DRIVR

SuperCarTuning: Pro & Contra op de DRIVR-Redactie

Als je tegenwoordig in de Emiraten of in Londen wilt opvallen, volstaat een Lambo of Ferrari al lang niet meer. De kans is groot dat je buurman-oliesjeik of je collega-hedge fund manager dezelfde Gallardo of 599 GTO op z’n oprit heeft staan. Daarom stuur je je supercar beter even langs Brabus, Techart, Mansory of een van de vele andere customisers die er wel eens aan willen sleutelen. Moet kunnen of big no no? Opnieuw stof voor debat.


Wim Bervoets is – ditmaal – pro:

Laat ik meteen al een tegenargument uit de lucht plukken: een F430 die van Novitec zwarte achterlichten krijgt, da’s inderdaad even slikken. Nu, matte wraps en overdadig chroom zijn in dit betoog minder van belang – over kleur en smaak, weet je wel – maar wat eronder schuilt des te meer.

Uiteraard past het allemaal mooi in het promoplaatje: wanneer Ferrari bijvoorbeeld zijn 458 Italia voorstelt en daarbij de quasi synergetische drievuldigheid van motor, technologie en design de hemel in prijst, wil je maar al te graag geloven dat die 458 de ultieme Ferrari is. Dé perfecte cocktail van een centrale V8, aerodynamica en F1-techniek. Het trappelende paard op de snuit en op de flanken staat daar symbool voor: “Beter Dan Dit Wordt Het Niet”.

Tot er een stel Duitsers op staat te kijken en zegt: “Moment mal, misschien kunnen we meer absint in je cocktail doen. En er een matzwart parapluutje insteken”. Ze zullen nooit beweren dat ze je supercar beter kunnen maken, maar wel sneller en – belangrijk voor Dubai of Londen – opvallender. Als je sneller over de Autobahn wilt gaan en je hebt er het geld voor over, waar kan je dan beter terecht dan bij onze oosterburen? Ik heb een theorie die zegt dat Duitsers iets zeer ernst nemen als ze ergens aan beginnen, anders beginnen ze er helemaal niet aan. En dat is volgens mij ook het geval wanneer ze aan supercars sleutelen. Meer paarden? Betere remmen. Meer koppel? Betere koppeling. Opvallende bodykit? Efficiëntere luchtgeleiding. Ze doen je trappelende paard harder trappelen, maar ze geven je er ook wel stevigere teugels bij. Halfslachtig kunst- en vliegwerk staat niet in hun Duden.

Dat die aanpak loont, bewijst het lijstje customisers dat voor een mooie prijs wel eens aan je supercar wil knutselen: van Novitec, TechArt en Hamann over Mansory tot Brabus en MTM. En zo zijn er ook nog RUF en Alpina, die beide officieel constructeur zijn – wat uiteraard nog steeds beter op je visitekaartje staat dan aftermarket tuner – maar die ooit ook as such begonnen zijn. En dat wordt wel eens over het hoofd gezien door critici die de wenkbrauw fronsen bij wat creatieve Duitsers uit hun werkplaats rijden. Toegegeven, soms gaat het lijnrecht in tegen de goede smaak, maar je kan niet ontkennen dat het van durf getuigt. En laat zo’n rijdende schop tegen de schenen nu net zijn wat de auto-industrie af en toe nodig heeft. Dat houdt haar namelijk alert.

Ken Divjak is – grosso modo – tegen:

De beste indicatie dat high-end tuning passé is, vind je in het alarmerende tempo waarmee de veredelaars mekaar aflossen. Senner wordt B&B wordt Kahn wordt FAB Design sneller dan de kruispuntenbank de BTW-nummers kan aanpassen. En morgen herinnert Jan met de (Scheve) Pet zich in het beste geval RUF & Alpina die – bijna uitzonderlijk – de constructeurstitel behaald hebben. Want zonder hechte band met het moedermerk, kan het mijn inziens niet.

Nooit afgevraagd waarom Uwe Gemballa niet aan het hoofd van Porsche’s designafdeling staat? In de eerste plaats omdat hij in Zuid-Afrika gelyncht werd. Maar zelfs zonder dat onfortuinlijke voorval zou zijn gebrek aan smaak – geïllustreerd door zijn eeuwige nektapijt – nooit door de selectie zijn geraakt. Er zijn immers geen 100 Harm Lagaays of Michael Mauers op deze wereld, maar blijkbaar wel 1000 tuningbedrijfjes die het ontwerp van de Porschisten denken te verbeteren. Kan je nagaan.

Idem dito voor mechanische aanpassingen. In Stuttgart weten ze ook dat een dikkere turbo voor een grotere knal zorgt, maar vergeten ze niet dat een boxer met keurmerk 300.000km moet meegaan. Belangrijker nog: een routinier als de 911 moet overal functioneren – van St-Moritz tot St-Truiden en van Portofino tot Pretoria. Op 23-duimers en racebenzine haal je het misschien van St-Idesbald tot Perwez. Maar een concessie die garantiewerk aan je tuningspecial wil uitvoeren, die ga je daar niet vinden. En daarbij: wat is het nut van een nóg snellere Bugatti Veyron? Micropenis?

Maar goed: ik ben niet te blasé om toe te geven dat vermogen corrumpeert, en dat je het tuninglandschap niet over één kam mag scheren. Bedrijven als Manthey, Mugen en AMG werken immers binnen de toleranties van het merk, en respecteren de duurzaamheidsvereisten van ‘gewone’ exemplaren. Die hechte band met het moedermerk dus weer, ontsproten aan motorsportactiviteiten. De racerij is namelijk de perfecte kweekvijver voor nieuwe technologieën, en geldt in mijn ogen als sine qua non voor een geslaagde tuningsbeurt. Kan je leverancier die geloofsbrieven niet voorleggen, dan zou ik gewoon wegwandelen. Het gaat hier immers niet om 20pk bij ome Heinz, maar om bolides die 300km/h en meer moeten houden. En dan vertrouw ik echt niet op wat lads in een barn.

 

 

 

Share Button

15 Responses

  1. AnthonyG says:

    Leek me wel toepasselijk bij dit onderwerp.

  2. Bram Willemse says:

    (via facebook)

    Mooi toch? Hoe smakeloos soms ook.. Het levert ook soms hele mooie creaties op. Hoe meer diversiteit hoe beter!

    Met de toevoeging dat respect voor de auto en fabrikant wel belangrijk is.

  3. Stijn Michiels says:

    (via facebook)

    Ik sluit me aan bij kamp Divjak; niets zo mooi als een originele future classic ‘in mint condition’.

  4. Stijn says:

    Van zowel het design als weggedrag is de homogeniteit, in bijna alle gevallen, compleet zoek na ‘tuning’. Vandaag de dag puilen de gamma’s van alle merken bijna uit met diverse varianten, tel daarbij nog eens de ontelbare personaliseringsmogelijkheden en de nood voor aanpassingen door externe firma’s in kleiner dan ooit. Zeker wanneer je weet dat de constructeurs alles aan diverse duurzaamheidstesten hebben onderworpen en de fabrieksgarantie nooit in het gedrang komt (deze kaart kunnen slechts enkele veredelaars uitspelen). Om een voorbeeld te geven, als je je gading niet vindt onder de talrijke varianten van de 911, vrees ik dat je in werkelijkheid geen 911 begeert.

    Er is een uitzondering op de regel en dat is ‘the godfather’; de RUF CRTI (aka Yellowbird). Vertrekkende van de lichtste, smalste versie en aan deze basis de nodige ingrediënten toevoegen; (turbo)power en stroomlijn net als de ‘hardware’ verder optimaliseren. Vandaag de dag biedt Porsche echter ook GT2’s aan…

  5. oedipus says:

    Tuning en styling zijn om te beginnen twee verschillende zaken. Beide kunnen met smaak gebeuren, maar smaken verschillen. Ik ben niet zo’n fan van opvallende styling.
    Gemballa, Mansory, Hamann, Speedart, Techart, Raeder, MTM, Väth, G-Power. Hielden ze het nu maar discreet, maar helaas.
    Mijn smaak is die van RUF’s pre-993-dagen, 9ff ook. Subtiliteit en understatement: 467pk 911 Turbo in een smal koetswerk bv. Maar ook RWB kan ik appreciëren. Ze brengen nostalgie, maar maken ze toch zo ongelofelijk vet, maar dan liefst ook met inhoud. Dat moet je dan weer niet uitleggen.
    Aan elke auto valt waarschijnlijk wel iets te verbeteren. Maar beter dan een LFA NBR Edition, Carrera GT of F40 wordt het niet. Of het zou de stap van een NSX naar een NSX Type-R zijn. Daar valt m.a.w. niet heel veel meer aan te tunen.

    • bAAx says:

      Die Mugen NSX.. mmmmmmmm! (op de wijze van Homer S.)

      Niet aan te verbeteren zei je? Wat dacht je hier van (op gevaar van als ketter met pek en veren de wei ingestuurd te worden..)?

      http://www.0-60mag.com/blog/2010/03/if-money-grew-on-trees-2/

      Of misschien met een sequentiële transmissie en ‘koers’ pedal-box zoals in de Arta NSX, hier kundig bestierd door Tsuchiya:

      http://www.youtube.com/watch?v=oFU9aUB0scA

      🙂

      De racerij is idd een geweldige bron voor ‘goed gerief’ maar als we uitgaan van voornamelijk straatgebruik (doen we dat? :)), dan moet de setup natuurlijk kloppen.. Naar Perwez ‘vlammen’ met een grondspeling van 4 of 5 cm lijkt me ook licht hypotetisch.

      Die BBi Autosport 997 van hierboven bvb lijkt inderdaad een goed compromis! (al kan ik die saucijs van Tuned niet uitstaan).

  6. bAAx says:

    er zijn in mijn ogen twee ‘uitersten’ onder het ‘autoliefhebberschap’. Enerzijds degenen die auto ‘an sich’ beschouwen, als te verfraaien object, of statussymbool.. Mensen die graag snel optrekken uit stilstand en daar ‘bragging rights’ uit distilleren smijt ik voor het gemak ook op deze hoop. Aan de andere zijde het extreem van de ‘drivr’, de persoon die de wagen ziet als middel tot een hoger doel, nl. het rijden zelf, de symbiose tussen mens en machine bij gecontroleerde snelheid. Deze persoon zal de wagen ook sterk appreciëren, maar steeds in relatie tot de ervaring/plezier die hij kan verschaffen.
    En natuurlijk alle smaken tussen deze twee uitersten…
    Ik denk dat het tuning wereldje ongeveer dezelfde verdeling van motivatie kent.
    Mijn hart ligt voor het overgrootste deel bij ‘pilotage’ (als je daar in mijn geval van mag spreken), en dus beschouw ik de kwestie enkel vanuit dat perspectief: het is mijn ervaring dat zelfs supercars gemaakt worden volgens een set compromissen, en dat, als extreme snedigheid je ding is, sommige van hun standaard componenten zeker voor verbetering vatbaar zijn.
    Case in point: de ophanging. Dankzij de introductie door een goede maat van me ken ik nu het genoegen van het gebruik van competitiedempers op een straatauto (proflex evo 3 55mm, recht van groep A rally). Deze items vergroten zowel het comfort als het aanvalsvermogen van de wagen aanzienlijk, en buiten een duidelijke nood aan onderhoud zijn er quasi geen nadelen. Zelfde verhaal vwb de remmen (kracht, uithoudingsvermogen) mocht je bvb regelmatig circuit doen.. etc etc..
    Ik apprecieer de mint original ook (heel erg zelfs), maar aan de andere kant is het leven kort en ontploft de zon toch binnen ettelijke miljoenen jaren.
    Als je dus met ‘Porsche-like’ aandacht/zin voor balans hier en daar extra scherpte kan toevoegen waar je echt plezier van hebt, waarom niet?
    Aanvullend heb ik zeer sterk het gevoel dat wijzigingen aan de aandrijflijn (powertuning) meestal uit den boze zijn. Ik vind dat je eerst als piloot echt snel moet zijn, voor je met je snelheidswens je wagen belast.

    • Duckie 'RS says:

      (genoten van deze opinie)

    • car-nut says:

      een pure drivr hier, maar toch kmoet bAAx in zekere zin bijtreden: tuning waarmee je de krenterige boekhoudersmentaliteit en de kostenbesparende obsessie van een massaconstructeur rechtzet, is vaak een verademing en doet geen afbreuk aan de kwaliteiten van die auto an sich – integendeel, de kans is groot dat je ze met een paar ingrepen extra in de verf zet

  7. heidekonijn says:

    Lijkt me kwestie van karakter en vooral smaak.

    Mij lijkt de scheidingslijn niet te lopen tussen merk of tuning, gezien tuning tegenwoordig ‘ab werk’ verloopt.
    Ik vind bijvoorbeeld een m3 in frozen grey, eem amg black of een een gt2 er even clownesk uitzien als een Gemballa 911 uit de 80-er jaren. Ik zou er niet in gezien willen worden.

    Wat niet wil zeggen dat ik een introvert ben. Moest me er een geschonken worden, zou ik onmiddelijk verkopen en een Alfa montreal in group IV uitrusting laten opbouwen. Met een behoorlijke upgrade naar de huidige techniek, dat soort heiligschennis dan weer wel.

  8. mrbbs says:

    Mijn eerste post hier op verzoek van ééne baax.

    Zelf heb ik al héél wat ervaring om met getunede supercars te rijden. Om wat duiding te geven geef ik wat voorbeelden: Sportec 996tt 550bhp, 997tt met 600pk, movit remmen en moton ophanging, Z06 met race-prepped 900pk motor met supercharger en racing ophanging/brembo remmen, Revanche 964 met 610pk, etc..
    Bovenstaande waren auto’s die niet alleen in de rechte lijn het origineel ver achter zich lieten maar zich ook lieten opmerken door sublieme rij-eigenschappen. Als een tuner een zich de kost en moeite neemt om een product te ontwikkelen kan dat er zeker toe bijdragen om meer uit te auto te halen.
    Op dat niveau komt het er uiteindelijk op neer dat je als piloot een goed gevoel in de auto hebt en de wagen je vertrouwen geeft. Zoals baax al aangaf zijn ophanging en ook remmen zaken d
    Naast de bovenstaande wagens heb ik ook in ander getuned spul gereden waar ik na 2 minuten de auto terug aan de kant heb gezet. Het plaatje moet kloppen. Er is een dunne lijn tussen hail or fail.

    • Ken Divjak says:

      Dat heeft onze bAAx goed geregeld – want 1st hand getuigenissen van DRIVRs die niet één maar verschillende getunede supercars hebben gereden/gehad, zijn in België eerder zeldzaam medunkt.

      Waarvoor dank, mrbbs.

Leave a Reply