Pieter Fret Oct 5, 2009
Rijtest: Alfa Romeo Brera TI 2.0 JTDM 170
Schone schijn. Daar lijkt het soms allemaal om te draaien in Italië. Het land waar vertegenwoordigers van het volk erin slagen jarenlang niemand behalve zichzelf te vertegenwoordigen, hun maffiapraktijken verbergend achter een brede tandpastaglimlach. Waar de tailles slank zijn en de borsten groot, en vrouwen alleen op tv komen als ze nog minder om hun lijf hebben dan in hun hoofd. En waar priemende blikken op zonovergoten terrasjes geen kans laten voorbij gaan om de stile van voorbijgangers vanachter hun Gucci-zonnebrillen aan een strenge keuring te onderwerpen. Geen wonder dat de Italiaanse autobouwers bekend zijn geworden om hun oogstrelende designs; op de boulevards van Rome is dat niets minder dan een primaire levensbehoefte. Met de knappe Alfa Romeo Brera die we ons een weekje mochten aanmeten, hoefden we gelukkig niet meteen te vrezen voor sociale exclusie. Maar schuilt er ook inhoud achter die vorm?
Cilinderinhoud in ieder geval. 1910 cc’s aan volbloed mazoutkachel, om precies te zijn. Klinkt als blasfemie in Alfista-oren en dat is het eigenlijk ook. Van achter het stuur kan je niet anders dan lichte teleurstelling voelen wanneer de JTDM zichzelf lui wakker pruttelt. Zowel het oor als de rechtervoet willen meer. Nochtans zouden de prestaties met 163 (Belgische) pk’s en vooral 360 Nm trekkracht best moeten meevallen. Dat ze dat niet doen, is te wijten aan twee dingen. Ten eerste staat de Brera wat vadsig, zoals men in de edele boerenstiel al eens pleegt te zeggen. 1550 kg droog aan de haak is veel, zeker voor een middenklassecoupé met sportieve ambities. Ten tweede kampt de 2.0 JTDM met een kanjer van een turbogat onder de 2000 tpm. Laat schakelen is dus de boodschap, maar met een rode zone die bij 4500 toeren begint en een bruikbare vermogensband die er nog vroeger de brui aan geeft, heb je niet al te veel marge. Buispunten voor de nieuwe motor dus, die met een gemiddeld testverbruik van 8,2 l/100km niet alleen ongehoord veel afwijkt van de opgegeven constructeurswaarde (5,4 l/100km) maar bovendien faalt op het enige punt dat voor een diesel pleit in dit soort auto – en daarmee meteen zijn eigen bestaansreden ondergraaft.
Erg spijtig, want de Brera wíl duidelijk wel. Het lederen sportstuur ligt goed in de hand en stuurt zeer direct en precies, al ontbreekt nog steeds elke vorm van feedback. De versnellingsbak is goed gespreid voor dagelijks stads-, plattelands- en snelwegverkeer en laat zich met een heerlijk mechanische precisie bedienen. Alfa gaat soms zelfs iets té ver: de pedalenopstelling leent zich zo goed tot tip-hielen dat een op grote voet levende bestuurder haast niet anders kán dan gas geven en remmen tegelijk. Het roemrijke Alfa-DNA, met de nodige foutjes maar boordevol charme, is gelukkig in overvloed aanwezig.
En dat zie je ook gewoon. Want laten we er geen doekjes om winden: de Brera is kunst. Het Giugiaro-ontwerp heeft een adembenemende kwaliteit die hoofden doet draaien tot ze bijna van hun romp vallen. In het zwart en met de 19-inchsloffen van de ‘Turismo Internazionale’-uitvoering is het een van die weinige auto’s die erin slagen tegelijk sportief en elegant te zijn, pronkerig en toch subtiel. En denk niet dat alleen de toeschouwers getrakteerd worden door het Italiaanse designhuis. Het interieur ademt gesofisticeerde emotie, of we het nu over de specifieke bordeauxkleurige sportzetels of over het naar de bestuurder gekantelde dashboard hebben. Van vloer tot dakhemel is zowat elk zichtbaar oppervlak bekleed met leer, stof, carbon of aluminium. Alleen de vele rammeltjes en kraakjes in onze nochtans erg jonge praalwagen verraden dat er onderhuids toch nog een behoorlijke portie plastic verstopt zit. Schijn bedriegt, hoe schoon die ook mag zijn.
Het weldadige interieur en eerder gezapige karakter van de koppelrijke diesel lenen zich vooral tot een cruisende rijstijl – dat Italiaanse boulevardpronken, weet je wel. Het verbaast dan ook dat Alfa niet voor een comfortabelere afstelling van de ophanging gekozen heeft. De demping is degelijk, maar wordt gedwarsboomd door de superkorte en bijgevolg stugge veren en het 19-duims laagprofielrubber. Wie zijn lokale chiropractor sponsort, zal dus op weinig genade mogen rekenen. Te meer omdat de stoelen weliswaar elektrisch verstelbaar zijn in richtingen waarvan je niet eens wist dat ze bestonden, maar desondanks – of net daarom? – in geen enkele vindbare positie de onderrug lijken te sparen. Komt daar nog eens bij dat ze, zelfs op hun laagste stand, maar net voldoende hoofdruimte overlaten voor zelfs mijn bescheiden metertje zeventig. Medeplichtig aan dit misdrijf is het panoramische dak, dat de plafondrand binnenin aanzienlijk verlaagt.
Maar troost je: eventuele achterbankgevangenen hebben het nog een graadje benauwder. Om comfortabel plaats te nemen achterin dien je niet alleen beide benen maar ook je hoofd te amputeren. We mogen onszelf zeker grondige testers noemen, maar dát gaat zelfs ons te ver. Met als gevolg dat de achterbank er na één korte maar gedenkwaardige rit ongebruikt bleef bijliggen, wat de Brera meteen herleidde tot wat hij eigenlijk had moeten zijn: een tweezitter. Het had ons in ieder geval veel miserie en tientallen kilo’s nutteloze ballast bespaard.
Een minuscule achterbank in een auto van 4,41 m, dan verwacht je toch een koffer ter grootte van de gemiddelde balzaal. Helaas, de verhouding binnen-buitenafmetingen is niet bepaald evenredig in de Brera. Niet dat 300 liter laadruimte (610 l met neergeklapte achterbank) zo weinig is voor een coupé, maar de hoge en vooral verre laaddrempel maken dat de eerder vermelde chiropractorpatiënt zijn tienbeurtenkaart maar best tijdig vernieuwt. En dan kan je nog argumenteren dat de praktische kant niet van belang is bij zo’n ravissante schoonheid, dat je een Brera puur uit liefde koopt – verrek, zolang het niet over de diesel gaat, zou je zelfs gelijk hebben. Maar kijk dan eens rond je in het verkeer en je kan maar tot één conclusie komen: dat er blijkbaar bitter weinig Brera-liefhebbers bestaan. En nu weten we ook waarom.
[Foto's: Jeroen Peeters]
| Plus | Min |
| + Adembenemend design | - Diesel is een mismatch |
| + Sfeervol interieur | - Zwaarlijvigheid fnuikt prestaties |
| + Betrokken bakbediening | - Verhouding binnen-buitenafmetingen |
| + Alfa-DNA | - Prijzig |
Weggecijferd
| Motor | 2.0 4-in-lijn turbodiesel |
| Aandrijving | Voorwielen |
| Vermogen | 163 pk |
| Koppel | 360 Nm |
| Gewicht | 1550 kg |
| Acceleratie (0-100 km/h) | 8,8 s |
| Topsnelheid | 218 km/h |
| Gem. testverbruik | 8,2 l/100 km |
| Prijs | 34.700 euro |
| Fiscale PK | 11 |
Verdict
![]()








Ik vind het een mooie auto, altijd al gevonden maar zou hem nooit of te nimmer kopen: en precies om bovenstaande redenen: te zwaar, te duur, niet praktisch (genoeg). Een gemiste kans van Alfa!
In het verenigde Koninkrijk heeft Prodrive een 500 exemplaren onder handen genomen om een aantal van Alfa’s fouten te corrigeren, resulterend in de Brera S. Zie alhier: http://www.autoblog.com/2008/05/20/alfa-officially-launches-prodrive-prepped-brera-s/
Dit model beloofd enigzins beter te zijn maar het blijft de originele fouten houden.
Wat je zelf kan doen is de nutteloze achterbank eruit slopen, levert je in ieder geval een goede laadruimte op. En je verliest weer wat meer gewicht.
Naar het schijnt is de nieuwe 1750 TBi wel spek naar de bek van de Brera en maakt die tegelijk de andere, zwaardere motorisaties overbodig. Vreemd dat jullie die niet mee hadden. Zelf zou ik wel een Brera willen, maar iedereen weet dat je ze zo goed als nooit nieuw moet kopen, zelfs Alfisten.
Die hadden we zeker mee, PieterA – maar niet in Brera-vorm…
Binnenkort meer!
Ik ging net even polsen of jullie geen 1750 te pakken konden krijgen; onnodig dus
Hoe verhoudt een Brera zich tov een 159 met dezelfde motor, eigenlijk?
Da’s een heel goeie vraag, Hesp.
Enig probleem is dat er – bij mijn weten – totnogtoe nooit identiek motorische Brera’s en 159′s in het perspark van Alfa zaten. Komt daar nog bij dat iedereen boven de meter 90 niet comfortabel in een Brera kan testen (ik dus met m’n 1m97) waardoor ik je even naar Cedric moet doorverwijzen om licht op die vergelijking te werpen.
C?
Ik heb ook nooit back to back met twee gelijke motorisaties gereden.
Je hebt in de B nooit het gevoel in een dergelijke 2+2 wagen te rijden, eerlijk gezegd. Op dat vlak scheelt het niet heel erg veel met een 159 die beiden overtuigen met hun ultradirecte stuuroverbrenging (al ben ik m.i. van de ganse redactie veruit het meest verknocht aan die directheid) en hun initiële! feel van agiliteit en sportiviteit.
Ze kampen bovendien beiden met zwaarlijvigheid en op de limiet onderstuurd ‘doorhangen’ van de dan wat te zachte ophanging. Bij een Brera valt dat meer op, gezien de zware neus, de verkorte wielbasis en de ‘meer onstuimige’ verwachtingen.
De Brera is daarentegen een echte cruiser. Meer nog dan een GT, zou ik zeggen. De 159 is een (kleine
)gezinswagen die relatief eigenlijk beter scoort op het vlak van rijdynamiek.
Niettemin krijgt een Brera voor mij toch een 3,5 R, in benzineversie welteverstaan. Voor de magie en de looks, wat het geheel toch duidelijk een beetje meer ‘meat on the bone’ verschaft. Al is het een duidelijk yes or no ontwerp…
Met een diesel kan ik hem niet echt appreciëren (en dan spreek ik nog over de vijfpitter…)
Mannen, waar blijft de test/impressie van de 159 1750 TBI die jullie mee hadden?
Overmorgen! In DubbelDate nog wel…
Dat een Brera (diesel) niet 100% scoort als sportwagen, snap ik ondertussen wel. Maar waarom het dan vooral gaat over de binnenruimte, heb ik niet?
Ik ga dadelijk even browsen of jullie de Elise ooit getest hebben.
Ik zou toch echt niet een Elise met een Brera vergelijken…
Doe ik gelukkig ook niet, ik kaart enkel aan dat binnenruimte een vreemd criterium is voor een sportieve auto, meer iets zinnigs voor een gezinswagen.
Klopt, maar dat wil de Brera met zijn “achterbank” deels ook zijn. Hij zou meer zin hebben als (lichtere) tweezitter, zonder halfslachtige compromissen.