DRIVR

F1-Prototype: De Eifelland door Luigi Colani (1972)

Even een open deur intrappen: de computer heeft de F1 ingrijpend veranderd. Niet alleen veiligheid, maar ook het design is er dankzij de processor een pak efficiënter op geworden. En toch: wie vindt dat de F1 daardoor sterieler is, kunnen we niet helemaal ongelijk geven. Zeker niet na het bekijken van deze fotoreeks die de vreemdste F1-designs bundelt uit de tijd dat het er nog behoorlijk ambachtelijk aan toe ging. Zo had je in 1972 bijvoorbeeld het Duitse Eifelland-team met inbreng van Herr Colani.

Het team werd eind jaren zestig opgericht door Günther Hennerici, een fabrikant van caravans godbetert. In de Formule 2 kon het team geen potten breken, en dankzij de lucratieve caravanbusiness waagde de Duitser in 1972 de overstap naar de Formule 1. Piloot van dienst werd landgenoot Rolf Stommelen, die zijn F1-debuut twee jaar eerder maakte en in 1970 voor Brabham reed. Toen Sir Jackie er op het einde van dat seizoen de brui aan gaf, verkaste Stommelen voor een seizoen naar het Britse Surtees.

rolf stommelen

Hennerici kon je bezwaarlijk bescheiden noemen: in zijn eerste F1-seizoen moest en zou hij een eigen wagen op de startgrid brengen. Tijdsdruk en meningsverschillen noopten hem echter tot plan B. Hij kocht bij de Britse F1-constructeur March – van onder meer Max Mosley – een March 721-onderstel met Cosworthmotor en plantte er een eigen koetswerk op. De wagen doopte hij om tot Eifelland Ford, tot groot ongenoegen van de Britten. De plannen van Hennerici waren intussen de Berlijnse designer Luigi Colani ter ore gekomen. De man – duidelijk niet gespeend van enige assertiviteit – nam contact op met Eifelland en verweet de hele F1 in een adem door niets van aerodynamica te kennen. Hij kocht prompt een March 711, de voorganger van de 721, en toog aan het werk. Waar gereputeerde teams ettelijke weken voor nodig hadden, zou Colani in een vlaag van zelfoverschatting in vier dagen wel even klaren.

gpx1957qg6

De Eifelland by Colani was een – euh – opmerkelijk prototype. Het gewelfde koetswerk had iets van een schans, en de luchtinlaat bevond zich vooraan en plooide zich rond de cockpit. Kers op de taart vormde de hoge achteruitkijkspiegel vlak voor de neus van de piloot. De taart bleek ook vreemd te smaken, want al bij de eerste testritten doken er problemen op met downforce en de koeling van de motor. Voor de eerste GP in Zuid-Afrika moest Eifelland noodgedwongen terug March-onderdelen monteren. Alleen de luchtinlaat en achteruitkijkspiegel bleven ongewijzigd.

1971_colani_eifelland_formula_one

Stommelen kwam ondanks de immer recurrente koelingsproblemen in Zuid-Afrika als dertiende over de streep. In de daaropvolgende GP’s eindigde hij gemiddeld tussen plaats tien en zestien – al bij al niet slecht voor een beginnend team. Maar de financiële lucht boven het Eifelland-team kleurde donkerzwart: na een brand in de caravanfabriek verkocht Hennerici zijn bedrijf aan ramenfabrikant Meeth, waar ze niet F1-minded waren. Stommelen kreeg daarom het volledige team cadeau, waarop hij nog budget kon inzamelen voor de GP’s in Duitsland en Oostenrijk. Maar daarna wierp hij de handdoek definitief in de ring. Het F1-team van Eifelland klokte uiteindelijk af op acht GP deelnames.

Share Button

One Response

  1. Pieter Ameye says:

    Nog een korte kennismaking:

Leave a Reply