DRIVR

Column: Relaas van een Gewonde Stier

Het is een kalme en druilerige namiddag wanneer de telefoon gaat. Op de achtergrond de Tour die op zijn laatste benen loopt, in het achterhoofd de naweeën van een nachtje Gentse Feesten. Op de tonen van ‘Louie, Louie’ van de Kingsmen stap ik met weinig concrete verwachtingen naar het rinkelende kleinood toe. ‘Halo?’, ‘Wat staat er?’, vraag ik met ongeloof – maar tegelijk beseffende dat ik het maar al te goed gehoord heb. ‘Serieus? ‘Ik kom eraan!’, voeg ik er nog gauw aan toe. En spring nog voor de telefoon goed en wel dicht ligt, de auto in. Dit wordt goed!

miura-pola1Goed en wel vertrokken kom ik tot het besef dat het schamel aantal overgebleven pk’s van het Franse welpje nauwelijks volstaan. Niet in dagdagelijkse situaties, en nu al helemaal niet. Enthousiast laverend tussen het verkeer baan ik mij een weg tussen de nonkel Bobs en tante Terry’s – steevast voorafgegaan door een controle op blauw in de spiegels. ‘Komaan zeg, dat kan best wat vlotter’. Het lijkt wel alsof er en universeel complot lijkt gesmeed. Momentum behouden, daar gaat het de volgende 10 à 15 minuten om. Remmen is geen optie, terugschakelen een constante. De atmosferische viercilinder met nog geen liter inhoud moet dan ook fel aangemoedigd worden zodat hij zijn octaanvocht in een voorwaartse beweging zou omzetten. Wat in principe vijf minuten had moeten zijn worden snel vijftien, misschien wel twintig minuten. Staat hij er nog? Heb ik hem gemist? Nog een kilometer. Het stoplicht springt op rood. Een vloek weerklinkt. Dan maar in de remmen. Neem ik de kortste weg of toch maar via een minder drukke omweg? Ik gok op het laatste en hoop dat ik ’em daarmee niet ontloop. Nog 200 meter!

photo1007-pola

En daar verschijnt plots een ongemeen glooiend silhouet. Rood, afgewerkt met gouden accenten en de ultieme incarnatie van zeven jaar handgemaakte finesse. Ooit ontstaan als zijproject van een team gepassioneerde ingenieurs van vooraan de twintig. Met een radicaal design, dito lay-out met (semi) monocoque-chassis; en een naam die sedert zijn geboorte gelijk staat aan de metaal geworden personificatie van creatieve vrijheid. Beperkingen? Absoluut. Het ontwerp was niet bepaald gunstig wat betreft neerwaartse druk: Een fenomeen dat versterkt wordt door de ongunstige positie van de benzinetank net voor de vooras. Ook het rechtstreeks delen van de motorolie met de versnellingsbak had geen gunstig effect en werd bij de latere versies vakkundig verholpen.

miura_int

miura_sv_2miura_sv_4

Met 764 exemplaren gebouwd waarvan 150 SV’s, is deze de op één na zeldzaamste, maar ontegensprekelijk de meest waardevolle. De mooiste? Mwoa. Dan toch liever met lieflijke wimpers en kleine achterlichten zoals bij de originele P400 en de eerste lichting S’en. Toch staat hij hier zomaar in het straatbeeld. Een onwerkelijk zicht. Een kleine inspectie rondom levert enkele persoonlijke hints op. ‘In Rodagio’ weet een sticker op de voorruit. ‘Vintage Automobiles Monte Carlo’ valt er dan weer op de welgevormde kont te lezen. Het met blauw leder overtrokken interieur vertoont authenticiteit en is gelukkig niet (over)gerestaureerd. 12.496 miles staat er op de teller, wat meteen ook verraad dat het om een origineel Amerikaans exemplaar gaat. Iets wat tevens versterkt wordt dor de hexagonale centrale wielmoeren, beter dan de knock-off exemplaren. De foeilelijke U.S.-reflectoren zijn dan precies wel weer verwijderd. Maar je kan het zijn eigenaar moeilijk kwalijk nemen.

miura_sv_3

Ik neem snel wat foto’s en blijf verder onder de indruk van al dat moois. Vaak heb ik er met personen over gesproken die hem gereden hebben. Hun commentaren gaan van spectaculair tot ronduit intimiderend en zelfs schrikwekkend, maar meestal een combinatie van beiden. ‘Niet doen’, weten ze. En toch. Ooit kruip ik achter de twee prominente Jaeger Italia’s en breng ik zijn transversale 4 liter V12 tot leven. Proestend en stotterend, door elk van zijn vier IDL40 Webers die het mengsel van benzine en zuurstof rijkelijk richting cilinders sturen. Voluit gaan mag dan al een opgave zijn, het gevoel de bevallige stier te piloteren met zinderende soundtrack achter de oren moet grenzen aan het nirwana. Never meet your heroes? In dit geval toch maar op wagen.

miura_sv_5

De meeste passanten gunnen Gandini’s meesterwerk nauwelijks een blik, zich niet bewustzijnde van deze unieke opportuniteit. Gewoon een oude sportwagen, toch? Intussen druppelt het lichtjes verder. Verre van ideaal, maar het drapeert de auto in een aura van menselijkheid. Een welgekomen afwisseling van de vaak tot in krankzinnig detail gerestaureerde exemplaren die lichtjes vergaan: Als investering of wat dan ook, maar die vooral niet gereden worden.

miura_sv_6miura_sv_7

En dan weerklinkt een andere huil. Duidelijk afkomstig van old skool spul. In de verte de prominente snoet van een blauw/grijze 356 Daytona Spyder. Het lijkt wel kerstmis. De auto stopt en zijn eigenaar stapt uit richting Stier. Al snel raken we aan de praat en kom ik te weten dat het om een banale elektrische storing gaat. De tellers wouden niet meer en dan neem je geen risico’s. Fair enough. De eigenaar weet verder dat de auto zo goed als ongerestaureerd is en afkomstig van een Amerikaanse eigenaar. Die kocht destijds twee identieke exemplaren: Een om vaak te rijden en tenslotte deze om vooral naar te kijken. Enfin, dat veronderstel ik toch. Intussen stopt een tweede auto en al snel rolt het gewonde dier richting trailer. Niet eens gesloten bleek achteraf. Had ik het geweten…

miura_sv_8

Share Button

17 Responses

  1. Stijn says:

    Wauw! Weer een Belgische Miura SV erbij. Een kleine 10 jaar geleden stond er in Autogids reeds een retrotest met een gele Miura SV die in superstaat verkeerde. Blijft nog steeds een van de wagens die het meeste aantrekkingskracht op me uitoefent. Ermee rijden staat evenwel niet helemaal bovenaan mijn verlanglijstje, omwille van te verwachte acute stressaanvallen en daar ook ik vrees teleurgesteld uit te stappen.

    Heb wel een preferentie voor de SV, de bredere wielkasten achteraan en dito banden geven hem toch dat stoerdere uiterlijk.

    Voor de rest top geschreven, kan me als petrolhead de emoties goed voorstellen!

  2. Stijn says:

    Trouwens petrolheads die vroeger een Miura van Matchbox in hun kinderhanden hadden kunnen hun hart terug ophalen. Matchbox heeft deze immers terug in hun gamma opgenomen. Momenteel in de winkels in het geel, later volgt ook o.a. oranje. Voor minder dan 2 euro héél wat jeugdsentiment in huis:

  3. Pieter Ameye says:

    Als het iets meer mag zijn kan ik deze aanbevelen, heb ’em ook staan:

    • Stijn says:

      Staat al lang op mijn verlanglijstje. Eerste obstakel, kiezen tussen AutoArt en Kyosho. Dan nog de kleurkeuze, vind nergens helemaal mijn zin. Donkerblauw met goude accenten draagt lichtjes mijn voorkeur weg, maar nergens te vinden (in 1/18). Misschien toch maar voor wit/goud gaan of dan toch weer fel groen/zilver. Keuze…

  4. Flaminia says:

    Prachtig machien! Zelf heb ik liever de P400 maar we gaan niet moeilijk doen. Wat mij nog het meest tot de verbeelding spreekt was dat een kerel die toen zo’n beest kocht, er onmiddellijk mee kon gaan vlammen van hier tot in Italie (als hij zover geraakte, want de kwaliteit was toch even anders dan wat we nu gewoon zijn) zonder al te veel kopzorgen en in volle vrijheid genietend van zijn voertuig. Wat was het een prachtige tijd voor de autofanaten!

    De Miura doet me altijd denken aan deze film…

  5. Pieter Ameye says:

    Schitterend, die kende ik nog niet. Alleen jammer van de valse soundtrack. Gelukkig is er dit puur en onversneden materiaal:

  6. Jeroen Thys says:

    This is a self-preservation society.

    • Pieter Ameye says:

      Hier zit trouwens nog een interessant staartje aan:

      Beckerman’s Miura was a classy sight to the first viewers of The Italian Job, but unfortunately it didn’t get that much screen time. Destroyed in a tunnel by the mob’s Caterpillar, it was unceremoniously pushed down the mountainside. You can just make out that the Miura’s chassis has no engine in it as it plummets down the mountain. Special effects crew member, Ken Morris, remembered that they went to retrieve the Miura the next day, but it had disappeared. They looked everywhere for it, but they never found it. He concluded that someone must have seen them throw it down the mountain and launched a midnight expedition to retrieve it. I wonder if it is still around today?

      • Stijn says:

        Leuk weetje. Eindelijk zie ik een reden om bergbeklimmer te worden, alleen helaas flink te laat geboren…

  7. Fijn geschreven, mooie foto’s. Recentelijk heb ik nog wat gestalde klassiekers mogen bekijken en fotograferen. Misschien toch eens een blogje over maken…

  8. Flaminia says:

    Die openingsscène van “The Italian Job” is gewoon mythisch!

Leave a Reply