DRIVR

FlashBack: Column – Het Veyron-Effect (2007)

Met meer dan 1.700 artikels online durven (zelfs) wij al eens vergeten wat er allemaal in de archieven zit. Daarom rakelen we voortaan elke maandag een ‘gouwe ouwe’ op, om te zien wat ons destijds bezig hield en – belangrijker nog – of de tekst zoveel jaar later nog steek houdt.

Zaterdagochtend, half negen. De tachonaald zweeft ergens tussen legaal en betaalbaar wanneer een turbine-achtig geluid de lucht doorprikt. Een haastige blik in de spiegels brengt – op wat caravans na – geen soelaas. Waar komt dat gebrom in hemelsnaam vandaan? Mijn woorden zijn nauwelijks koud wanneer de diepe bas moduleert en zijn onmiskenbare snoet van achter het verkeer toont, getekend VYR011 en slingerend als een F1 tijdens de opwarmingsronde. De enige Belgische Veyron wordt uitgelaten, en ik zit op de eerste rij.

Althans, dat dacht ik. In het kielzog van ’s werelds snelste sparren een vastberaden XJR en dito GTA voor zilver, foto-GSM’s in de aanslag. Trouw aan het gezegde van de honden en het been sluit ik achter de Alfa aan om de snelheid te zien oplopen naar 150 en meer. Veel meer zelfs, maar niet vooraleer Ettore getoond heeft wat voor impact zijn Bugatti op nietsvermoedende pendelaars heeft. Remlichten floepen aan, handjes worden gezwaaid en verkeersregels veracht; iedereen weet dat er 1000 paarden over het asfalt suizen. Iedereen weet dat dit een hoogdag is.

Telkens ik een Veyron zie, schiet de anekdote van Thomas Bscher me te binnen – de enige man wiens naam zowel bij McLaren als Bugatti opduikt. Midden jaren 90 actief als bankier genoot hij de reputatie McLarens trouwste klant te zijn. Een doorsnee eigenaar (als er in die prijsklasse al zoiets bestaat) deed destijds één à twee keer per jaar een beroep op fabrieksondersteuning, terwijl Bscher maandelijks een onderhoud voor zijn F1 boekte. Trouw aan de verkoopsvoorwaarden zette McLaren telkens een technicus op het vliegtuig om de beurt uit te voeren, en gaf hem de opdracht de telemetrie van Bschers F1 eens grondig te analyseren. Wat bleek? De brave bankier vloog iedere ochtend aan 300 naar zijn bureau, en ’s avonds nog wat sneller terug. Geen wonder dat gewezen VW-chef Pischetsrieder (ten tijde van de McLaren F1 aan het hoofd van BMW) hem aanwierf om Project Veyron weer op schema te krijgen. Het bewijs dat Bscher de switch van bankier naar projectmanager succesvol maakte, rijdt hier vlak voor mij.

Halfweg Aken houdt de GTA het voor bekeken. Ook de Jaguar duikt naar het rechtervak uit vrees voor een boete. Zo blijven er alleen de Veyron, ik en de minder katholieke snelheid die geregeld in darts opduikt; 75% van onze top maar nauwelijks 40% van de tsunami waartoe de Bugatti in staat is. Met zes cilinders, 2500 cc en 191 pk is mijn ros duidelijk in het nadeel tegenover de bijbelse kenmerken die de 16:4 optekent. Kenmerken die iedere zichzelf respecterende autofreak onder narcose weet te scanderen: zestien cilinders, 8000 cc en 1001 pk. En vier turbo’s.

Bevrijd van de paparazzi doe ik mijn uiterste best om bij te blijven. Ik faal grandioos. In dagelijks verkeer (lees: 100 tot 150) is de Veyron comfortabel sneller dan Felipe Massa’s bedrijfswagen. Was het niet voor de immense downforce die contemporaine F1’s genereren, kon de Veyron zo mee op de startgrid. Misschien nog een ideetje voor Top Gear… Bij iedere hint van een vrij stuk tarmac valt er dan ook een ravijn tussen mezelf en deze surrealistische brok technologie. Nog een geluk dat de tragere deelnemers mij telkens weer de kans geven om bij te benen.

En dan gebeurt er iets vreemds: in de aanloop naar het vijfsporige stuk voor Barchon gaat het gezelschap in de ankers. De diamantachtige leds lichten over de hele breedte op terwijl de luchtrem gracieus uit zijn winterslaap opstijgt. Ik zeg maar één ding, beste lezerschap: zit je ooit een Veyron op de hielen, bereid je dan voor om aan hoge snelheid ABS-gewijs in de ankers te gaan. Want de remkracht die dit projectiel inclusief aerofoil genereert, tart elke verbeelding. Tijd voor het moment suprème, het pièce de résistance en het chef d’oeuvre in één. Tijd voor vuurwerk.

De luchtrem zoekt dekking, de DSG-bak tikt terug en de Veyron hurkt als windhond in de hekken. Puur wetenschappelijk duw ik het gaspedaal tegen de stop maar lijk wel achteruit te gaan, zulk is de afstand die zich tussen mij en de briesende Veyron uitstrekt. Zelfs richting dubbele ton verdwijnt de Bugatti letterlijk van mijn radar; perfect zicht en verkeersloze snelweg ten spijt. Wanneer ik de brede helling met een stijgingspercentage van 7% eindelijk overwonnen heb, staat hij in het benzinestation bovenaan de berg geparkeerd met een groep kijklustigen eromheen, testrijder en klant halfweg hun haastig opgestoken Marlboro.

Moraal van het verhaal: pendel je in toekomst richting Ardennen, kijk dan uit voor de brede glooiing vlak voor het overkoepelende AC-restaurant van Barchon. Trucks verliezen er snelheid, caravans puffen zich rot en zelfs sportieve wagens vechten er tegen de hellingshoek. De Veyron? Klaarde de klus in een kwestie van seconden. En dat is een beeld dat je als octaanliefhebber nooit meer vergeet. F*CK dat ding is snel, en dan nog wat.

[Holga: Ken Divjak]

Share Button

6 Responses

  1. Pieter Ameye says:

    De Veyron doet mij op zich weinig maar nog steeds een dijk van een column, mate 😉

  2. Hänzell says:

    Knap stuk, zowel Veyron als colum!

  3. MDS says:

    Moet een prachtige ervaring zijn. Mispak je evenwel niet aan het snelheidsverschil met een F1: dat blijft gewoon groot met 800PK voor 650kg vs 1000PK voor 2000kg. Als ik me niet vergis tikt een F1 al 300 aan wanneer de Veyron de 200 bereikt. Het ligt dus aan nog iets meer dan enkel de downforce 😉

    Mooie blog voor een zeldzame gelegenheid. Ik heb hem nog niet in levende lijve tegengekomen op de openbare weg. Zou dat wel eens willen zien.

  4. Ken Divjak says:

    Merci.

    Deze encounter dateert alweer van 2007,
    en ik moet zeggen dat het mij sindsdien ook niet meer overkomen is.

  5. Eric says:

    Nog nooit een Veyron in het echt gezien, maar een auto die 400km/h kan en toch door Jan met de korte achternaam gereden kan worden mag van mij een technische waanzinnige prestatie heten. Een icoon met 1001pk dat toch nog understated kan zijn. Hierover schrijven blogs (of wat we dan hebben) over 20 jaar nog steeds lofzang. Echt wel.

Leave a Reply