DRIVR

Rijtest: Nissan Qashqai 1.5 dCi Tekna Pack

Een groot filosoof van de Lage Landen liet zich ooit eens ontvallen: “Elk voordeel heb zijn nadeel”. Hoewel Johan Cruijff het ongetwijfeld over voetbal had, valt deze wijsheid ook in het domein der auto’s toe te passen. Opteer je bijvoorbeeld voor een grote, veilige SUV, dan moet je er rekening mee houden dat die veel kost, nog meer verbruikt en naar alle waarschijnlijkheid het rijgedrag van een regenton vertoont. Behalve dan volgens Nissan…

Rijd je eerste kilometers in een Qashqai en je merkt, afgezien van de hoge zitpositie, niet dat je in een softroader onderweg bent. Zelfs al snijd je een bocht veel sneller aan dan je lief is in dit soort auto; de Qashqai bedwingt hem zonder morren en vraagt brutaal om meer. Dit is werkelijk een crossover in de letterlijke betekenis van het woord. Een steltloper die de bocht om sprint als een gestroomlijnde atleet. Met zijn uitstekende wegligging en verrassend beperkte rolneiging doet hij eerder denken aan de Renault Mégane met wie hij zijn chassis en dieselmotoren deelt. Toch ontloopt ook Nissan Cruijffs credo niet: de keerzijde van die rijdynamiek is een minder vergeeflijke ophanging dan je zou verwachten van een auto met een rijhoogte van twintig centimeter. Echt storend wordt het nooit, maar echt comfortabel evenmin.

Dat betekent niet dat het niet fijn toeven is aan boord. Geen dure materialen op het dashboard, maar de plastics zijn zacht en de kleuren aangenaam. Ook op de goed steunende zetels, in onze testwagen voorzien van een grijze en dieprode stoffen bekleding maar ook (verwarmd) leverbaar in leder. Het ergonomische stuurwiel scoort zowel op tactiel als op visueel vlak. Multifunctioneel is het ook, al staan de bedieningsknopjes van de stereo en de handsfree kit niet bepaald binnen vingerbereik opgesteld. Maar het is vooral de bekrachtiging die steekjes laat vallen: het stuur is zo sterk ontdubbeld dat je bij het inrijden van een zijstraat haast je schouder uit de kom draait. Spijtig, want het botst met het vlotte rijgedrag waartoe de ophanging aanmoedigt. Dat doet ook de wel erg lichte bakbediening. Hoewel moeiteloos schakelen met één vinger zeker comfortabel is, voelt de pook daardoor wat wazig, goedkoop en breekbaar aan.

Geen klachten echter over de uitrusting. Behalve in het Visia-basismodel, waar Nissan wel erg spaarzaam is geweest, krijgt de Qashqai standaard een automatische airco met twee ‘klimaatzones’, een zelfdimmende binnenspiegel en regen-, licht- en parkeersensoren mee. Opletten wel met handige gezinssnufjes als de ruitvergrendeling en het kinderslot. Zelf ben ik er bij het testen van de – overigens voldoende ruim bemeten – zitplaatsen achteraan in geslaagd mezelf op te sluiten in de wagen. Gelukkig is er ook genoeg plaats tussen de voorzetels, zodat ik me mits het nodige plooi- en wringwerk via het voorportier uit mijn benarde positie heb weten te bevrijden.

Een uitrustingsniveau hoger (‘Tekna Pack’)  krijg je daar bovenop nog echte luxevoorzieningen als een groot panoramisch dak, dat vooral de passagiers achterin zullen waarderen, en een intelligente sleutel. Die gaat niet meteen je Sudoku’s beginnen oplossen, maar wel handig dat je hem ten allen tijde in je broekzak kan laten zitten. Op de buitenkant van de portieren zit immers een subtiel ontgrendelingknopje dat enkel werkt wanneer de sleutel – en dus hopelijk ook de bestuurder – zich er vlak naast bevindt. De motor starten gebeurt dan weer met een draaiknop, tenminste wanneer de sleutel in de auto aanwezig is. Zeker geen primeur, die keyless entry & start, maar wel zeldzaam in deze prijsklasse.

Eenmaal goed en wel gestart trappen we het gaspedaal in en… trappen we het nog wat dieper in. Veel lijkt er niet te gebeuren. Voor de gemiddelde jonge moeder, waarop ik vermoed dat de Qashqai zijn pijlen richt, is de geteste 1.5 dCi zeker voldoende, maar erg vlot kan je hem met een acceleratie naar 100 km/h in 12,2 seconden niet bepaald noemen. Toch zijn de zelfontbranders de betere keuze hier. De benzinemotoren wegen iets minder zwaar door in de portefeuille, maar compenseren dat later met een dorstiger natuur. Bovendien zijn ze amper sneller dan hun diesel slurpende tegenhangers. De 2.0 dCi is met zijn 150 pk zelfs de sportiefste Qashqai en kan bovendien aan een automaat of een continu variabele transmissie gekoppeld worden. Zijn 11 fiscale pk’s vallen echter wel erg hoog uit tegenover de acht van de 1.5 dCi, wiens gemiddelde normverbruik van 5,4 liter per 100 km bovendien moeilijk te kloppen is.

De 1.5 dCi lijkt dus de versie om voor te gaan, zeker in Tekna-trim voor 23.000 euro. Die is al zo volledig uitgerust als je maar kunt wensen, tenzij je natuurlijk écht dat panoramische dak en de intelligente sleutel denkt nodig te hebben. Op ons testmodel zat ook nog de optionele handsfree gsm-kit, achteruitrijcamera en navigatiesysteem. Dat laatste steekt echter onesthetisch uit het dashboard naar boven, biedt enkel Engelse begeleiding en heeft geen aanraakscherm, wat storend kan zijn tijdens het rijden. Er zijn veel betere mobiele alternatieven te vinden voor minder geld. De achteruitrijcamera kan best handig zijn bij het inparkeren, maar wordt quasi onbruikbaar in het donker en is vanwege de overzichtelijkheid van het koetswerk zeker niet onontbeerlijk. Dit dure optiepakket van 1900 euro kan je dus gewoon bij de dealer laten.

Rest mij nog één detail, dat me gedurende de hele testperiode een doorn in het oog is geweest: wat is het nut van deze auto? Zowel qua rijgedrag, prijs, binnenruimte als verbruik is dit eigenlijk een gewone hatchback die toevallig op hoge poten staat. In een traditionele SUV kan dat als troef aangewend worden op het terrein, maar de sub-tweelitermotoren drijven in de Qashqai alleen de voorwielen aan. De rijhoogte om te offroaden is er dus wel, de tractie niet. Hoewel een vergelijkbaar uitgeruste Mégane goedkoper uitvalt, bewijst de populariteit van Nissans cashcow echter dat er wel degelijk een markt is voor dit soort kruisingen. En dat is precies waar het nut moet gezocht worden: behalve de marktvraag is er geen. Net als de hoge hakken waarop hij rond flaneert, is de Qashqai is een puur fashion statement. Natuurlijk bestaat er gemakkelijker schoeisel, maar is dat ooit een bezwaar geweest?

Plus Min
+ Wegligging van een hatchback - Veercomfort kon beter
+ Verbruik van een hatchback - Stuur te sterk ontdubbeld
+ Geprijsd als een hatchback - Geen terreincapaciteiten (2WD)
+ Fashion statement - Niet meer dan een (tijdelijke) modegril?

De naakte cijfers

Motor: 1,4 liter 4-in-lijn turbodiesel
Vermogen: 106 pk
Gewicht: 1407 kg
Acceleratie: 0-100 km/h in 12,2 s
Topsnelheid: 174 km/h
Gem. normverbruik: 5,4 l/100 km
Prijs: 24.600 euro
Fiscale PK: 8

Score

6 op 10

(Met dank aan Nissan Belgium)

One Response

  1. HelldogBE says:

    waarom brengen ze de XC60 uit met voorwielaandrijving?

    iedereen wil in een SUV gezien worden, maar waarom het meerverbruik en de meerprijs betalen van een 4×4 als je hem met een gewone aandrijving kan krijgen?
    Geen kat die het verschil ziet hoor als die ‘grote bak’ voor je deur staat ;)

    en de vrouwen zullen zich o zo veilig erin voelen om de kinderen naar school te voeren en naar de gb te rijden !

    Vind het wel straf dat deze varianten pas uitkomen nabij het einde van de SUV. Een laatste reddingspoging van het stervende ras? of SUV voor de gemiddelde werkmens?

Leave a Reply