DRIVR

Testreview 2009: The Good, The Bad & The Ugly

Bespaar je de moeite – het zijn er 47. Tel daar nog drie exemplaren bij die ons momenteel gezelschap houden, en DRIVR heeft sinds zijn lancering in februari 50 auto’s over de vloer gehad. Grote, kleine, lelijke en mooie maar bovenal auto’s waar iets over te vertellen viel – of dat nu grote, kleine, lelijke of mooie uitspraken waren. Hieronder bekent elk suspect van ons driekoppig testpanel voor welke hij een moord zou begaan, en welke na één dag al terug bij de importeur belandden…

testreview2009

Ken Divjak

Tegen alle verwachtingen in ga ik mijn zus niet op Ebay zetten voor de Renault Mégane R26.R. Want hoe subliem die circuitspecial ook is, als daily driver zijn gesneden slicks en castrerende vijfpuntsgordels een brug te ver. Zelfde verhaal voor de Focus RS die met zijn forse honger voor brandstof en banden buiten het bereik van gewone stervelingen valt, maar samen met de Renault wél de spirituele winnaar van 2009 is. Of ken je nog een ander jaar waarin niet één maar twee “betaalbare” voorwielaandrijvers de krijtlijnen van de hot hatch tot ver buiten het stadion verlegd hebben? Future classics op en top.

Andere verrassingen van 2009 zijn de (veel te kort geleefde) Grande Punto Abarth, (een tikkel te zwakke) Ford Fiesta 1.6 en (verdomd competente) Skoda Octavia RS terwijl de Opel Insignia OPC, MINI John Cooper Works en Alfa 159 TBi hun verwachtingen niet helemaal inlossen. Gedegen investeringen, daar niet van – maar ze missen stuk voor stuk dat organisch-intuïtieve stuurgevoel van de vijfsterrenhelden. En nu we het toch over gebreken hebben: de Subaru Impreza Boxer Diesel en Renault Mégane Coupé TCe blinken om te beginnen nergens in uit, maar wat ze het meest van al missen is karakter. En dat is in ons boek  nog erger dan de zware bak van de Insignia, de voorgeprogrammeerde gas van de MINI of uitgerangeerde motorklank van de Alfa.

renaultcliorscup

Pijnig ik mijn hersenen, dan heb ik dit jaar maar één wagen gereden waar écht niets op aan te merken valt. Niet op het uiterlijk (vet), niet op de praktische kant (hatchback), niet op de prijs (€18.950) en nog minder op de prestaties (deze al gezien?). Enige probleem: ‘mijn’ testversie van de Renault Clio RS Cup is ondertussen vervangen door een facelift die nog niet voorhanden is in het Belgische perspark. Maar als EVO’s Car of the Year een indicatie mag zijn, dan is het opgefriste model goed genoeg om de finale te halen met de Lotus Evora, Noble M600, Lamborghini Murciélage SV en Porsche 911 GT3. En nu ga ik even inloggen op Ebay.

Pieter Fret

Zonder sentimenteel te willen klinken – dat gebeurt al genoeg in deze periode: 2009 is een schitterend jaar geweest voor liefhebbers van (betaalbaar) gemotoriseerd speelgoed. Ondanks die vermaledijde crisis floreert de GTI-markt weer als in de gloriedagen, en daar hebben we bij DRIVR met volle teugen van genoten. Want laat ons wel wezen: geen enkele auto op de Belgische markt is tegenwoordig nog slecht. Vandaar ook dat we het afgelopen jaar geen buispunten hebben uitgedeeld – wat niet wil zeggen dat er niet hier en daar een steekje gevallen is. Dat scheidt de middelmatige producten van de grootse.

Bij die eerste groep moet ik met pijn in het hart de Alfa Romeo Brera 2.0 JTDM rekenen; voor mij zonder meer dé teleurstelling van het jaar. Veel had ik verwacht van mijn allereerste Alfa-ervaring, maar een gevoelloos stuur, overtollig vet en een blasfemische diesel dachten daar anders over. Naast de weerbarstige boîte van de Mitsubishi Colt Ralliart waren het verder vooral enkele Renaults die mij pijnlijke momenten bezorgden. Zo verdient de Mégane 2.0 TCe de titel van ‘saaiste hatch van het jaar’, terwijl ik na acht uur op de strafbank van een Laguna Coupé bijna een kopje kleiner geknotst was (en ik had al niet veel overschot).

Maar van zodra RenaultSport zich ermee gaat bemoeien, is de ommekeer haast ongelooflijk. De Clio RS op een Ardens kronkelbaantje is pure magie – al blijf ik erbij dat die wispelturige bromtol mij naar het leven staat. Minder angstaanjagend amusement biedt de Twingo RS, die met 133 atmosferische pk’tjes en de wendbaarheid van een huisvlieg heerlijke herinneringen oproept aan de R5 Alpine en tijdgenoten. Zelden zo veel fun gehad op een (volkomen bemodderde) test trouwens – al komt sneeuwglijden in de Opel Corsa GSI of dragracen in de Abarth “ik ben écht een Ferrari!” 500 in de buurt.

Ford Focus RS

Maar het lijkt me toch dat we de twee beste wagens van het jaar samen getest hebben in april. Het fundamentalisme van de gerolkooide Renault Mégane R26.R is tegelijkertijd zijn grootste sterkte én beperking: dit is – zoals Ken al terecht opmerkte – verre van een daily driver. En was dat nu niet net de hele bestaansreden van een hot hatch? Nee, mijn auto van het jaar is de Ford Focus RS. Vergeet wat je denkt dat een snelle hatch is; niéts kan je voorbereiden op de overdonderende turboboost van dit gifgroene monster. Een voorwielaangedreven rallywagen, dat is het. Met een achterbank. En een ruime kofferbak. Die tupperware moet je er maar bij nemen.

Cedric Dervoigne

Omdat je hoofd of je huis vandaag vermoedelijk één grote janboel is, val ik maar meteen met de deur in huis: Pieters gifgroene kikker mag medio maart dan wel de ster van de Corniche geweest zijn, bij verder testonderzoek in kletsnatte omstandigheden met eerder versleten schoeisel vertaalden 300 paarden zich in problemen, waardoor ik hem ondanks zijn vijf vermaarde R’s niet op het allerhoogste schavot ga plaatsen. Onder diezelfde noemer van ‘net niet’ maar oh so fucking nice verschijnt ook Mazda’s budgetroadster. En met budget in het achterhoofd prefereer ik wel degelijk de Luxemburgse basisversie van de MX-5. Met kleinere zestienduimers voor de hogere dosis fun en zonder toeters en bellen om meer centen te kunnen spenderen aan enkele porties RON95. Santé!

Maar zelfs op dieselvlak verdienen enkele rendez-vous zeker een naoorlogse medaille. Zo mag Jaguars nieuwe XF zich gerust een DRIVR‘s car in maatpak noemen – zowel met de crème van een dieselmotor als met de brullende nieuwe 5.0 V8 Supercharger (waarover later meer). Helaas werden er ook enkele mindere prestaties genoteerd. Zonder het etiket ‘slecht’ opgespeld te krijgen, passeert de sportief ogende Mégane 2.0 TCe ook hier als grootste teleurstelling van 2009. Een prestatie die Renault in 2010 naar verluidt zal weggommen met haar nieuwe Focus RS beater. Ook het feit dat Italië het afgelopen jaar geen DRIVR‘s car wist af te leveren doet niet meteen het beste vermoeden voor 2010 en laat een collectieve traan over deze frontpage rollen…

_mg_0761

Welke mij het voobije testjaar dan wel bijgebleven is? Eentje die erin slaagde om mij ‘s nachts de straat op te drijven terwijl mijn broodnodige portie nachtrust vergeefs om aandacht schreeuwde. Hardcore als de Renault Mégane R26.R nu eenmaal is, word ik dan ook bijna geil om met zo’n non-daily in het verkeer te rijden. Het duurt zestig seconden om een Le Mans-start uit te voeren, als je geoefend hebt tenminste. Doe je dat niet, dan duurt het nog langer omdat (a) het harnas je nageslacht afklemt of (b) je het gapende voorportier niet meer kan bereiken. En dan moet je ook nog eens honderd procent via de spiegels inparkeren, is er door de halve rolkooi noch een achterbank, noch een betekenisvolle stouwruimte en valt er alleen wat muziek te componeren via de (gelukkig) slecht geïsoleerde geblazen vierpitter met frequente whoosshh-solo. Bedenk daarbij de onvergetelijke grip van de Toyo-semislicks en de schrikbarende efficiëntie van de half-afgestelde racesetup en je weet waarom mijn DRIVR-award het vergulde plaatje ‘R26 Radicale’ draagt.

[Bijzondere dank aan huisfotograaf Jeroen P en alle Belgische merkimporteurs]

Share Button

One Response

  1. ElmoTheElk says:

    RenaultSport heeft weer zijn beste beentje voor gezet. Ben beniewd wat ze in 2010 voor moois gaan brengen, zoals de nieuwe Megane RS. Het mooist zou natuurlijk zijn dat de andere fabrikanten allemaal proberen de Renaultjes te overtreffen! Succesvol 2010 gewenst, DRIVr-leden.

Leave a Reply