DRIVR

Ken je Klassiekers: Carrozzeria Bosley MK I

“Frua, Vignale, Touring, eventueel Zagato – zonder twijfel Italiaans”, opperde ik in mijn jeugdige onwetendheid. Voor mij; de zwart/wit-foto van een spectaculaire coupé naar klassiek Europees recept, met daar naast zijn vermoedelijk fiere bezitter. De grille à la Ferrari 340 America, bolle flanken in rasechte Fiat 8V Supersonicstijl en tenslotte een sexy schouderlijn zoals Zagato’s interpretatie van diezelfde Otto Vu. Maar die aflopende daklijn? Nog nooit gezien. Rondvraag bood weinig of geen uitsluitsel. Tot daar het antwoord kwam van Nederlander – en vriend aan huis – Jeroen Booij: “Bosley luidde de naam.” Carrozzeria Bosley?

1955 Bosley mk1

Klinkt al even Italiaans als nazdorowje Frans. Stichter Richard Bosley had op zich dan ook niets van doen met de gelaarsde Republiek. Reeds op jonge leeftijd toonde de Amerikaan uit Mentor, Ohio grote interesse in snelle vierwielers. Niet veel later bood hij zijn diensten dan ook aan als vrijwilliger tijdens de 12 Uur van Sebring. Daar kwam hij in vervoering met de Europese auto-elite. Bosley bezat als vermogende twintiger van goede komaf een snelle Oldsmobile 88 en niet veel later – na het zien van een foto met Clark Gable – ook de snelste productie-auto ter wereld in de vorm van een XK120 Roadster. Maar de autofiel wou meer dan alleen (top)snelheid. De Jag mocht dan wel snel en degelijk zijn, qua pure beleving kwam de auto verre van in de buurt van wat Maserati, Alfa of Ferrari te bieden had. Ze waren lichter, scherper en vooral meer race minded dan de Jaguar. Zover kwam het echter niet. Want de prijs voor al dat overzees schoon was te hoog gegrepen. Hij besliste dan maar om zelf zijn droomauto in elkaar te schroeven. Hij had naar eigen zeggen voldoende ervaring met het maken van schaalmodellen. “How hard can it be?”

Monsterkoppel

De toen 21-jarige Bosley nam zich voor om van een beperkt aantal bestaande componenten te vertrekken en zelf voor frame, koetswerk, onderstel, interieur en afwerking in te staan. Hij vertrok van een zelfgemaakt buizenframe om daar de voorste stuurgeometrie van een Ford aan te bevestigen. De achteras kwam van een Lincoln en de remmen tekenden Mercury. Zijn achterophanging bouwde hij zelf en was een geïnspireerd op die van de Jaguar C-Type Le Mans racers. Achter de vooras geen frêle V12 of hoogtoerige V8 maar een loodzware Hemi V8 van om en bij de 300pk (goed voor een top van 260 km/h). Bosley koos bewust voor een betrouwbare en eenvoudige krachtbron, kwestie van bij pech te kunnen terugvallen op courant verkrijgbare onderdelen. Dat zorgde voor een bijkomend probleem. De eergierige Amerikaan moest en zou via vijf verzetten manueel zijn schakelwerk verrichten. Geen enkele Amerikaanse vijfbak kon echter het monsterkoppel van de Hemi aan. Noodgedwongen greep hij dan maar naar een archaïsche vijfbak uit een Dodge Ram die hij vervolgens hevig liet aanpassen door New Process Company.

bosley-tow-car

Bosley MK1bosley-rear-seebring55

Kinderspel in vergelijking met wat hem nog te wachten zou staan. Want het koetswerk van de auto moest en zou extreem licht worden. De edele kunst van het vormen van aluminium was de man niet gegeven, dus ging hij het voor die tijd exotischer zoeken. De eerste glasvezeltoepassingen deden stilaan hun intrede en dat leek de tuinbouwer de betere optie. Ervaring deed hij op bij een naburig bedrijf dat later ook zou instaan voor het kunststof koetswerk van de Chevrolet Corvette. Met het advies bouwde hij een plaasteren vorm die hij tegelijk als 3D-model gebruikte en construeerde er het glasvezel over. Gevolg was dat het koetswerk varieerde van 0,3mm tot 4cm op plaatsen waarvan hij dacht dat ze extra stevigheid vereisten. De complexe vormen en vele subtiele glooiingen moeten een nachtmerrie zijn geweest om vorm te geven, maar het toont tegelijk dat Bosley over bijzondere gaven en het nodige doorzettingsvermogen beschikte.

Rijdersauto

Het verschil zit hem dan ook in de ontelbare details. Een achterruit van een Ford fungeerde als voorruit, maar de plexiglas zij- en achterruit construeerde hij zelf. Net zoals de aluminium achterbumpers. De magnesium Halibrandvelgen dienden het onafgeveerd gewicht tot een minimum te beperken en de subtiele achterlichten kwamen van een Chrysler uit de jaren ‘30. Als detailgek ging Richard pas helemaal te keer in het interieur. De chirurgische precisie, afwerking, vormgeving en gebruikte materialen doen opnieuw niet vermoeden dat het om een Amerikaans ontwerp gaat. Vijf centrale Stewart Warner-tellers werden subtiel aangepast, en voor de snelheidsmeter en toerenteller gebruikte hij dan weer gemodificeerde Ford Politie-tellers. Verder zijn er twee lederen kuipjes en is de cockpit van kop tot teen gehuld in weelderige materialen.

55648-500-0

Toch beschouwde hij zijn project in de eerste plaats als een rijdersauto. Vandaar de beslissing om een benzinetank van 208 liter en een race-geïnspireerde snelle vulopening in het ontwerp te integreren. Bijzonder was dat de auto zowel een mechanische- als elektrische benzinepomp had, kwestie van altijd voldoende brandstof ter beschikking te hebben. De opeenvolgende jaren zette hij dan ook meer dan 160.000km op de fraaie tellers, om de auto in 1957 bij lokaal GM-dealer en SCCA-racer Dick Doane in te ruilen voor een geprepareerde Corvette SR-2. Het zou tegelijk de basis vormen van zijn volgend project dat onder de naam Interstate meer langeafstands-GT dan sportwagen werd.

Beide wagens bestaan vandaag nog steeds. De MK I werd van kop tot teen gerestaureerd en siert in de States tentoonstellingen en concours. De Interstate, waar veel minder over geweten is, bestaat eveneens nog, maar zou een grondige restauratie nodig hebben.

Bosley Interstate

[Uitgebreide reeks foto's: klik]
Share Button

8 Responses

  1. Bedankt voor dit bericht, ik kende de Bosley nog niet. Wat een geweldige onderneming om je droom om te zetten in een vierwielige werkelijkheid.

  2. Ken Divjak says:

    Bwaa – Richard heeft toch goed naar de Maserati A6GCS gekeken als je het mij vraagt…

    maseratia6gcs

    • AnthonyG says:

      op fb dacht ik dat de foto een on-off variante van de siata 8V was.

      • Pieter Ameye says:

        Heeft er veel van weg ja. Op zich zijn er veel gelijkenissen met tijds- en soortgenoten. Maar de Bosley blijft niettemin een apart apparaat.

    • Benny Herdewyn says:

      In elk timeframe vertonen wagens (kleding, archictuur) wel gelijkenissen. Daar is op zich niks mis mee. Zeker niet als het om zulke pure vormgeving gaat. Ferm gevonden Pieter!

  3. AnthonyG says:

    (On the topic of oldtimers, ik heb iets dat wel een artikel waardig is op deze site, waar moet ik dat naartoe sturen?)

  4. Flaminia says:

    Het waren plezante tijden. Een samenraapsel van onderdelen aan elkaar schroeven, een “kaske” d’erover en rijden maar!

Leave a Reply