DRIVR

Afscheidstrip:
Monaco, Col de Turini & MINI United met de Cooper S

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Zo kwam het dat ik, na ruim tweeënhalf geweldige jaren met mijn MINI Cooper S, opnieuw op zoek ging naar een roadster. An offer I couldn’t refuse later waren de aankoopdocumenten getekend, en was het onherroepelijk tijd om afscheid te nemen van mijn trouwe Soopertje. Maar niet vooraleer we samen MINI’s heilige drievuldigheid bezocht hadden: het stratencircuit van Monaco, het rallyparcours op de Col de Turini en het MINI United Festival op Circuit Paul Ricard.

Hoofdstuk 1: Monte Carlo

1.250 km. Zo ver zou de eerste etappe ons brengen. Met overnachting even voorbij Lyon, om ons beiden fris en monter op onze bestemming te krijgen. Dat was, voor alle duidelijkheid, de jachthaven van stadstaatje Monaco, aan de Middellandse kust op de Frans-Italiaanse grens. Al decennialang een (belastings)paradijs voor de superrijken, en sinds 1929 het decor voor een van de bekendste Grand Prixs van het jaar.

Dat de Monegasken die rijke autosportgeschiedenis hoog in het vaandel dragen, mocht meteen blijken uit de aanwezigheid van honderden GP- en F1-bolides uit de jaren twintig t.e.m. tachtig. Allen stonden opgeblonken en volgetankt klaar voor deelname aan de Grand Prix Historique die ’s anderendaags van start ging – twee weken voor de moderne Formule 1 het leven in het stadje zou overnemen.

Speciaal voor ons, zo leek het bij aankomst in het drukke centrum, waren de straten al omzoomd met vangrails, veiligheidshekken en rood-witte curbstones. Ze afsluiten voor verkeer bleek gelukkig nog niet aan de orde. Geduldig navigeerden we dus naar de start/finish, om ons vervolgens vanachter onze zwarte Cooper-striping heel even Bruce McLaren te wanen. In 1962, een jaar voor hij zijn eigen renstal oprichtte, behaalde de Nieuw-Zeelander de laatste van drie Monegaskische overwinningen voor het team van John Cooper, die intussen ook furore had gemaakt met getunede sportversies van de populaire Mini. Geïnspireerd door die nalatenschap begaven wij ons nederig in de voetspo remsporen van enkele van de grootste namen uit de motorsport.

Na Sainte Devote, die voor één keer wél zwaar gecoupeerd mocht worden, ging het via Beau Rivage nog steiler dan verwacht omhoog richting het iconische casino. Daar moesten we even afwijken van het parcours – in tegenstelling tot de F1-wagens moet het dagelijks verkeer zich immers aan de verplichte rijrichting rond het plein te houden. De karakteristieke bult op weg naar Mirabeau, waarvoor de piloten even van hun lijn afwijken, bleek er inderdaad eentje van formaat; en dan volgde een van de meest herkenbare stukken van het circuit: de nauwe haarspeld voor het Fairmont Hotel. Hier werd voor het eerst duidelijk dat we niet als enigen de sfeer waren komen opsnuiven aan de vooravond van MINI United.

Vervolgens doken we de duisternis van de tunnel in, terwijl we ons afvroegen hoe de racepiloten daar in ’s hemelsnaam plankgas door de bocht durven. De opeenvolging van chicanes daarachter bracht ons vlak naast de luxejachten in de haven, om vervolgens weer richting finish te draaien. Nog een rondje later was het tijd om de MINI even te stallen en ons te voet te vergapen aan de drijvende paleizen, de vele supercars en de historische GP-wagens. Om vervolgens, om het af te leren, het hele circuit nog eens op mankracht af te wandelen.

Hoofdstuk 2: Col de Turini

De volgende ochtend gingen we op zoek naar MINI’s Heilige Graal: de Col de Turini. Hier was het dat John Coopers creaties zichzelf tijdens de jaren zestig de motorsportannalen in raceten, door de rally van Monte Carlo drie keer dominant te winnen. Diep weggestopt in de uitlopers van de Alpen blijft de Col desondanks een van de verborgen parels van het Europese wegennet. Omdat de bergpas eigenlijk nergens naartoe gaat, komt er zo goed als geen doordeweeks verkeer. Op een enkele Opel Speedster na, bleef zelfs de verwachte toestroom aan DRIVRs uit – tot we op de top arriveerden…

Daar stond een indrukwekkende collectie aan klassieke sportwagens gezellig na te ronken, terwijl hun al even klassieke eigenaars wat bijkeuvelden. Jaguars, Alpines, Ferrari’s, … En zelfs een Shelby Cobra, als vreemd serpent in de bijt. Met volle teugen genietend van de couleur locale, de zon en het schitterende uitzicht, gingen we pas terug op pad wanneer de tegen de bergflank nazinderende echo van de laatste oldtimer was weggestorven.

Vooraleer we richting Paul Ricard reden, hadden we echter nog één missie: de locatie vinden van een legendarisch stukje weg, waar Top Gear enkele jaren geleden een reportage over ‘The Greatest Driving Road in the World’ draaide en BMW kort na de reïncarnatie van de MINI een beroemde promofoto schoot. Een eindeloze zoektocht op Google Streetview had voor vertrek niets opgeleverd, en ook plan B – aka ‘op goed geluk’ – leek niet meteen vruchten af te werpen. Nadat we de Col helemaal op- en afgereden hadden zonder resultaat, zonk de moed ons in de schoenen. Het leek erop dat we met lege handen terugmoesten…

De zon begon inmiddels al te zakken, en het werd dringend tijd om de rit naar Le Castellet aan te vangen. Aan de voet van de Route de Turini stelden we de GPS in op de snelste weg, om vervolgens ietwat teleurgesteld af te druipen. Tot we onder een bekend ogend bruggetje doorreden en er zich plots een nog veel bekender panorama voor onze ogen uitstrekte. De twee dubbele haarspeldlussen, gescheiden door hoge, granieten muren: onmiskenbaar de locatie waarnaar we zo lang gezocht hadden.

Nadat ik mijn copiloot met de fotocamera had gedropt op een panoramisch plekje, stuurde ik de MINI vastberaden over dit huzarenstukje – zonder twijfel het mooiste lint asfalt dat ik ooit heb mogen berijden. De ervaring heeft nog het meeste weg van een rollercoaster, met het verschil dat je zelf volledige controle hebt over de rit en te allen tijde een blik kan werpen op een van de indrukwekkendste landschappen van Europa. Hemels – beter kan ik het niet omschrijven. En op dat perfecte moment had ik de Col voor geen geld ter wereld in een andere wagen willen temmen dan mijn Cooper S. Er bestaat gewoon geen gepaster vervoer.

Hoofdstuk 3: MINI United

Laten we realistisch zijn: na die haast spirituele ervaring kon MINI United, het festival waar alle MINI-eigenaars ter wereld op uitgenodigd worden, niet anders dan een anticlimax worden. Toch had onze entree zonder twijfel geslaagder gekund. Om het kind een naam te geven (en een brok frustratie kwijt te raken): 45 euro per persoon voor twee nachten op een camping dat woord niet waardig – lees: een droge rotsvlakte zonder deftig sanitair, omzoomd door hoge hekken en met patrouillerende veiligheidsagenten die niet terugdeinzen voor een doortastende fouillering – gaat er zwaar over. Al tijdens onze check-in was een groep gedesillusioneerde Britten bezig hun geld terug te eisen.

Maar goed, we waren hier voor het festival, en dat begon veelbelovend – met een energiek optreden van de onverwoestbare Iggy Pop, gevolgd door een dj-set van thuisspeler Martin Solveigh. Toch waren we de volgende ochtend vroeg uit de veren, want het prachtige Circuit Paul Ricard beschikt over een van de mooiste kartingomlopen ter wereld, net als het grote circuit voorzien van de typerende blauw en rood gemarkeerde uitloopstroken. Bij de opening om 9.30u tekenden we meteen present voor enkele snelle sessies.

De rest van de dag vulden we met activiteiten die we al grotendeels kenden uit editie 2009: testritten met de nieuwste MINI-modellen, een stuntshow van Russ Swift, races uit de MINI Trophy (FRA) en Rushour (ITA), een carwash door schaarsgeklede dames… ’s Avonds nog een concertje meegepikt van The Ting Tings en Gossip, om de volgende dag moe maar voldaan koers te zetten naar het noorden.

Met 2.700 extra kilometers op de teller heeft deze roadtrip mij veel geleerd over mijn trouwe speelkameraad. Zo veel zelfs, dat het lijkt alsof er, ergens tussen Monte Carlo en de Col de Turini, een onverbreekbare band is ontstaan tussen ons. En dat stelt me voor een moeilijke situatie: sinds onze afscheidsreis valt het nakende afscheid me zwaarder dan ooit.

[Foto’s Monaco & MINI United: Pieter Fret – Foto’s Col de Turini: Pieter Fret & Stijn Michiels]

Share Button

11 Responses

  1. Sjoerd says:

    Waardig afscheid! Heb je toevallig ook de GPS coordinaten van die ‘zonder twijfel het mooiste lint asfalt dat ik ooit heb mogen berijden’ genoteerd?? Zou super zijn!

  2. Sjoerd says:

    OK! Dank. Leuk om te weten. Snel maar weer eens een tripje inplannen. Prachtige wegen om je vriendin tot kotsen te brengen 😉

  3. Pieter Ameye says:

    Puik verslag! En of het kriebelen gaat…

  4. VishnuSixDix says:

    Erg leuk stukje, Pieter!

  5. Stijn says:

    Roadtrip-verhalen zijn leuk om te lezen! Jammer van het Mini-evenement met Guantanamo-bewakers, gelukkig brachten Monte Carlo en de wegen in de omtrek wel plezier!
    Bedankt voor de tip, de Route de Sospel mag nog meer bezoek verwachten 🙂

  6. Evert says:

    Pieter,
    Prachtige roadtrip
    fijn dat wij aan de hand van het verhaal & foto’s toch een beetje mee op avontuur zijn kunnen gaan van achter onze PC 😉

Leave a Reply