DRIVR

Top Gear Australia: Nissan GT-R vs Porsche GT2

Ik weet het, ik weet het. De laatste tijd voel ik nogal eens de noodzaak om wat agressie van me af te schrijven, tot ergernis van sommigen. En toch moet ik vandaag weer mijn ongenoegen uiten. Zondebok van dienst zijn dit keer onze goeie mates van Top Gear Australia. In zekere zin beklaag ik hen. Zij staan voor de onmogelijke opdracht de schoenen van Clarkson, May en Hammond te vullen. Ik weet nog niet zeker of ik hun poging als ‘moedig’ dan wel ‘wanhopig’ moet omschrijven.

Het overkopen van formats is in de televisiewereld even gangbaar als failliet gaande banken in de dagelijkse werkelijkheid. En dat werkt prima, voor het zoveelste spelprogramma gepresenteerd door een opgeblinkte, holle posterboy. Maar het probleem is dat bij Top Gear de chemie tussen de presentatoren minstens even belangrijk is als de concrete invulling van de show. Het bijtende sarcasme van Jeremy, de gesofisticeerde grumpiness van James en het dolle enthousiasme van Richard, dát maakt Top Gear wat het is. En vooral de manier waarop ze schaamteloos met iedereen – en vooral elkaar – de spot drijven. Het lijkt net een avondje uit onder mannen, en zo voelt het ook voor de kijker die wordt meegezogen door het aanstekelijk puberale gedrag van de drie.

Vergelijk de Australische presentatoren daarmee en al wat je ziet zijn enkele pseudo-humoristische droogstoppels die zo hard hun best doen om het Britse trio te evenaren dat ze bij voorbaat al het punt missen: dat Top Gear draait om een unieke sfeer die niet gekopieerd kan worden. Bovendien lijkt het ook qua productiekwaliteit maar niet te lukken voor de Aussies. In de eerste aflevering monteerden ze doodleuk het interieur van een handgeschakelde BMW 135i in een test met de Nissan GT-R, die alleen met automaat verkrijgbaar is – credits voor de spot gaan naar mijn collega Djivy.

Toen ze in de laatste aflevering opnieuw de GT-R bovenhaalden, was het weer prijs. Het stukje wordt gepresenteerd als een serieuze vergelijkende test tussen de Nissan en een Porsche 911 GT2. Dat die laatste veel meer screen time en felicitaties van de presentatoren krijgt, kan ik nog door de vingers zien – de Porsche was immers de snelste. Wat ik niet begrijp, is waarom er voor een GT2 gekozen werd in plaats van de échte concurrent van de GT-R, zijnde de 911 Turbo. Sinds de GT-R sneller rond de Nürburgring ging dan zijn (lichtere) Duitse rivaal met precies even veel pk’s, is er een heuse soap onstaan tussen beide merken. Verwijten over aangepaste wagens en sjoemelende testpiloten vlogen heen en weer.

Proberen de mannen van Top Gear Australia de overwinning aan Duitsland te schenken door de 50 pk sterkere en bijna 300 kg lichtere GT2 tegen de GT-R te sparren? De 911 Turbo is al dubbel zo duur als de Nissan; de GT2 gaat zelfs richting drievoudige cijfers. En dan moet het strafste nog komen: wanneer hij zich niet op een officieel circuit bevindt, wordt de GT-R automatisch begrensd tot 180 km/h. Topsnelheid van de Porsche? 329. Van een eerlijk duel gesproken…

Maar ach, zo krijgt de GT2 al wat oefening voor wanneer de opgepepte GT-R V-Spec eraan komt, die onverbloemd de opper-Porsche in het vizier neemt. Weten de Duitsers dan nog overeind te blijven, dan heeft Nissan nog een troef achter de hand: de GT-R LM Edition, waarin LM staat voor… Le Mans. Inderdaad, Nissan trekt met de GT-R naar Les 24 Heures en viert dat met een 600 pk sterke straatvariant. Niet alleen Porsche, maar zowat elke supercar op deze planeet mag zijn borst dus al nat maken…

Share Button

Leave a Reply