DRIVR

Raceklassiekers (7): Renault-Alpine A110

Van garagehouder tot wereldkampioen rally: het verhaal van de Fransman Jean Rédélé klinkt ongelooflijk – niet toevallig dé conditio sine qua non voor opname in onze reeks ‘Raceklassiekers’. Ronkende namen als de Ford GT40, Mazda 787B, BRM V16, Lancia Stratos, BMC Mini Cooper S en Porsche 917 passeerden al de revue. Vandaag mag de Alpine A110 DRIVR‘s Hall of Fame vervoegen.

alpine20_1000

We schrijven 1947. Twee jaar na de Tweede Wereldoorlog likt Frankrijk nog steeds zijn wonden. Het noorden van het land, dat tijdens de passage van de Amerikaanse en Britse troepen richting Duitsland volledig in puin was gelegd, wordt langzaam maar zeker heropgebouwd. Zo ook Dieppe, een kuststadje langs het Kanaal en tevens de thuisbasis van Jean Rédélé, de jongste autoverkoper in Frankrijk. Veel werk heeft hij niet, want de ooit zo trotse Franse auto-industrie heeft zich nog lang niet hersteld. Nieuwe modellen zijn er amper, en de verarmde bevolking heeft toch geen geld voor zulke luxe-artikelen.

4cv1_1000
De Renault 4CV, waarin Jean Rédélé begon te racen.

Tot Renault dat jaar de 4CV lanceert. De kleine hatchback werd al tijdens de oorlog ontworpen als betaalbaar transport voor het naoorlogse Frankrijk. De verkoop in Rédélés garage komt op gang, en tijdens het sleutelen bedenkt de jongeman zich dat de autootjes ideaal zouden zijn voor de rallysport. In 1950 besluit hij zich in te schrijven voor de lokale rit Dieppe-Rouen. Het levert meteen winst op, en die eerste overwinning smaakt naar meer. Al snel begint Rédélé verbeteringen aan te brengen aan de 4CV, zoals een vijf- in plaats van een driebak en een aluminium carrosserie om het gewicht te drukken. Dat hij geen half werk leverde, bewijzen geslaagde passages in de 24 Uren van Le Mans, de Mille Miglia en de 12 Uren van Sebring.

alpine19_1000
De A106, de allereerste echte Alpine.

Zijn grootste successen behaalde Rédélé echter in de Coupe des Alpes. Toen de groeiende vraag naar race-Renaultjes hem in 1954 noopte tot het opstarten van een motorsportbedrijfje, doopte hij het dan ook toepasselijk ‘Alpine’. Een jaar later verscheen zijn eerste eigen model: de A106, een knap coupeetje op basis van de 4CV, waarvan de Italiaanse designer Michelotti later een cabrioversie zou ontwerpen. De styling daarvan stond in 1958 dan weer model voor de A108, een gestroomlijnde 2+2 coupé. Al deze wagens waren gebouwd rond een centraal ruggengraatchassis met daarrond een ultralicht koetswerk uit glasvezel, naar het lichtende voorbeeld van de Lotus Elan. De racesuccessen bleven dan ook niet uit.

alpine05_1000
De legendarische Alpine A110 (1962).

Begin jaren zestig begon het Alpinechassis echter stilaan sporen van ouderdom te vertonen. Toen Renault in ’62 de R8 lanceerde, besloot Rédélé meteen diens nieuwe chassis, mechaniek en (Gordini-)motoren in bruikleen te nemen. De Alpine A110 Berlinette was geboren. De rally-overwinningen stapelden zich op, en dat ging ook bij Renault niet onopgemerkt voorbij. In 1968 kreeg Alpine het volledige rallybudget van de Franse gigant toegewezen, terwijl in de showrooms de rollen werden omgekeerd: officiële Renault-dealers in heel Frankrijk begonnen Alpines te verkopen en te herstellen – de onderliggende techniek was hen toch bekend.

alpine10_1000

Toch was het pas in de jaren zeventig dat Alpine zich écht bij de groten der rallysport zou scharen. In 1971 bezette de Franse renstal het volledige podium in de prestigieuze rally van Monte Carlo – net als de Mini’s precies vijf jaar eerder. Nochtans had de A110 qua layout meer gemeen met de Porsche 911, die het wereldkampioenschap sinds 1968 gedomineerd had: de motor lag achter de (aangedreven) achteras – in dit geval het gloednieuwe aluminium blok uit de Renault 16, wiens 125 pk’s de A110 desgewenst voorstuwden tot 210 km/h. Verbaast het nog dat Alpine de 1-2-3 in Monaco nog eens dunnetjes overdeed in 1973, om vervolgens ook de wereldtitel binnen te rijven?

alpine14_1000

De overwinningen hadden een enorme impact op de globale bekendheid van en belangstelling voor het merk. De afzet bleef toenemen en lokale fabrieken werd opgestart in Bulgarije, Mexico en Brazilië, waar een zekere Emerson Fittipaldi er successen mee oogstte. In 1973 brak echter een internationale oliecrisis uit, die de interesse in sportwagens op een laag pitje zette. De verkoop stortte in en Alpine kwam al snel in geldnood. Een overname door Renault bleek de enige uitweg.

alpine15_1000

Dat was echter niet het einde van de miserie, want ondanks een upgrade naar een 1.8 met 180 pk (voor 620 kg!), bleek de A110 in 1974 niet opgewassen tegen de 280 Ferrari-pk’s en middenmotorconfiguratie van de Lancia Stratos. Een nieuw tijdperk was aangebroken in de rallywereld, waarin geen plaats meer was voor de verouderde Alpines. Renault, dat inmiddels ook tuninghuis Gordini had ingelijfd, besloot zijn pijlen te richten op een nieuwe uitdaging: de 24 Uren van Le Mans. Met succes overigens: de Renault Alpine A442B behaalde de algemene overwinning in 1978. Met dank aan een motor uitgerust met een turbo; een technologie waarmee Alpine ervaring had. In 1972 had Jean-Luc Thérier immers als eerste een internationale rally gewonnen met een turbomotor, in een aangepaste A110 – lang voor er sprake was van de Groep B-monsters die de techniek zouden inburgeren.

alpine32

Hoewel de naam Alpine sinds 1995 niet meer gebruikt wordt, leeft de legendarische constructeur verder in RenaultSport, dat midden jaren zeventig geboren werd uit het huwelijk van Alpine en Gordini onder eigenaarschap van Renault. Daar waren de troepen van Rédélé onder meer verantwoordelijk voor iconen als de R5 Turbo, de Clio Williams en de Clio V6, en recenter de klasseleidende RS-producten op basis van de Clio en de Mégane. In 2007 kondigde marketingmanager Patrick Blain overigens aan dat er een gloednieuw Alpine-model ontwikkeld werd op het Premium Midship-platform van de Nissan GT-R. Helaas brak enkele maanden later de financiële crisis uit, waardoor het project tot nader order ergens in een koelkast in Dieppe ligt. Voorlopig blijft het dus bij een herinnering; maar wát voor één…

[Foto’s: Renault en Flickr – Thumbnail & banner: Jeroen Peeters voor Red Racing Green]

Share Button

7 Responses

  1. ElmoTheElk says:

    Waanzinnig mooie auto. Terecht een plek gekregen in jullie raceklassiekersserie.

  2. Ken Divjak says:

    Als het over de A110 gaat, dan kan ik het niet laten om deze op te rakelen:

    (nog zo’n werkje van Jeroen Peeters trouwens…)

    • Jeroenp says:

      Ter info: Stéphane Lémeret aan het stuur, tijdens de reportage voor Red Racing Green.
      (De camera was een GoPro van de eigenaar van de Alpine.)

  3. Bruno says:

    Heb nog een exemplaar in Rally uitvoering zien staan in GW afgelopen weekend. Is een mooi model, beetje vreemd qua looks, maar echt een klassieker. Hij vloog ook serieus door de Forest Rallystage.

  4. Bruno says:

    Hoe kan ik een foto embedden trouwens? Had een mooie erbij gezet.

Leave a Reply