de – eveneens aan te raden – 1,8-litermotor met 126 pk en een iets kariger uitrusting, dan kan je ook al voor ruim 10.000 euro minder bij Mazda gaan shoppen. Hoe dan ook heb je met de MX-5 een rasechte roadster in handen. Geen hardcore straatracer, maar een gewillige metgezel die zich zowel op de expressweg, de Mont Ventoux als de Champs-Élysées thuis voelt.

Plus Min
+ Evenwichtig weggedrag - Voelt minder snel dan hij is
+ Geslaagde hardtop - Windgeruis op snelweg
+ Racy motorgeluid - Enkele missers in interieur
+ Goed compromis sport-comfort - Nogal alledaags voorkomen

De naakte cijfers

Cilinderinhoud: 2,0 liter 4-in-lijn
Vermogen: 160 pk
Gewicht: 1207 kg
Acceleratie: 0-100 km/h in 7,9 s
Topsnelheid: 210 km/h
Normverbruik: 8,2 l/100 km
Prijs: 32.090 euro
Fiscale PK: 11

Score

8 op 10

(Met dank aan Mazda Belux)

4 Responses

  1. MR says:

    Eerste 3 foto’s vind ik wat minder, voor de rest schitterende ‘review’ :p

  2. Brecht says:

    Dit is nog een cabrio die ik zou willen kopen, alleen is 32.000 euro toch nog wel duur. Daar hebt ge al een mooie gezinswagen voor.

  3. PieterA says:

    Ik ben benieuwd naar de verkopen van deze nieuwe generatie MX-5 (hard en/of softtop). Ik zie ze bitter weinig in het straatbeeld.

  4. Geert says:

    Ikzelf rij met een nieuwe mx-5 soft-top,héél tevreden over,mij hoor je niet
    klagen,misschien dan over het verbruik die wat aan de hoge kant lijkt bij korte “stadsritjes”.De wegligging is super,ondanks die soms heerlijke drift-
    buien!

Leave a Reply