DRIVR

Test: Jeep Wrangler Unlimited 2.8 CRD

Geen mooiere nostalgie dan naar een tijd die je nooit beleefd hebt. Daarom moeten we de bazen van VT4 eeuwig dankbaar zijn voor de ochtendlijke herhalingen van eighties-mirakels. Eén zo’n mirakel is de fenomenale passieve veiligheid van de Willys MB zoals gedemonstreerd in ‘The A-Team‘. Want zelfs na een koprol of zes klauteren de MP’s gezond en wel uit hun gehavende Jeep. Of Colonel Decker hetzelfde in een Wrangler van de vierde generatie zou riskeren?

We rijden een Jeep Wrangler Unlimited met de nieuwe 2.8 CRD en twee paar deuren tot diep in de Bourgogne, naar de Morvan om precies te zijn. Zo’n 500 km snelweg met terreinbanden lijkt een verschrikkelijk vooruitzicht, maar Jeep heeft zijn zaakjes (sinds kort) goed voor mekaar. Tal van onzichtbare ingrepen zorgen ervoor dat de Jeep een comfortabelere cruiser is geworden. Het stuurgevoel blijft weliswaar vaag en licht, maar dat is als klagen dat Scarlett Johansson het verschil tussen sinus en cosinus niet erg helder uitgelegd krijgt. Rolgeluiden – het gaat nu terug over de Wrangler – blijven trouwens binnen de perken, en de massa van ruim twee ton is gelukkig niet spoorgevoelig. Het interieur kan verder nog altijd tegen een stootje, maar de vormgeving spreekt nu een breder publiek. De tellerpartij ziet er daardoor zelfs een beetje sullig uit in de brute GPV.

De ingenieurs hebben niet alleen de ophanging en het interieur onder handen genomen, ook de motoren zijn geüpdatet. De 3.8 V6 benzine is vervangen door een nieuwe Chrysler V6 Pentastar die met 3.6 liter de pannen van het dak swingt a rato van 285 pk en 260 Nm. In ons exemplaar ligt een ‘Belgisch’ blok – de nieuwe 2.8 diesel die 200pk en 460Nm levert. En toch komt de Jeep niet zomaar van zijn plek; de automaat met vijf versnellingen uit de Grand Cherokee lijkt soms wat in de war, en benadrukt daardoor het gebrek aan vermogen onder de 2500 toeren. Vooral bergop twijfelt de koppelomvormer tussen verschillende versnellingen, wat in het beste geval tot hilariteit bij de passagiers leidt. De manuele zesbak lijkt ons daarom de betere keuze, al hebben we die nog niet aan het tandwiel kunnen voelen. Eens je je hebt aangepast aan de eerder gezapige acceleraties, is het trouwens best aangenaam rijden. Ook het verbruik blijft dan binnen de perken; wij tekenden na een gevarieerde 1300km 9,6l gemiddeld op.

Dat gevarieerde parcours bracht ons ook off-road waar de Jeep zich duidelijk in zijn sas voelt. Het zicht door de kleine voorruit en zijruitjes is verrassend goed, en we hebben ons nooit bedrogen gevoeld door de grote buitenspiegels. Voor het serieuzere werk levert Jeep ‘Tru-Lok’-sperdifferiëntelen waardoor je één of beide assen kan blokkeren. Net zoals de elektronisch ontkoppelbare stabilisatorstang is deze optie voorbehouden voor de duurste versie, de ‘Rubicon’. Maar ook zonder die opties staat de Wrangler garant voor bakken4x4-plezier. Want waar je ook terecht komt – op kleine wegeltjes, in het veld, of in het bos – altijd is het dolle pret.

Overal geeft de Wrangler ons het vertrouwen dat we weer veilig zullen terugkeren. Dus jagen we hem moeilijker terrein in voor een paar serieuze manoeuvres. Tot we een (als weg vermomd) moeras door moeten en de Jeep zich plotsklaps gewonnen geeft – sneller dan verwacht. En we zitten meteen goed vast. Op paaszondag, tijdens het traditionele diner en famille, is het niet evident om een Fransman te vinden die ons kan depanneren. De dichtstbijzijnde boer blijkt gelukkig in een hulpvaardige bui, en haalt zijn antieke tractor meteen van stal.

Op zijn eigen tempo naderen boer en tractor de Wrangler, tot ook hij vast komt te zitten. Gelukkig weet Jean weet zich wel op eigen kracht vrij te rijden, en al snel hangt de sleepkabel aan de onfortuinlijke Jeep. Maar die blijkt zo in de modder gezogen, dat de kabel eerder knapt dan dat de Jeep in beweging komt. Gelukkig heeft onze Franse redder ook een metalen ketting in de tractor liggen. Die klaart de klus wel, en sleept de Wrangler achterwaarts het bos uit – om de vernedering compleet te maken. Het plan voor een zesvoudige koproltest laten we wijselijk varen…

Maar laten we wel wezen: de Wrangler heeft nog alles van zijn aloude charme behouden, het is de chauffeur die met de juiste dosering moet leren genieten van de ‘4×4’-capaciteiten. Wij zouden trouwens meteen opteren voor de Rubicon uitvoering, na aan den lijve ondervonden te hebben dat het blokkeren van de assen geen overbodige luxe is. En om het fraaie plaatje compleet te maken, zouden we de Wrangler in een ‘Natural Green Pearl’-jasje laten steken. Het lijkt misschien een camouflagekleur, maar bijna alle passanten kijken om – wellicht ook de militaire politie.

[Foto’s: Jeroen Peeters]

JEEP Wrangler Unlimited 2.8 CRD

Plus Min
+ De puurste Jeep in het gamma… – … verdient een Rubicon 4×4-pakket

Weggecijferd

Motor 2.8 turbodiesel 4-in-lijn
Aandrijving 4×4
Vermogen 200 pk
Koppel 460 Nm
Gewicht 1945 kg
Acceleratie (0-100 km/h) 11,7 s
Topsnelheid 180 km/h
Gem. testverbruik 9,6l/100km
CO2-uitstoot 194 g/km
Prijs 31.900€
Fiscale PK 15

Verdict

6 op 10

Share Button

2 Responses

  1. Ken Divjak says:

    Dankzij dit…

    Geen mooiere nostalgie dan naar een tijd die je nooit beleefd hebt. Daarom moeten we de bazen van VT4 eeuwig dankbaar zijn voor de ochtendlijke herhalingen van ‘The A-Team‘.

    … voel ik mij plots heel. Erg. OUD.

Leave a Reply