DRIVR

Test: BMW 1-Reeks M Coupé

Bij het eerste contact prompt gebombardeerd tot ‘echte M‘, en niet veel later verkozen tot DRIVR van het Jaar 2011 door collega Ken Divjak; qua intrede kan dat tellen voor de 1M Coupé. Maar hoe vergaat het diezelfde smaakmaker als de rest van de redactie hem bij zijn gecontesteerde zes-in-lijn biturbo grijpt? Snapper J, Pieter Fret en ondergetekende zochten het uit. Want je weet wat ze zeggen: first impressions count…

Jeroen Peeters

Het is altijd een een beetje thuiskomen als ik BMW rijd. Zoals het een autofotograaf betaamt, heb ik een gretig oog voor alle merken. Maar de blauwwitte propeller heeft toch een streepje voor sinds ik mijn eerste kilometers in een E30 deed. Toen was het top, en ook deze keer is het bijzonder aangezien de 1M mijn eerste contact met Garching is. Eenmaal in de klassieke stoel is de optimale zitpositie nooit veraf. Het interieur valt op door zijn eenvoud, met mooi leer en stof met rode stiksels om er wat cachet aan te geven. De rit naar huis mist zijn effect trouwens niet; meteen hunker ik naar eigen zes-in-lijn, en betrap me ‘s avonds zelfs op een cognitief ingegeven queeste naar een Z3/Z4 Coupé. Qua gevoel zit het dus prima met het kleinste M-derivaat.

Nu ben ik niet de persoon die altijd en overal op zoek gaat naar een armvol overstuur, maar op dag twee is het meteen (figuurlijk) raak; weinig toeren, een vochtig wegdek en de achterkant is sneller langszij dan een zwaantje met een quotum. Met behulp van de elektronica is de zijsprong snel gecorrigeerd, maar het vervolg van de route verloopt toch met een voorzichtige rechtervoet. Dan blijft het geluid ook binnen de perken, wat de 1M tot lange-afstandscruiser promoveert. Tunnels in combinatie met open ramen bieden dan weer de oplossing voor wie meer decibellen wil. Of een bezoekje bij Akrapovic. Er zijn enkele mankementen, zoals het communicatiegestoorde stuur en de relatief harde ophanging, maar die vergeef ik de 1M graag. Want zo dicht bij de oude merkslogan Freude Am Fahren komt zelfs BMW niet keer op keer.

Pieter Fret

Het regent al een hele week pijpenstelen, oude wijven, katten én honden wanneer ik de 1M bij Jeroen ga ophalen. Om maar te zeggen dat het er drassig bij ligt – niet meteen ideale omstandigheden voor een eerste kennismaking met een sportwagen die, op zijn zachtst uitgedrukt, bekend staat als ‘listig’. Bij het overhandigen van sleutels waarschuwt Jeroen me: “Pas op, hij durft bijten.” Gezien een gewaarschuwd man er twee waard is, vertrek ik – both of us – met een ganzenei onder mijn rechtervoet.

Verbazingwekkend hoe snel de lokroep van de M-knop mij aanspoort die goede raad in de wind te slaan. Op het eerste rechte stuk gaat het gas erop, en meteen vallen twee dingen op: na een zweem van vertraging in de gasrespons wordt een overweldigend koppel op de achterwielen losgelaten – 450 Nm, beschikbaar van 1.500 tot 4.500 tpm. Een turbomotor ten voeten uit dus, en volgens puristen allicht blasfemisch. De M-traditie is immers geschoeid op hoogtoerige blokken, en dat kan je de twinturbo-zes-in-lijn bezwaarlijk noemen: het piekvermogen van 340 pk wordt al bereikt bij 5.900 toeren. Heel anders dan de atmosferische M3, die pas bij 8.300 tpm zijn duivels ontketent.

Maar goed, ik ben geen hardcore M-purist en apprecieer best wel het gemak waarmee de 1M de straatstenen uit de grond trekt. Al mist hij, in het nat en op winterbanden, de tractie om de beloofde 4,9s naar de honderd te halen: bij elke gasstoot flikkert het ESP-lampje als een dolgedraaide stroboscoop. Wanneer ik een stevige rit later de sleutels teruggeef, blijft vooral een overdonderd gevoel achter. De 1M geeft zijn geheimen niet prijs in één verregende avond, maar heeft absoluut mijn nieuwsgierigheid geprikkeld. En dat getuigt van meerdere lagen die eigenaars gaandeweg moeten ontsluiten – zoals het een topsporter betaamt.

Pieter Ameye

Als de M GmbH een puntgave E30 M3 uit het fabrieksmuseum plukt en naar de internationale perslancering vliegt, weet je dat het zelfvertrouwen hoog is. Het schept bovendien verwachtingen. Verwachtingen die – als we er de consensus van de toen aanwezige pers op nalezen – ruimschoots worden ingelost, en de gecontesteerde aard van het motorblok doen vergeten.

Aan de karikaturale proporties zal het in ieder geval niet liggen; door zijn gedrongen stance en het Valencia Orange haal je de 1M zo uit de grijze massa. Het maakt de drang om hem te beteugelen bijzonder groot. Binnenin oogt alles strak en conventioneel. Aangename materialen sieren de oppervlakken met extra punten voor het alcantara op de vele sierstrips, en de klokkenkluster van de sierlijke M-tellers. Minder enthousiast ben ik dan weer over het onnodig dikke stuur – een foutje waar ook de Z4 met M-pakket zich op laat betrappen. Gelukkig maakt de versnellingsbak veel goed: een korte pook met precieze en korte slagen, weliswaar begeleid door het typische BMW-gevoel vanwege de gebruikelijke schakelkabels. Mocht mechanischer, maar verder valt er niets op aan te merken. Bovendien moeten we de keuze voor een handbak feliciteren. Ze worden nu eenmaal zeldzaam.

Na de eerste kilometers ben ik echter niet weg van de 1M, laat staan verliefd op. De reactie op het insturen geschiedt telkens een fractie van een seconde te laat, het stuurgevoel is aanvaardbaar maar zeker niet sensationeel en de tractiecontrole blijft – zelfs in kurkdroge omstandigheden – heftig in de weer. En dat terwijl het gaspedaal nog niet eens tegen het schutbord hangt. De schuld ligt voor een groot deel bij onze gewraakte winterbanden, die bij 15°C ronduit hopeloos presteren. Temeer daar de krachtexplosie van de zes-in-lijn op bakken koppel teert (450Nm tot zelfs 500Nm in overboost) beter dan hoogtoerige sensaties. Hyperefficient en al even snel, maar verre van de sensaties die ik met een echte sportwagen associeer – laat staan eentje met de gewichtige M-badge op de kofferklep. Gelukkig maakt de prijs veel, zo niet alles goed. Want met een vanafprijs van 51.300 euro (full option aangedikt tot bijna 60.000 euro) is deze kleine M de prijspakker van het moment. Mijn hart heeft hij tijdens deze kennismaking echter niet gestolen. Of dat op nieuw negentienduimsrubber en zomers asfalt wel het geval zou zijn?

[Foto’s: Jeroen Peeters]

Weggecijferd

Motor 3.0 6-in-lijn biturbo benzine
Aandrijving Achterwielen
Vermogen 340 pk
Koppel 450 Nm
Gewicht 1495 kg
Acceleratie (0-100 km/h) 4,9 s
Topsnelheid 250 km/h (begrensd)
Gem. normverbruik 9,6 l/100km
Prijs 51.300 euro
Share Button

2 Responses

  1. Borissnor says:

    Wat soort banden er onder een wagen liggen doet heel veel aan de rijbeleving. Winterbanden kunnen deze hoeveelheid grip gewoonweg niet aan.

    Mooie test verder!

  2. VishnuSixDix says:

    Misschien ineens bij vermelden dat de 1M coupé uitverkocht is. Het is nu wachten op de 1M coupé van de volgende generatie.

    Leuke review van dit hitsig bakske. Ik zou er ook nog wel eens een toerke mee willen doen 🙂

Leave a Reply