Ken Divjak Oct 11, 2011
Test: BMW 116i F20 Hatch (2011)
Kwisvraag: de lancering van een nieuw model is de perfecte gelegenheid om? Het oude finaal de grond in te boren. Dat althans blijkt de consensus in de Britse pers die de uitgaande 1-Reeks (codenaam E87) veel te mediocre vindt voor woorden, en de nieuwe (F20) dan ook met open armen ontvangt. Maar wat met ooitmalige eigenaars als ondergetekende die de oude misschien hard en onpraktisch vinden, maar wel de puurste in zijn segment? Of die ook zo gecharmeerd zijn door de moeilijke nummer twee?
Om rellen te voorkomen, eerst even dit: de nieuwe 1-Reeks is nog altijd achterwielaangedreven. Voorwieltrekkers komen er pas in 2014 wanneer BMW een nieuw platform uitrolt dat alles van een kleine crossover tot een gezinsbreak onderbouwt. En daarmee heeft de F20 hatch het rijk nog even voor zich; premiumconcurrenten als de Audi A3 en Mercedes A-Klasse gebruiken voor- of vierwielaandrijving, en zullen dat ook bij de volgende versies blijven doen. De slogan Freude Am Fahren is dus nog niet helemaal verdrongen door We Bring Joy, aangezien BMW ondanks een hoger kostenplaatje en minder ruimte achterin voor de puristenaandrijving opteert.
Minder lovend zijn de reacties op het smoelwerk. De oude mag dan geen klassieke schoonheid zijn, versies met een subtiel M-pakket doen het vandaag nog altijd goed. En dat ligt moeilijker bij de F20 die tussen Urban en Sport schippert; twee uitvoeringsniveaus die een verschillende clientèle moeten aanspreken door beduidend anders voor de dag te komen. Zo herken je de stedeling aan zijn witte accenten op grille en spiegels, terwijl de sportieveling voor blinkend zwart gaat. Zelfde verhaal binnenin waar het wit-grijze van de Urban tegen het zwart-rode van de Sport afsteekt, wat de laatste een unaniem stijlvoordeel oplevert. Van een geslaagde interieurupdate met betere materialen genieten ze dan weer beide, ook al bieden de standaard stoelen (nog altijd) te weinig steun om (sportieve) kilometers mee te malen.
Starten doet de 1-Reeks per knopdruk, zij het nu keyless beter dan met het contactdoosje van weleer. Daarmee demarreer je drie turbodiesels van 116 tot 184pk, of twee gedownsizede benzines van 136 en 170pk – allemaal met twinscroll turbo. Wij quoteren de benzine-instapper van het gamma, de 116i met een geblazen zestienhonderd van 136pk en maximaal 240Nm, die met een sprinttijd van 8,5 seconden 2,4 tellen beter doet dan de vorige. En hoe voelt het als je die TwinPower-motor de sporen geeft? Nauwelijks spectaculair in eerste instantie. Dat komt omdat BMW voortaan elektronica inzet om de 1-Reeks drie gezichten te geven: starten doe je verplicht in Normal waarbij de stuurweerstand OK is maar het gaspedaal lui, bezuinigen gebeurt in EcoPro dat alle aggregaten op spaarstand zet, en effectief rijden best in Sport (of Sport+ als je regelbare shocks hebt afgevinkt). Wie vaak stopt, moet dus telkens de Driving Dynamic-schakelaar duimelen om een echte BMW te ervaren – net als bij contemporaine Alfa’s.
Eenmaal in DRIVR-modus valt alles in zijn plooi. De zithouding is laag, de stuurpositie top en het dashboard klaar en duidelijk. Enkel de vaste armsteun durft al eens te storen bij het schakelen, terwijl de zesbak sowieso niet van de snelste is. De algehele indruk is er dan ook een van meer isolatie tussen mens en machine, zeker in vergelijking met de E87. Ook het stuur – dat nu elektrisch bekrachtigd is beter dan hydraulisch – geeft vagere info maar blijft gelukkig scherp en goed afgewogen. Combineer dat met een perfecte 50/50 gewichtsverdeling en een demping die (op hoogprofielbanden) helemaal geremedieerd is, en je krijgt een weggedrag dat een goede brug slaat tussen comfort en sportiviteit. Zo zie je maar dat passieve veren op bescheiden zestienduimer soms even goed zijn als adaptieve demping op een Sportfahrwerk, want de basis-setup laat serieus hoge tempi toe op notoir moeilijk asfalt. Kortom: het rijgedrag is volwassener geworden, maar daarom niet minder genietbaar.
Het enige twistpunt is de motorisering. Vast staat dat het MINI-blok meer pit heeft dan de atmosferische vierpitters van weleer; dat zie je aan de accelleratiecijfers, en voel je in de pick-up vanaf 1.350 toeren. Maar achtenhalf-tot-100 voelt het geheel nooit aan. Daarvoor is de afstelling veel te diesel-achtig (koppel en vermogen pieken respectievelijk aan 4.300 en 4.400tpm) en ontbreekt het de motor aan karakter (op een overdreven turbofluitje na is er geen auditieve beleving). Mochten die ingrepen de 116i extreem zuinig maken, dan valt er iets voor te zeggen. Maar een weekgemiddelde van 9,3l/100km met uitschieters boven de tien vertellen een ander verhaal: eentje van een vijfdeurs die lichter, ruimer én comfortabeler is dan de uitgaande – maar waarschijnlijk een 118i nodig heeft om ook motorisch in de viersterrenzone te belanden. Benieuwd of BMW daarmee genoeg gedaan heeft om de volgende A3 en radicaal gewijzigde A-Klasse (beide voor 2012) achter zich te laten.
BMW 116i F20 Hatch (2011)
| Plus | Min |
| + Niet mis voor een instapper | - 1.6T met ecotuning |
Weggecijferd
| Motor | 1.6 4-in-lijn turbobenzine |
| Aandrijving | achterwielen |
| Vermogen | 136 pk |
| Koppel | 220 Nm (240 in overboost) |
| Gewicht | 1365 kg |
| Acceleratie (0-100 km/h) | 8,5 s |
| Topsnelheid | 210 km/h |
| Gem. testverbruik | 9,3 l/100 km |
| CO2-uitstoot | 134-137 g/km |
| Prijs | 24.400 € |
| Fiscale PK | (te verifiëren) |
Verdict
![]()









Stevig verbruik voor een zogezegd eco-bewuste instapper, of vergis ik mij?
Verzachtende omstandigheden ten spijt (nauwelijks 2.000km op de klok, sportieve rijstijl, rijkelijke uitrusting, etc.) is 9l/100km inderdaad niet van de poes.
Daarom lijkt mij de 118i met 170 paarden en een marginaal meerverbruik (139 vs. 137g CO2-uitstoot) inderdaad de betere keuze. Want met 136pk voor minimaal 1365kg is het prestatiepotentieel van de 116i maar net 100kg/pk, wat zowat de ondergrens is om plezier mee te beleven.
Maar daar moet je de gedowntunede 1.6 dus wel voor uitwringen,
met hogere verbruikscijfers tot gevolg.
Maar ook: knappe prestatiecijfers voor een instapmodel met amper 136 pk. Deze motor lijkt, net als in de MINI, minder (piek)vermogen nodig te hebben voor snelle acceleratietijden. Dat heeft allicht met het aanzienlijke, vroeg vrijkomende en breed uitgesmeerde koppel van de twin-scroll turbo te maken.
Inderdaad: dit moet zowat de fijnste ‘instapper’ zijn die ik ooit getest heb.
Wel straf dat het motorkarakter van de 116i zo van de (motorisch identieke) 118i verschilt. Die laatste staat namelijk in elke lanceringstest omschreven als ‘niet vies van de rode zone’, wat deze dus absoluut wel is.
Naar goede BMW-traditie zijn de officiële cijfers ook vrij scherp; ik had dan ook wat graag een drifbox aan ons exemplaar gehangen om een realistische meting te doen, aangezien 8,5 toch straf lijkt.
Dat gezegd:
met mijn eigen 325CI heb ik de 7.1 tot 100 ook nooit kunnen benaderen…
UPDATE:
Autocar heeft net een 116i becijferd en strandt op 8.7s tot 60mph of 96kmh.
Bedenk daarbij dat de tweede versnelling goed is voor 115kmh (of anders: dat er niet naar derde geschakeld moet worden om 100 te halen), en ook ‘hun’ 116i voelt meer 9 seconden aan dan 8,5 – net als de onze.
Maar goed: da’s nog altijd sneller dan het gros van de leasebrigade.
PS: Fijn om te zien dat Autocar de 116i vandaag ook 3,5 sterren toekent,
net als wij twee dagen geleden deden.
Instapper? en de prijs die je daar hebt opgezet is de standaard, als ik mij niet vergis is de optielijst bij bmw vrij uitgebreid en vooral duur ….
De configurator staat online, dus laat je gerust even gaan:
http://www.bmw.be/be/nl/newvehicles/1series/5door/2011/carconfigurator/configurator.html