DRIVR

Aston Martin Virage: A Blast from the Past

Oranje, opvallend en mooi, maar nu al beu: in een notendop onze voornaamste gevoelens bij de nieuwe Aston Martin Virage. Een zoveelste copycat van de bestaande – weliswaar succesvolle – designtaal. Daar waar niemand nog plaats zag tussen de DB9 en de sportievere DBS, weet de Britse constructeur er toch nog een ga(a)t(je) in het gamma mee op te vullen. Hoog tijd om de klok 22 jaar terug te draaien en de allereerste Virage ten tonele te roepen: een peperdure Grand Tourer die de hoekige, stoere fastback V8 uit de seventies voorgoed wegwuifde en ‘modern’ weer op Astons radar plaatste.

aston_martin-virage_1988_1024x7681

Maar wat heet modern, wanneer het moederhuis enkele functionele onderdelen moest gaan lenen bij onder meer Ford, VW en Jaguar? De in ontwikkeling peperdure lichtblokken kennen we immers van de toenmalige Audi 100 en VW Scirocco, terwijl het interieur dan weer Ford en General Motors ademt. De lanceringsperiode eind jaren tachtig viel bovendien nog eens in een minder gunstig economisch klimaat, waarbij iedereen opnieuw de broeksriem aantrok en niet meer onvoorwaardelijk de prijs van een kleine villa op tafel smeet voor een supercar met tweedehandse onderdelen. Goed voor verzamelaars enkele jaren later, want het uitgebleven succes zorgde voor een sterke depreciatie, terwijl de productieteller van de gesloten Virage op slechts 355 bleef steken.

aston_martin-virage_1988_800x600_wallpaper_06

Gelukkig herbergde de motorkap een juweel, want ondanks zijn droge 1,8 ton stond de Virage in zes tellen aan de honderd. Met dank aan een atmosferische 5.4 liter-V8, goed voor een toen niet onaardige 330 pk en 475 Newtonmeters. De versie met manuele bak genoot duidelijk de voorkeur, want de automaat kende in eerste instantie slechts drie verzetten en moest dan ook toegevingen doen op het vlak van performance en rijplezier. Wat dat laatste betreft, komt de Virage niet meteen voor de dag als de ideale DRIVRs car. Met zijn obees koetswerk en niet volledig onafhankelijke achteras waren er in de vroege nineties immers beter sturende GT’s te krijgen.

aston_martin-virage_1988_800x600_wallpaper_03

Wie vandaag een gebruikte Virage op de kop wil tikken, haalt voor relatief weinig geld een exclusieve brok Engelse handmade autogeschiedenis binnen – jaloerse of op zijn minst nieuwsgierige blikken gegarandeerd. Want of je hem nu adoreert dan wel verwenst, het blijft een curiosum dat met een prijskaartje van om en bij de 30.000 euro gerust een koopje genoemd mag worden. Eind jaren tachtig was je er immers om en bij de 8 miljoen historische Belgenfranken (+- 200.000 euro) voor kwijt. De hoge onderhoudskosten en het matige afwerkingsniveau moet je er maar voor lief bijnemen.

Share Button

5 Responses

  1. Stijn says:

    Niet meteen een wagen die ik op deze site verwachtte. En immens hok dat ook door zijn, inderdaad, zéér matige fabricagekwaliteit iets heel Amerikaans uitstraalt. Vind het absoluut een AM onwaardig en zou die 30.000 euro elders spenderen. Waarom niet aan een andere Engelse Exoot, de Lotus Esprit V8? Voor 35.000 euro vind je nu al deze zéér snelle wagen. Met zijn 355 pk sterke (geblazen) V8 liet hij in het kilometersprintje (test van Autogids) bijna alle rivalen (met uitzondering van de 993 Turbo) in het stof bijten. De 355 was kansloos, dat waren de 550, 575 en 360 ook. Het zou 9 jaar duren, met F430, voordat Ferrari met een sneller alternatief op de proppen kwam. En toen was de Esprit al uit productie. Ja, de kwaliteit was ook niet super, het geluid leek nog steeds dat van een viercilinder en de bak (Renault) schakelde erbarmelijk. Maar hoe goed zag deze (de eerste V8 met de Toyota achterlichten) er wel niet uit? Extreem laag en stoer en tevens pijlsnel…

  2. Het hoeft niet altijd puur rijdersmateriaal te zijn natuurlijk. Enkele exoten (want dat is hij absoluut – hoe mager de afwerking ook mag zijn) krijgen ook hun plaatsje alhier 😉

    En persoonlijk vind ik het design niet meteen mooi, maar wel cool, en dan vergeet je die lekkere V8 sound nog!

    Off the record, die Esprit zou ik ook verkiezen, al hebben de S1 en S2 vierpittermodellen ook veel flair, vind ik.

    • Ken Divjak says:

      Als ik me niet vergis komt collega Pieter Ameye binnenkort met een Esprit S1-repo!

    • Stijn says:

      Op foto kan de wagen nog meevallen maar heb hem enkele maken in levende lijven gezien (o.a. een showroomexemplaar op Techno Classica) en dan is de liefde snel over. De gigantische omvang van het ding alleen al, voeg daarbij nog de vormloosheid van diverse panelen. Enja de gigantische ‘panel gaps’…

      Zeker, later had je ook nog de GT3. Alleen ja, die V8 had dezelfde puike wegligging alleen was je nog sneller bij de volgende bocht 🙂

Leave a Reply