DRIVR

Rijtest: Opel GT

Het is vroeg, wanneer ik de duisternis in stap. Ik trek mijn kraag wat hoger en schrijd, vergezeld door een onafscheidelijk ademwolkje, vastberaden het knarsende grind over. Her en der liggen hoopjes sneeuw verspreid, die me eraan herinneren dat de winter alweer voor de deur staat. Een dreigende gedaante doemt op uit de ochtendnevel, maar knipoogt heimelijk wanneer ik verstrooid in mijn broekzak tast en daar het juiste knopje vind. Met een doffe klik valt het portier achter me dicht. Een draai, een diepe grom. Het beest is wakker…

En een beest is hij, de Opel GT. Een massieve stoot van 264 pk en 355 Nm koppel laten daar geen twijfel over bestaan, wanneer ik het gaspedaal iets te enthousiast intrap. Niet ver achter mijn edel gevormde zitvlak schreeuwen twee brede Potenza’s luidkeels hun protestlied, tot het ESP de dolgedraaide 18-inchers het zwijgen oplegt en mij de waarschuwing ‘low traction‘ serveert. Daar kan ik maar beter aan wennen, want de elektronische reddingsengel werkt overuren in deze brute roadster. Vertrekken vanuit stilstand? Low traction. Het gaspedaal lichtjes aanraken in een bocht? Low traction. Naar derde schakelen bij 6000 omwentelingen per minuut en 90 km/h? Low traction. Slik. Geen auto voor beginners, dit…

De redenen voor die permanente queeste naar tractie zijn snel gevonden. Eerst is er natuurlijk de pure power, die hier niet uit een smeuïge V6 gepuurd wordt, maar uit een ‘doodgewone’ vierpitter, voorzien van een turbocompressor ter grootte van een kleine planeet. Dat levert niet alleen een bijzonder indrukwekkend specifiek vermogen op van 132 pk per liter, maar ook een instant boost waar de wielen soms geen blijf mee weten. De tweede oorzaak is de beenharde ophanging, die nogal stuiterend reageert op oneffenheden. In de wagen word je op pokdalige wegen rondgeslingerd alsof je gevangen zit in een gigantische blender. Daar kunnen zelfs de zachte zetels – die van het heerlijk wegzinkende type zijn – niets aan veranderen. En ten slotte is er natuurlijk het seizoen: drassige en vuile herfstwegen staan nu eenmaal niet bekend om hun geweldige grip.

Bij een sportieve rijstijl is het dus opletten geblazen, al laat het hoge koppel ook soepel cruisen toe. Toch heeft het wel iets, zo’n auto die getemd moet worden. Kan je er vlot mee uit de voeten, dan mag je jezelf gerust een begenadigd bestuurder noemen. En dan kan je al eens van de voldoening van het rijden zonder tractiecontrole proeven. Het is zoals onveilige seks: gevaarlijk, maar o zo verleidelijk. Al adviseer ik wel om de stabiliteitscontrole aan te laten, want deze dolle stier zal geen twee tellen aarzelen om een uitstapje richting groene weides te maken. Frontale airbags zijn gelukkig standaard gemonteerd, maar iets krachtigere remmen waren ook geen overbodige luxe geweest in een kruisraket van 1,4 ton. De wagen schenkt de bestuurder nu weinig vertrouwen om de limiet op te zoeken, al is dat op de openbare weg toch amper mogelijk. Eigenlijk schreeuwt dit monster met standaard sperdifferentieel om driftpartijtjes op het circuit.

Geen auto voor mietjes dus, en dat merk je ook aan de bediening. Het stuur is lekker zwaar en bij het schakelen voel en hoor je zelfs hoe het stroeve, korte pookje de tandwielen op hun plaats duwt. Een heerlijk ouderwetse, mechanische rijervaring. Ook bij het openen en sluiten van het dak komt niets vulgairs zoals elektriciteit kijken. Wil je open rijden, dan moet je maar je spierkracht bovenhalen om de zware constructie op zijn plaats te krijgen in de achteraan scharnierende koffer. Om die laatste vervolgens bijna crimineel hard toe te slaan, anders weigert het ding resoluut vast te klikken. De omgekeerde beweging vraagt zo mogelijk nóg meer van je door bier, hamburgers en overmatig autorijden verzwakte lichaam en houdt bovendien ook nog het manueel vastklikken van de softtop in het interieur én aan beide flanken van het kofferdeksel in. Omslachtig? Ja. Onpraktisch? Zeker. Maar telkens je het hele proces tot een goed einde hebt gebracht, vind je jezelf wel een echte kerel.

Goed, het dakje is open, nu nog snel even de bagage… eh, thuis laten? De in gesloten toestand al erg kleine en onhandig vormgegeven koffer slinkt in cabriomodus tot een microscopisch geultje waarin je, mits geduldig paswerk, nog net je adresboekje kwijt kan. Met de binnenruimte is het niet veel beter gesteld: behalve een klein handschoenkastje en een moeilijk te bereiken vakje tussen de zetels is er geen opbergruimte voorzien. Zeker niet uitzonderlijk voor dit soort auto, maar er is een verschil tussen charmant onpraktisch en irritant onpraktisch. Ook voor redelijk noodzakelijke objecten, zoals pakweg je ellebogen, is er in de GT immers amper plaats voorzien. De middentunnel is breed, maar daardoor staan de zetels wel tegen de deuren. De hellingsgraad van je rugleuning corrigeren kan dan ook enkel met het portier geopend, wil je een pijnlijk geknelde hand vermijden. En voor je vertrekt, moet je telkens een halve minuut worstelen met de veiligheidsgordel, die keer op keer geklemd raakt achter de stoel. De elektrische ruitbediening op de armsteun staat zo ver naar achteren dat je drie extra armgewrichten nodig hebt om hem te bereiken en de asbakjes waren zeker handig geweest, indien ze niet achter de handgreep verstopt zaten.

Ook de afwerkingskwaliteit kon beter. Het dashboard is een oase van harde plastics en nepaluminium, er zit een onaangenaam scherpe rand aan de handgrepen in de deuren en het is zonder meer een vreemde gewaarwording om de grote motorkap flexibel op en neer te zien buigen onder invloed van een oneffen wegdek of een licht briesje. Maar een permanent geratel van nog steeds ongeïdentificeerde afkomst verstoorde de rijervaring veruit het meest.

Er is dus veel om je aan te ergeren in de Opel GT. Al zijn het maar details, ze leiden de aandacht af van zijn ware roeping als rijdersauto pur sang. Het zicht op die enorme motorkap, die de ene binnenweg na de andere lijkt te verslinden, word je nooit beu. En al schuilen er misschien enkele cilinders minder onder dan je zou verwachten; het alles dominerende turbogeblaas maakt veel goed. Ook voor omstanders valt er heel wat te beleven, want hoewel er binnenin helaas niets van te merken valt, roffelt en ploft de uitlaat een strak gecomponeerde octaansymfonie.

En dan hebben we het nog niet eens over het uiterlijk gehad. Met zijn lange motorkap, gespierde kont en zitpositie net voor de achteras heeft de GT wel wat weg van een mini-Viper. Twee dikke uitlaatpijpen, mooi gesculptuurde bulten ter hoogte van de hoofdsteunen en een stel chromen neusgaten maken het sportieve plaatje compleet. En reken maar dat ze hun effect niet missen. Onopvallend ergens passeren is uit den boze. Toen ik bijvoorbeeld toevallig een school langs reed rond sluitingstijd werd ik toegewuifd door geïmponeerde meisjes die vroegen of ze niet eens mochten meerijden, terwijl hun jaloerse vriendjes me in het passeren nog snel enkele sneeuwballen nagooiden. Nooit eerder reed ik in een auto die zo veel reacties uitlokte. Voor of tegen, deze zeldzame verschijning laat niemand onbewogen.

Nochtans kost dit exclusieve speeltje stukken minder dan je zou denken. Dankzij de kortingen die Opel hanteert, is de GT al de jouwe vanaf 30.200 euro. En denk niet dat je daarvoor een uitgeklede versie krijgt. Op de optielijst prijken alleen een lederpakket en metaalglanslak, verder is alles standaard meegeleverd, cruise control, ESP, zelfsper, airco en multifunctioneel sportstuur incluis. Dankzij de bescheiden cilinderinhoud van 2 liter blijft bovendien ook de fiscale last binnen de perken. Zo bekeken is de GT het koopje van de eeuw. Waar anders vind je immers zo veel pk’s en uitrusting voor zo weinig geld? Het verbruik is met een testgemiddelde van 12,8 l/100km weliswaar aan de hoge kant, maar dat zal voor de beoogde doelgroep geen onoverkomelijk bezwaar vormen.

Bij het afscheid zijn de gevoelens gemengd, maar toch voel ik nog steeds die drang om te blijven rijden, het beest te temmen en samen verre horizonten te verkennen. Ondanks zijn gebreken blijft de Opel GT een echte rijdersmachine. Ben je op zoek naar je eerste sportwagen, dan zijn er beslist veiliger alternatieven te vinden. Maar de ervaren fanaat die normaal gezien rechtstreeks richting TT of Z4 zou lopen, durf ik toch aan te raden een GT te overwegen. Met het uitgespaarde geld kan je een kleine hatchback kopen die tijdens de week de onpraktische aard van de Opel kan doen vergeten, zodat je in het weekend onbezorgd de hooligan kan gaan uithangen op Zolder.

(Meer foto’s via Flickr)

Plus Min
+ Instant power – Erg onpraktisch
+ Ruige rijervaring – Afwerkingskwaliteit
+ Imposante verschijning – Beenharde ophanging
+ Koopje – Niet voor beginners

De naakte cijfers

Cilinderinhoud: 2,0 liter 4-in-lijn met turbo
Vermogen: 264 pk
Gewicht: 1406 kg
Acceleratie: 0-100 km/h in 5,7 s
Topsnelheid: 229 km/h
Gem. testverbruik: 12,8 l/100 km
Prijs: 30.200 euro
Fiscale PK: 11

Score

7 op 10

(Met dank aan Opel Belgium)

Share Button

4 Responses

  1. STxN says:

    Afzien met een stoffen dakje, ledematen riskeren in het interieur, een spervuur aan sneeuwballen weerstaan en constant alert blijven om niet overtroeft te worden door 264pk …

    Je doorzettingsvermogen siert je 😛

  2. FORZAM says:

    Tja, het is een brute auto, en zeker voor die prijs inderdaad een koopje, maar met die honderden ergernissen verliezen ze toch een hoop kopers ook.
    Hier stond mijn moeder ook op het punt om eentje te kopen ter vervanging van de MX-5. Het waren echter al die nadelen die je hier opsomt + het kleinigheidje dat de +5000€ Biv en taxen in ons belgenlandje bedragen dat de GT de das omdeed.

    Ook was de funfactor uiteindelijk amper hoger dan bij een 2.0 BMW Z4, die het feit dat hij maar de helft van het vermogen heeft compenseert met een veel betere wegligging.

    Uiteindelijk is ze dus voor de BMW gegeaan, maar elke keer ik een GT zie heb ik toch spijt dat ze daar niet voor gegaan is, want het blijf een prachtige wagen in het zwart!

  3. Brecht says:

    Gij kunt nogal een weer uitkiezen om met een cabrio te rijden.

    Met den MX-5 was het ook al nat, verhuis maar naar Spanje en ga daar wat testen 😉

  4. Tinus says:

    Mooie fotos 🙂

Leave a Reply