DRIVR

Formule 1: Het turbotijdperk (1977-1989)

De eighties waren zonder twijfel de dolle jaren van de motorsport en dat had alles te maken met het perfectioneren van de turbocompressor. Terwijl de rallywereld kennis maakte met vermogens tot 600 pk in de geschifte Groep B-klasse, experimenteerden ook de renstallen uit de Formule 1 met aangeblazen motoren. En zoals alles in F1 waren de resultaten nóg extremer…

Hoewel turbocompressie al sinds 1966 (opnieuw) toegelaten was door de reglementen, duurde het tot eind jaren zeventig voor de technologie echt competitief was. Renault was de eerste om – in het grootste geheim –  een efficiënte turbo te ontwikkelen: de Gordini V6 1.5 Turbo. Dat leverde een eerste overwinning op in 1979, terwijl de andere teams in ijltempo hun achterhaalde atmosferische 3 liter-motoren begonnen te vervangen.

In 1983 werd Nelson Piquet met Brabham, toen nog onder leiding van Bernie Ecclestone, de eerste wereldkampioen in een drukgevoede bolide. Het jaar erop waren nagenoeg alle teams overgeschakeld op de nieuwe aandrijftechniek. De motorvermogens begonnen stilaan alle records te breken. In 1986 sloeg de tot 1000 pk gelimiteerde dynamometer van BMW tilt bij metingen van hun motoren in kwalificatietrim. Geschat werd dat ze zo’n 1300 pk leverden, in wagens die amper 600 kg op de weegschaal zetten…

Dat enorme vermogen kreeg men aan de grond doordat tegelijkertijd met de turbo’s ook elektronische rijhulpen en de aërodynamische downforce door middel van spoilers en (vooral) het ground effect ontwikkeld werden. Dat laatste gaat uit van het principe dat een onderdruk onder de wagen hem aan de baan vastzuigt, zodat veel grotere bochtsnelheden mogelijk worden. Dit effect werd in de eerste plaats verkregen door de lucht in smalle kanalen langs de onderkant van de auto te geleiden, zodat die – volgens het principe van Bernouilli – versnelde en bijgevolg de druk verlaagde. De Brabham BT46B gebruikte zelfs een turbine achteraan de wagen om de lucht er tijdens het rijden onderuit te zuigen.

Maar net als in de rallysport kon het turbosprookje en vooral de bijhorende pk-oorlog niet blijven duren, al waren er in de Formule 1 gelukkig geen dodelijke ongevallen voor nodig om tot dat besef te komen. Al in 1983 werd het gebruik van het ground effect aan banden gelegd en een jaar later verkleinden de FIA-reglementen de maximale inhoud van de brandstoftank, een serieuze handicap voor de dorstige turbo’s. Vanaf 1987 mochten atmosferische motoren beschikken over een longinhoud van 3,5 liter, terwijl de maximale turbodruk eerst werd teruggeschroefd tot 4,0 bar en het jaar erop tot slechts 2,5 bar. De verschillen tussen beide motortypes waren nu zo goed als gladgestreken, al bleef drukvoeding dominant tot het algemene verbod in het seizoen 1989.

De impact van het turbotijdperk was echter niet meer weg te denken. De wagens waren veel sneller geworden dan een decennium eerder, en het heeft ons een van de mooiste en spannendste F1-duels ooit opgeleverd…

Share Button

2 Responses

  1. Carmeleon says:

    Wie een woordje Spaans kan, zal onderstaande documentaire over de roemruchte turboperiode zeker waarderen. Maar je kan ook gewoon voor de nostalgische beelden kijken, natuurlijk.

  2. Squadra T says:

    Awesomeness. Waar is de tijd…

Leave a Reply