DRIVR

Perspresentatie: 20 Jaar Lexus (incl. Gammatest)

img_8273

Je moet het maar doen: het luxesegment binnenvallen en meteen potten breken. Lexus is er (naar autonormen) op korte tijd in geslaagd een premium imago te creëren en heeft zich gaandeweg voldoende weten te onderscheiden van de concurrentie. Twintig jaar Duitse schenen schoppen is dan ook een goede reden om de champagne te doen knallen – en wie zijn wij om daar niet op in te gaan?

img_8185

De luxedivisie van Toyota nodigde de pers uit in de poepchique Wide Gallery te Vorst voor een overzicht van verleden, heden én toekomst. Hoe het allemaal begon? Met een luxueslee die de Yanks anno 1989 toonde wat build quality en refinement was: de LS400. In 1991 zette Lexus dat offensief verder met de GS die de Fünfer en E-Klasse paroli bood dankzij een vleugje Italiaans design. Ook de compacte RX was in 1998 goed bij de les toen de luxe-SUV’s opkwamen, terwijl het gamma datzelfde jaar nog uitgebreid werd met de IS die duidelijk gebaseerd was op de BMW 3-Reeks. In de beginperiode kregen de Japanners vaak (terecht) het verwijt te veel naar de concurrentie te kijken, maar met de jaren ontwikkelde Lexus een eigen stijl. Het Unique Selling Proposition werd daarbij de hybride aandrijving, die voor het eerst te zien was op de RX 400h en intussen bijna over heel het gamma terug te vinden is. Daarmee heeft het luxemerk net als het moederhuis vandaag een streep voor op de concurrentie.

Op het heden komen we straks terug, eerst fast forward naar de toekomst. Lexus maakte van de festiviteiten gebruik om de nieuwe CT 200h in de spots te zetten. Het luxemerk begeeft zich hiermee voor het eerst in het compacte premiumsegment, waar de BMW 1 en de Audi A3 momenteel de plak zwaaien – maar waar ook Alfa en Lancia een deel van de koek willen en de massaconstructeurs het steeds hogerop gaan zoeken. Om een unieke plaats in die arena te reserveren, biedt Lexus de CT enkel als hybride aan. Een diesel zou ongetwijfeld meer (fleet)kopers aantrekken, maar Lexus wil zijn luxe-imago absoluut behouden en daarbij is exclusiviteit van groot belang. Als onderdeel van het grote Toyota kan het merk zich immers permitteren om ‘klein’ te blijven en niet de toer van de Duitse Drie op te gaan die hun best doen om elk gaatje in de markt te vullen, maar daardoor het risico lopen mainstream te worden. De CT 200h ziet er in the flesh trouwens beter uit dan op foto, maar het blijft een onsamenhangend ontwerp met een te zware neus en dito kont.

lexusct200h4lexusct200h2

lexusct200h1lexusct200h3

Ermee rijden mocht nog niet, maar Autocar kon dat onlangs wel en was ongemeen scherp: “We couldn’t recommend the CT200h as even a pale substitute for its rivals”. Ouch! Zouden de Britten een slechte dag gehad hebben of pakt er onweer samen boven Lexus’ kleinste? Binnen een paar maanden kunnen we zelf oordelen. De prijzen zijn wel gekend en situeren zich tussen 28.900€ voor de basisversie en 40.740€ voor het complete Luxury Pack. En zolang de Overheid niks nieuws verzint, mag je daar nog eens 15% van aftrekken door het lage normverbruik van 3,8l/100km (89g CO2/km). Het gecombineerd vermogen bedraagt 136pk, waarmee de prestaties eerder bescheiden blijven: een top van 180km/u en een sprint naar de 100 in 10,3s. Op onze vraag of er iets straffers in de pijplijn zit, konden de mensen van Lexus nog niet concreet antwoorden. Verwacht alvast geen vuurwerk à la IS-F; als er al een potige versie komt, dan zal dat eerder een stevige hybride zijn. Lexus wringt zich trouwens in alle mogelijke bochten om hun kleinste niet als sportief te bestempelen, maar als ‘premium’ en ‘groen’. Willen ze daarmee alvast de wind uit de zeilen nemen van mogelijke criticasters die hem naast de zuinig sportieve 118d willen zetten?

img_8171

Tussen het huidige gamma en de wagens van de beginperiode stond ook de eye-catcher van het moment: de fenomenale LF-A. Mooi in de klassieke betekenis van het woord is hij niet, maar indrukwekkend des te meer. De beter boerende Belg blijkt er echter niet zo happig op, want Lexus verkocht geen enkel exemplaar in ons land. Vreemd. Net als het feit dat Lexus er ondanks een prijs van pakweg 400.000€ geen winst op maakt. Anderzijds zullen heel wat ontwikkelingen van pas komen in de toekomstige wagen van de gewone man; zo werd er gigantisch veel geïnvesteerd in de fabricatie van koolstofvezelversterkte vormstukken. Een ander mooi voorbeeld van de zin voor detail is de sluiting van de frameloze zijruiten die gewoon tegen de rubbers gedrukt worden en niet in een sleuf vallen. Het moet heel wat uren in de windtunnel gekost hebben dat systeem bij hoge snelheid dicht te krijgen…

img_8217

Lexus bood ons ook de kans om het gamma te testen, met speciale aandacht voor de nieuwe IS 200d oftewel een gedowntunede versie van de 2.2 diesel uit de IS 220d. Zowel collega Pieter Ameye als ikzelf waren niet laaiend enthousiast: eerder makke prestaties met weinig respons onderin, een ietwat goedkoop aanvoelende bakbediening en hoewel zeer stil stoort een diesel gewoon in de serene cockpit van een Lexus. Een automaat is trouwens in geen van beide diesels mogelijk. Geef ons dan maar de IS 250 met F-Sport pakket; de sportstoelen bieden een lagere zit en de edele V6 past gewoon veel beter in het geheel – ook al vlakt de automaat de ruigere kantjes dan weer af, wat voor DRIVRs misschien een domper op de feestvreugde zet. Op speciale bestelling blijkt het echter mogelijk om de tweeënhalf benzine met een manuele zesbak te krijgen…

img_8216

Hogerop in het gamma reden we ook met de GS 450h en die verraste ons met zijn aangenaam analoge karakter; iets wat je met al die hightech niet zou verwachten. De lage rijhouding is de beste in het gamma en de hernemingen zijn ronduit heftig dankzij het gecumuleerde koppel van 643Nm (368Nm van de 3.5 V6 en 275Nm van de elektromotor). We proefden ook even van de LS 600h die vooral imponeerde door de absolute stilte waarmee we elektrisch uit de ondergrondse parkeergarage gleden – een aparte ervaring. En dat laatste vat de constructeur Lexus perfect samen: een merk voor de meerwaardezoeker die verfijning boven de badge plaatst en blijkbaar hondstrouw is. Op naar de volgende twintig jaar.

[Foto’s: Pieter Ameye]

Share Button

5 Responses

  1. Frexy says:

    Lexus moet dringend iets aan zijn model-benamingen doen. Hoe wil/kan de modale mens al die willekeurige letters en cijfers uit mekaar houden?

  2. Benny Herdewyn says:

    Ben ik het mee eens: CT, IS(F), GS(h), RX(h), LS(h), LFA, het zijn niet de meest sprekende combinaties…
    Maar ook andere merken hebben van die ‘tongbrekers’: Peugeot RCZ versus Honda CR-Z, Mercedes CL,CLC,CLS,SL,SLK,SLS…
    Een mens zou op den duur nog verlangen naar echte namen zoals Corolla, Bluebird, Senator of Kadett (of toch maar niet?).

    • car-nut says:

      Pure marketingstrategie: met een nietszeggende naam of lettercombinatie (VT, RC-Z, CLS, GL,…) wordt het accent naar het merk verschoven! Die mensen rijden met een Lexus, Mercedes, Peugeot,… en niet met een Corolla, Kadett of Civic. De knapste prestaties op dit vlak moet je zoeken bij Porsche en BMW waar een cijfercombinatie meteen een merkassociatie oproept (911, 320, 530).

  3. Ken Divjak says:

    “Lexus wringt zich trouwens in alle mogelijke bochten om hun kleinste niet als sportief te bestempelen, maar als ‘premium’ en ‘groen’.”

    Daar zullen de Japanners wel een goede reden voor hebben. Want als ze een topsporter willen bouwen, dan doen ze net dat; de Lexus IS-F met LSD is van het beste dat we dit jaar mogen proberen hebben:

    http://drivr.be/2010/04/22/rijtest-lexus-is-f-my-2011-met-lsd/

    Of dat evenwel een reden is om de CT200h minder dynamisch af te stellen zoals Autocar insinueert!?

  4. Pieter Ameye says:

    Toch jammer dat er geen enkele gefortuneerde autofiel in België te vinden was voor de LF-A. Al was het maar voor de briljante soundtrack en het ingenieur-technisch vernuft dat op bepaalde plaatsen zoveel verder ligt dan bij de concurrentie.

    De vlieger ‘meer geld dan smaak’ gaat gelijk op.

Leave a Reply