DRIVR

Test: Jaguar XF 2.2D & MK II 3.8 Automatic

Grace, space and pace. Drie rijmwoorden die – sinds great train robber Bruce Reynolds ze in 1963 uitsprak – synoniem staan voor Jaguars in het algemeen en zijn geliefde 3.8 MK II in het bijzonder. Vijf decennia later heet de luxesedan XF, is zijn zes-in-lijn ingeruild voor een V8 en wordt hij zelfs aangeboden met een viercilinder diesel. Nota bene een die de boevenbak van weleer regelrecht voor schut zet. Over guilty pleasures gesproken.

Een directe vergelijking tussen beide dringt zich uiteraard niet op. Daarvoor zijn de intrinsieke verschillen te groot, en verschilt onze wereld danig van de tijdsgeest die de MK II voortbracht. En toch. Ook de MK II kwam er in navolging van de MK I, die net als de pré-facelift XF aanzien werd als gesmaakt hors d’oeuvre. Om aan te geven dat het chef d’oeuvre gearriveerd is, krijgt de opgefriste XF nieuwe lichtunits met opvallende LED-dagrijverlichting. Het resultaat smaakt dubbel; weliswaar sluit de neuspartij nu dichter aan bij het oorspronkelijke C-XF concept, de geforceerde ledstrip is dan weer van het goede teveel en had subtieler gekund. Het netto-ontwerp is tenslotte nog voldoende fris. Achteraan hebben de ontwerpers de onderste lichtcluster volledig doorgetrokken, wat parallellen met Aston Martin niet uit de lucht maakt. De kieuw achter de voorwielen is nu ook kleiner, waardoor de flank meer in balans toont. Al bij al een geslaagde facelift dus.

En toch draaien alle kopjes als vanzelf richting MK II wanneer de eigenaar hem uit zijn warme stalling piloteert. 53 jaar na datum ziet de knappe bruut er nog altijd even elegant uit als in zijn hoogdagen. Zelfs het wit van dit specifieke exemplaar doet daar weinig afbreuk aan, terwijl de zon de sierlijke lijnen extra in de verf zet. Wanneer de 3,8 liter grote straight six op temperatuur komt, verspreiden de smoorkleppen van de dubbele SU-carburators een rijkelijke geur van benzine die – in tegenstelling tot onze diseasel – het bloed beduidend sneller doen stromen.

Vreemd om te beseffen dat deze sportieve maar tegelijk statige limo ooit tot de snelste auto’s op deze aardbol behoorde: 8,5 seconde naar de 100km/h en een top van meer dan 200km/h maakten van deze three point eight een geduchte tegenstander. En dat in een tijd zonder snelheidslimieten en waar de meest exotische alternatieven nauwelijks sneller maar wel minstens twee, drie of vier keer zo duur waren – met mogelijk vier passagiers en een hoop bagage aan boord.

Zaken waar deze XF eigenlijk niet voor moet onderdoen. De cilinderinhoud mag zich dan wel beperken tot 2,2 liter, met 190pk en 450Nm (bij ons teruggeschroefd naar een fiscaalvriendelijke 163pk en 400Nm) zet de 1.745kg zware berline bijzonder correcte prestaties neer. Mede dankzij de voortreffelijke achttrapsautomaat van ZF die voorlopig voorbehouden blijft aan deze motorisatie. Toch twee puntjes van kritiek. Primo: het ecogeschakel in de D-stand – met de daarbij horende nervositeit bij tussenacceleraties. En secundo: het achtste verzet dat bij 120 à 130km/h voor een kleine trilling in de aandrijflijn zorgt – alsof je aan een te lage snelheid in een te hoog verzet rijdt. Maar dan zijn we aan het muggenziften. Want wat stuurt en rijdt deze XF heerlijk. De elektronische servo behoort tot de beste in zijn soort, en de hele setup voelt gewoon intrinsiek spannender aan dan bij de gereden concurrenten. Inclusief de Beierse fünfer die met tal van optionele hulpmiddelen ten strijde trekt, maar deze XF moet laten voorgaan als het op rijplezier aankomt. Laatste puntje van kritiek gaat richting het snelle maar overijverige startstopsysteem dat nogal abrupt ingrijpt. Had geraffineerder gekund.

Zijn de uiterlijke wijzigingen al van ver zichtbaar, dan zijn ze binnenin minder ogenblikkelijk. Her en der zijn de gebruikte materialen opgefrist, en het LCD-schermpje tussen de kristalheldere tellers is nu in kleur. De touchscreenwizard heeft zijn broodnodige update gekregen, maar beschikt nog steeds over te weinig rekenkracht om helemaal te plezieren. In tijden van iOS-apparaten en andere Androids eigenlijk onacceptabel. Vreemd dat ze daar bij JLR zelf geen last van hebben.

Minsten zo aangenaam is het aan boord van de MK II. Hier geen aanraakscherm of andere gizmo’s, wel een fraai houten dashboard dat weliswaar niet overzichtelijk is, maar met zijn vele klokjes, meters en tijdsoriginele houtinleg bakken charme uitstraalt. De rijpositie is – op zijn zachtst gezegd – een uitdaging terwijl het bizar hoge rempedaal zo mogelijk nog bevreemdender aanvoelt. Al een geluk dat dit exemplaar over de optionele stuurbekrachtiging beschikt, net als een automaat met (slechts) drie verzetten. Misschien niet optimaal voor de getaway DRIVR, maar in zijn huidige context preferabel tegenover de niet gesynchroniseerde Moss vierbak. Saillant detail: zowel de XF als MK II start je met de hulp van een heuse startknop.

Als deze ontmoeting al iets leert over het Jaguar van toen en nu, is het dat de huidige heropleving in grote mate te danken is aan het herimplementeren van de oude kernwaarden. Bruce Reynolds zou vast genoegen nemen met de nederige viercilinder. De XFR mag dan al een pak sneller zijn, met een veelvoud aan verplichte tankbeurten zullen de bobbies je mogelijk sneller bij de lurven hebben.

[Foto's: Pieter Ameye]

JAGUAR XF 2.2d Automatic

Plus Min
+ Grace, space and pace - Nog enkele schoonheidsfoutjes

JAGUAR MK II 3.8 Automatic

Plus Min
+ Grace, space and pace - Anno 1960

Weggecijferd

JAGUAR XF 2.2d
JAGUAR MK II 3.8
Motor 2.2 4-in-lijn Turbo 3.8 6-in-lijn
Aandrijving achterwielen achterwielen
Vermogen 163 pk (of 190 pk) 220 pk
Koppel 400 Nm (of 450 Nm) 325 Nm
Gewicht 1745 kg 1492 kg
Acceleratie (0-100 km/h) 8,5 s 8,5 s
Topsnelheid 209 km/h (of 225 km/h) 201 km/h
Gem. testverbruik 8,7l/100 km n.v.t.
CO2-uitstoot 149 g/km n.v.t
Prijs 45.700 euro Ca. 30.000 euro

Verdict

JAGUAR XF 2.2d 8 op 10
JAGUAR MK II 3.8 n.v.t.
Share Button

6 Responses

  1. AnthonyG says:

    Kasteel van Ooidonk?

  2. Ken Divjak says:

    ‘k Heb deze XF 2.2 een paar maanden geleden op een event gereden,
    en was aangenaam verrast over hoe hoe licht die vanachter het stuur aandoet.

    Daarom zijn die 163 Belgische pk’s zeker geen straf.

    Sterker nog: ik ben speciaal gaan navragen of ze niet per ongeluk de niet-toegeknepen versie hadden meegegeven, want dit voelt echt wel vinnig aan.

    Terechte vier R‘en dus!

  3. Thierry 911 says:

    Zeer leuke test. En eens niet naast de voor de hand liggende XFR.

    Trouwens erg fijne herinneringen aan de MK2. Mijn vader heeft er tenslotte twee gehad. Bouwkwaliteit was her en der weliswaar abominabel, maar stijl kwam denk ik zelden zo goedkoop.

    En zeggen dat er geen ‘designer’ aan te pas is gekomen.

  4. Pieter Ameye says:

    Dit vat voor mij de MK2 trouwens perfect samen:

    Heerlijk!

Leave a Reply