DRIVR

Test: Suzuki Swift Sport (SZ4)

Elke auto heeft zijn biotoop, zijn natuurlijke habitat. Voor de Mercedes SLS AMG is dat de Autobahn, de Nissan GT-R hoort gewoon thuis op de Nürburgring. En de Suzuki Swift Sport? Die voelt zich het meest in zijn sas op achterbaantjes met een minderwaardigheidscomplex, die opkijken naar de dichtstbijzijnde B-weg als ware het de Pan-American Highway. Hoe smaller, slingerender en verlatener, hoe beter. Tijd om een getemd exemplaar weer uit te zetten in het wild.

Bij de eerste draai aan het – nochtans nog steeds niet uitgesproken communicatieve – stuur wordt de Swift één met zijn omgeving, en wij met hem. Het is duidelijk dat hij geboren en getogen is voor dit soort bochtenwerk. Laat me die bewering als volgt duiden: op de fotoshoot kwam collega Pieter Ameye even piepen in zíjn vervoer voor die week – een Maserati GranTurismo MC Stradale (waarover later meer). Luid, opvallend en supersnel; maar twee keer raden welke wagen zich het meest thuisvoelde op de landwegen van Linkeroever? Dat komt omdat de Swift in deze omgeving over alle troeven beschikt die de Maserati mist: een overzichtelijk koetswerk met vier wielen op de uiterste hoeken, een bruikbaar motorvermogen en precies genoeg grip om ook aan legale snelheden plezier te kunnen beleven.

De limieten liggen misschien niet zo ver als bij andere hedendaagse GTI’s, maar ze kondigen hun komst altijd welgemanierd aan. Het resultaat is een levendig weggedrag, dat veel voldoening in petto heeft voor wie de tijd neemt om het zich eigen te maken. Venijnige reacties laat de Swift grotendeels achterwege, waardoor hij de bestuurder al snel het vertrouwen geeft om hem bij zijn nekvel te grijpen. De kleine masochist sméékt er zelfs om – zelden was de term ‘gooi- en smijtbakje’ zo op zijn plaats.

Dat heeft minstens even veel te maken met het enthousiaste karakter van de atmosferische 1.6. Met amper 136 pk (11 meer dan de vorige generatie, dankzij een herziene in- en uitlaat) heeft die nochtans niet bepaald vermogen op overschot. Duchtig in de lichte, maar precieze zesbak roeren is de boodschap, want onder pakweg 4.000 toeren heeft de tachonaald weinig te zoeken. Bekijken we het glas echter als halfvol, dan is dit een van de zeldzame moderne scheurijzers met een toerenbereik dat ook op de openbare weg tot zijn recht komt, zelfs al strekt zich dat uit tot een impressionante 7.200 tpm. Qua rijstijl is de Sport dus niet eens zo ver verwijderd van de eveneens erg plezante Swift 1.2 – maar dan zonder de rusthuisprestaties.

Helaas gaat die omschrijving wel op voor het geluid. De twee uitlaten zien er stoer uit, maar produceren niet het hooliganeske kabaal dat de visuele Sportkit – hoofdzakelijk bestaande uit zijschorten, flankstickers en een uit de kluiten gewassen dakspoiler – doet vermoeden. Ook de motor laat pas van zich horen wanneer de naald richting rood gaat, maar dan nog valt de ingetogen brom eerder als bemoedigend dan als echt opzwepend te classificeren. De geruisloosheid van het herwerkte blok heeft op de DRIVR-redactie zelfs een legendarische status verworven, sinds diezelfde Pieter ‘Supercar’ Ameye ermee stilviel omdat hij simpelweg niet gemerkt had dat het ding al draaide. Zelfs van buitenaf is de 1.6 bij stationair toerental amper hoorbaar. Indrukwekkend, maar allicht niet meteen waar een aspirant-eigenaar om maalt.

Binnenin heeft Suzuki duidelijk wel moeite gedaan om een sportieve sfeer uit te dragen. De goed steunende sportstoelen zijn voorzien van specifieke logo’s, de tellers hebben een rood randje gekregen en het sportstuur dito stiksels. Verwacht echter geen gesofisticeerd design à la MINI of Citroën DS3: functionaliteit blijft het hoofddoel van dit nog steeds erg plastiekerige interieur. Al voelen de gebruikte materialen al iets duurder aan dan voorheen.

Qua uitrusting kan de Swift Sport wél mee met de top in het B-segment. Keyless entry & start, cruise control, parkeersensoren, automatische xenonkoplampen, automatische airco, elektrisch verstelbare en verwarmbare buitenspiegels, … You name it, it’s got it. En allemaal standaard bovendien – de enige betalende optie is metaalglanslak (€ 370).

Het geheel wordt jammer genoeg ontsierd door een aantal praktische missers, die al snel gaan irriteren. Zo kunnen de elektrische ruiten met één klik op de knop helemaal naar beneden, maar niet terug naar boven – daarvoor moet je een halve eeuwigheid aan het knopje blijven trekken. De zijspiegels bieden vooral op de snelweg een te kleine zichthoek, en de centrale ontgrendeling blijkt een relatief begrip, want na het losklikken op afstand moeten de koffer en passagiersdeur nog eens manueel ontgrendeld worden via een verborgen knopje naast de deurklink. Passagiers komen zo al eens voor een gesloten portier te staan, want het ontgrendelingsknopje werkt enkel wanneer de sleutel zich er vlakbij bevindt. De afwerking haalt dus nog niet het niveau van pakweg een MINI Cooper, maar die kost dan ook een pak meer bij een gelijke uitrusting.

Ook de Swift Sport valt voor 17.999 euro echter niet zonder meer een koopje te noemen. De Renault Twingo RS, met vergelijkbare motor en prestaties maar een scherper weggedrag, kost bijvoorbeeld 1.000 euro minder – al situeert die zich qua ruimteaanbod wel een segment lager. Maar zelfs de uitgeklede Clio RS Cup, met 200 pk, sportwagenprestaties en een radicale rijderservaring, stond voor hij uit de Belgische prijslijsten verdween voor niet veel meer gecatalogeerd.

Gelukkig heeft Suzuki nog een troefkaart in handen: terwijl de Renaults een ervaren hand vereisen, biedt de Swift Sport toegankelijk, behoorlijk foolproof en bovenal betaalbaar rijplezier, want ook belastingen en verzekeringstarieven tellen in de echte wereld mee. Dat de toevoeging van een zesde versnelling ons gemiddeld verbruik wist te drukken tot 6,6 l/100km – ter referentie: de vorige Swift Sport kregen we niet onder de negen liter, de Clio amper onder de elf – is in deze tijden van recordbenzineprijzen mooi meegenomen. Geen hardcore sporthatch dus, maar voor prille chauffeurs wel een ideale introductie tot het DRIVR-schap.

[Foto’s: Jeroen Peeters]

SUZUKI SWIFT SPORT

Plus Min
+ Toegankelijk rijplezier – Niet de snelste of de scherpste

Weggecijferd

Motor 1.6 4-in-lijn atmo
Aandrijving Voorwielen
Vermogen 136 pk
Koppel 160 Nm
Gewicht 1.120 kg
Acceleratie (0-100 km/h) 8,7 s
Topsnelheid 190 km/h
Gem. testverbruik 6,6 l/100km
CO2-uitstoot 147 g/km
Prijs 17.999 euro
Fiscale PK 9

Verdict

8 op 10

Share Button

7 Responses

  1. Yakuza says:

    Gemiddeld verbruik van 6,6 liter? Dat valt precies er goed mee, niet?

  2. Creative_racer says:

    Best tof karretje,

    bij de vorige generatie moest je
    een tweede maal op de aft.bed. drukken
    om alle deuren te ontgrendelen…

    Maar idd, 15 seconden met je vinger op de deurstijl om
    de raam terug te sluiten is niet van deze tijd!

    Groetjes.

  3. Stijn says:

    Leuke test en tof wagentje met een straf verbruik. Alleen die prijs… toch wat hoog voor jonge beginnelingen vrees ik. En wat gevorderde (en gegoede) sportieve rijders gaan dan waarschijnlijk naar iets anders kijken, een tweedehandse E46 M3 bijvoorbeeld (met wel duidelijke hogere gebruikskosten)…

    • Wim Bervoets says:

      De prijs lijkt me inderdaad ook wat optimistisch. Jammer, want ik blijf een grote fan van deze instap-DRIVR, ook van de tweede generatie.

      Toch kon ik me de dagen na m’n – weliswaar veel te korte – kennismaking tijdens de shoot niet helemaal van de bedenking ontdoen of de eerste generatie me niet meer overtuigde. De meeste kritieken noemen de Mk II ‘volwassener’, maar ik leg de nuance liever op ‘minder speels’ dan de Mk I, die het dan weer zonder broodnodige zesbak moet stellen. Ik ben er eigenlijk nog steeds niet uit.

      • Stijn says:

        De 1.3 met 92 pk vond ik van de vorige generatie al erg leuk, dus kan me voorstellen dat het bij de Sport al helemaal snor zat…

  4. Ken Divjak says:

    Het USP van de eerste was zijn oldskool (lees: tailhappy) weggedrag.

    In dat opzicht leek hij niet zo’n beetje op de Peugeot 205 GTI 1.6,
    die met 128pk per ton exact dezelfde pk-gewichtsverhouding had.

    De nieuwe is dus volwassener, maar dat hoeft geen minpunt te zijn; de Twingo RS Cup die op het eind in de vergelijking betrokken wordt, is enkel te genieten in Banzai-modus – en het huidige verkeer is zoveel meer dan dat.

    Desalniettemin: die vergelijking smeekt om een…

Leave a Reply