DRIVR

Gastbijdrage:
Klassiekertest – Flat-Floor Jaguar E-type 3.8

Af en toe is het goed om tijd te stelen. Om de onvoorziene witregel in de agenda diezelfde kleur te laten. Om onder de radar te duiken en met de fijnere dingen des levens essentie uit te lokken. Batterijen laden. En omdat een dergelijk authentiek moment even zeldzaam is als een Belgische regering, ga je enkel voor het allerbeste gezelschap. Puur, oorspronkelijk, eerlijk: authenticiteit kan op talloze manieren worden omschreven, maar is lastig tastbaar te maken. Niet zo voor deze DRIVR. Die dweept met een 1961 flat-floor Jaguar E-type 3.8!

e08

Het is vrijdag, lunchtijd die er niet is. De afspraak van vanmiddag gaat plots niet door. Zou ik? Ja, want de mailachterstand is al langer hopeloos en de zon schijnt, de komende weken blijven nog druk. Onder een hoes wacht de vijfenzeventigste linksgestuurde E-type die uit Brown Lane rolde. Het moet de lente van ’61 zelf geweest zijn, meteen na de lancering in maart. (Dag op dag wellicht precies vijftig jaar geleden wanneer DRIVR deze feature publiceert!) Authentieker kom je ze niet tegen. Getuige de vlakke vloerplaten die al in ’62 vervangen zouden worden door dieper metaal dat meer ruimte bood en retrospectief de naam flat-floor E-type opleverde aan mijn partner in crime van die middag. Idem de external bonnet locks van de onwezenlijke motorkap. Door zelfs de betere amateur soms bekeken als ‘After market misschien?’, maar wel degelijk een origineel kenmerk van de zowat eerste vierhonderd geproduceerde E-raskatten! Ook de in de motorkap gelaste eerder dan geponste louvres van de allervroegste exemplaren laten de speekselproductie van connoisseurs pieken, bedenk ik als ik de Jag opstart en voor een ritje gijzel.

e12

De lancering van de E-type vond in maart 1961 plaats in Genève. Een maand later was het de beurt aan New York. Het is niet overdreven te stellen dat de invloed die de E-type van bij het begin had niet overschat kan worden. Volgens Jaguar’s huidige design pief Ian Callum behelst de E-type perfect de geest van een revolutionaire periode die de sixties-Jag later zelf zou symboliseren. Zowel technisch als cosmetisch baanbrekend in zijn tijd. En een koopje in vergelijking met Italiaanse exoten en mede-eilandgenoten. Een krant kopte de lancering van Jag’s icoon als ‘the most wanted car in the world’. De E-type is uitgekristalliseerde potentie van het Britse auto-eiland. Jaguar’s doopnaam was overigens Swallow Sidecar Company. Begeesterd door Sir Lyon Williams maakte het fabriekje vanaf 1922 zijspannen voor motoren en groeide door naar vierwielers. Na de Tweede Wereldoorlog drong een naamsverandering zich op om een connotatie van de SS initialen van het bedrijf te neutraliseren. Yep, daar was Jaguar. Toen nog generaties ver verwijderd van volgende eigenaars British Leyland, Ford en nu Tata Motors.

e03

e16

De E-type’s stamboom is niet van de poes met briljante sportwagens als de SS100 en de XK120. Die laatste zou de basis vormen voor de C- en D-types die de zwartwit geblokte vlag du Mans vaak als eerste zagen wapperen. De door drie SU’s gespeende 3.8 liter in-lijn-zespitter van de donkerblauwe OTS (Open Two Seater) waarmee ik mijn vrijdagmiddag steel, werd gebruikt in de laatste evolutie van de XK150, de XK150S. Een op papier optimistische 265 pk bleken in realiteit een kleinere kudde, maar bewezen goed voor een top van bijna 240 km/u. De E-type vertoont zich op het eeuwigdurende betonlint als een van de beste all-rounders die mijn klassiekerpalmares rijk is. Ik heb geen last van de krappe flat-floors, voel me gentleman driver drivr in de elegante kuipjes die een alleen-voorrecht zijn van de 3.8 versie. De E-type voelt gevat aan. Niets doet vermoeden dat de lengte die de gemiddelde garagebox te boven gaat hem tot geen kleine wagen maakt. De ophanging voelt gesofisticeerd aan. De besturing antwoordt instinctief. De XK krachteenheid (die tot midden jaren tachtig in productie zou blijven) is wellicht een van de aangenaamste motoren ooit gemaakt. Dynamisch en verrassend performant zonder bruut te zijn. Engelse klasse.

e05

Weg van alles volgen de bochtige wegen rond DRIVR’s thuisbasis elkaar in aangenaam tempo op. Gemopper over de stugge Moss versnellingsbak is in deze Jag niet op zijn plaats. De pook klikt gewillig hoger en lager. Even zacht en comfortabel als de E-type is wanneer je met de rechtervoet streelt, zo klauwend komt hij uit de hoek als je het gaspedaal kordaat beroert. Het duurde even vooraleer de E-type zich op circuit bewees (onder andere met de Lightweight), maar het karakter van de XK zes-in-lijn laat geen twijfel. Het koppel is genereus, de melodie uit de uitlaat symfonisch, de wijzer van de snelheidsmeter snel klimmend, de schijfremmen doeltreffend en precies. Deze Jag is niet verlegen om een sportieve ingesteldheid. Maar evengoed kunnen het picknickdeken en de bubbelglazen mee voor wat elegantie en finesse. Deze Jaguar kent zijn werelden.

e15

Het was initieel niet Jaguar’s bedoeling om hoge productieaantallen te halen met de E-type. Maar net zoals dat bij de XK120 het geval was, liep het anders. De laatste E-type rijdt met het dubbele aantal cilinders van de eerste en ruim 70.000 exemplaren later uit de fabriekshallen in 1974. Ondertussen hadden ook een 4.2 liter en enkele botoxingrepen de E-type al laten evolueren. Mijn excuses voor zere tenen, maar ik wil gezegd dat enkel de E-types Series 1 (1961-1967) – en dan alleen de OTS en de FHC (Fixed Head Coupe), niet de uitgerokken 2+2 met hogere daklijn – het verdienen kunst genoemd te worden. Maar dan ook terecht. Het New York Museum of Modern Art heeft er eentje in permanente tentoonstelling. Andere types dan de Series 1 doen in het verkeerde licht vermoeden dat ze met een optionele schroef net zo goed in het water zouden functioneren als op het asfalt. De Series 1 daarentegen kent een uitgepuurde stroomlinie van de hand van Malcolm Sayer. De ongeziene vorm maakt de Jag even Brits als een mini(rok).

e11

Mijn E-type heeft ondertussen aardig gespind. De koelte van de avond begint te vallen. Het picknickdeken bedekt de schoot van het wonder naast mij. Ik ben lang geleden gestopt een horloge te dragen, maar dan nog zijn de instant kiekjes uit mijn herinnering aan vanmiddag tijdloos. Onwerelds. Als ware het een schilderij.

fearnley

Weggecijferd | 1961 Jaguar E-type 3.8

Motor 3781 cc Jaguar XK ‘S’
Aandrijving achterwielen, Moss vierbak
Vermogen 265 bhp @ 5500 tpm
Koppel 353 Nm @ 4000 tpm
Gewicht 1.197 kg
Acceleratie (0-96 km/u) 7,1 s
Topsnelheid 240 km/u
Productieaantal (alle) 72,507

[Polaroids: Ken Divjak, schilderij: Alan Fearnley, locatie: Château de la Motte,
Hat Tips: Michel T., Isabelle W.]

e06

Share Button

9 Responses

  1. Stijn says:

    Mooie ode aan een van de grootste klassieker. Goede verhaallijn met fijne weetjes.

  2. fre says:

    dank voor tekstuele en fotografische creativiteit!

  3. Charlo says:

    Prachtig geschreven, uitmuntende fotografie. Drivr ten voeten uit, dus.

    • Ken Divjak says:

      En dan nog te bedenken dat auteur Jeroen Thys niet meer voldoende tijd heeft om DRIVR regelmatig van klassiekerbijdrages te spijzen…

      Ge zout ze toch soms de nek omdraaien zunne…;)

      Anderzijds wel goed nieuws voor onze gastbijdrage-rubriek die we weer structureel gaan uitbouwen!

      • Charlo says:

        Nou, da’s jammer.

        Moesten mijn schrijvelarijen nu wat beter zijn en de postproductie van mijn foto’s effectief bestaan (én op iets trekken), ik zou zo mee inspringen 😉

  4. AnthonyG says:

    Love the polaroids. 🙂

  5. Ken Divjak says:

    Merci! ‘t Zijn Fuji Instax oftewel breedbeeld-Polaroids.

    Alleen spijtig dat de camera tijdens deze shoot tegen de grond gegaan is (los van zijn schouderband geglipt) waardoor het linkerdeel van het beeld nu wazig is zoals te zien op foto 1 met de poort…

    • Stijn says:

      Ik vond het al een originele bewerking :). Heb ook veel over voor een ‘opvallende’ foto maar nu ook dat weer niet. Denk dat het unieke karakter verzekerd is!

Leave a Reply