DRIVR

Voorbeschouwing: 24 Uren van Le Mans 2012

TIP: Bekijk de hoogtepunten van de etmaalrace HIER in HD!

De 24 uur van Le Mans staat weer voor de deur. Dit jaar gaat de 80e editie van start, met 56 auto’s die voor dezelfde uitdaging staan als waar de pioniers voor stonden: in een etmaal zo veel mogelijk kilometers afleggen. Waar zit de spanning? We lopen de vier klassen door aan de hand van de resultaten van de testdag op 3 juni.

In die 80 races zijn we ver gekomen. In 1923 legden de eerste winnaars, André Lagache en René Leonard, in hun Chenard-et-Walcker een respectabele 2209 kilometer en 468 meter af. Dat leek heel wat, maar in de laatste vooroorlogse Le Mans wisten Jean-Pierre Wimille en Pierre Veyron namens Bugatti de winnende afstand al op te rekken tot ruim 3354 kilometer. In 1953 gingen Tony Rolt en Duncan Hamilton voor Jaguar over de 4000 kilometer heen, waarna het tot 1967 duurde voordat de Amerikanen Foyt en Gurney over de 5 ton reikten in hun GT40.

Sinds die tijd circuleert de totale afstand rond die 5000 kilometer, dankzij diverse remmende maatregelen, in zowel de auto’s als het baanontwerp. Gijs van Lennep en Helmut Marko hielden met hun Porsche 917K bijna veertig jaar hun record uit 1971 vast, dat pas met de 397 ronden van Timo Bernhard, Mike Rockenfeller en Romain Dumas in 2010 werd geslagen. Hun dagteller bleef steken op 5410,710 km.

Timo Bernhard, een van de mannen uit de zo succesvolle reeks Audi-campagnes op het Le Mans van de 21e eeuw, is er dit jaar niet bij. Hij herstelt nog van een zwaar testongeluk op Sebring eerder dit jaar. Ex-Peugeot-man Marc Gené is zijn vervanger. Nog veel meer ex-Peugeot-coureurs mogen als ‘supersub’ aan de bak: Stéphane Sarrazin vervangt het geblesseerde Japanse supertalent Hiroaki Ishiura bij Toyota, terwijl afgelopen week Franck Montagny werd opgeroepen om bij OAK in te vallen voor Guillaume Moreau. Net als Ishiura heeft Moreau last van zijn rug, na een harde klap tijdens de testdag op Le Mans.

Die oud-Peugeot-coureurs waren niet komen opdraven als ze niet werkloos waren geweest. Helaas ontnam de Leeuw uit Sochaux ons begin dit jaar het vooruitzicht op een hernieuwde titanenstrijd tussen Audi en Peugeot, met het schrikbarende besluit om per direct de stekker uit het Le Mans-programma te trekken. Als we die spanning moeten missen, waar moeten we dan wel naar kijken om tijdens de 80e Vingt-Quatre Heures du Mans aan onze trekken te komen? (Autosporttechnisch dan, want de honderdduizenden bezoekers weten zich ook wel anders te vermaken.)

Daarvoor lopen we het startveld klasse voor klasse door, aan de hand van de resultaten op de collectieve testdag van 3 juni. Driving Fun-fotograaf Michiel Mulder, die komend weekend ook weer langs de baan staat, was erbij en leverde de foto’s bij deze voorbeschouwing.

LMP1: Toyota neemt de handschoen op

Eén ding is zeker: het vertrek van Peugeot is een groot gemis voor de topklasse van Le Mans en het nieuwe FIA World Endurance Championship waarvan de Grootste Race Ter Wereld dit jaar deel uitmaakt. In de twee voorgaande races die voor het WEC meetelden, Sebring en Spa, had Audi het rijk alleen, wat zich uitte in twee eclatante overwinningen. Maar op Le Mans krijgt Audi tegenstand – toch nog.

Toyota debuteert dit jaar in het WEC met een hybride benzineauto en neemt op Le Mans de handschoen op tegen Audi. Eigenlijk had het al op Spa moeten gebeuren, maar een zwaar testongeluk verwoestte de enige tot dan toe beschikbare monocoque. Toch mogen we nog van geluk spreken, want Toyota beschouwde 2012 oorspronkelijk als een oefenjaar – een seizoen in de luwte terwijl Audi en Peugeot elkaar uit de tent zouden vechten. Toen de Fransen pardoes stopten, besloot Toyota om zich voor het hele WEC in te schrijven en ook met twee auto’s op Le Mans te verschijnen.

Maken ze kans? Op de testdag verbaasde Audi’s Allan McNish zich in ieder geval over de enorme topsnelheid en acceleratie van de TS030, mede dankzij de keuze van Toyota om de elektrische hulpmotoren ook op de achterwielen te zetten. Daardoor kwamen de twee Toyota’s verdraaid dicht in de buurt van de tijden die de Audi’s zetten. Wel kunnen we natuurlijk vraagtekens zetten bij het duurvermogen van de Japanse auto’s, zeker na het missen van de ‘generale repetitie’ op Spa.

Zelf verdeelt Audi trouwens ook zijn kansen. Net als Toyota brengen de Duitsers twee hybrides mee met de naam R18 e-tron quattro, die nog steeds door Audi’s 3.7 liter V6 diesel worden aangedreven, ook al is dat niet meer aan de typenaam te zien. Die auto’s reden allebei de 6 uur op Spa uit en bleken dankzij hun ‘vierwielaandrijving’ (bij Audi krijgen juist de voorwielen hulp van elektromotoren) geweldig in de regen, maar ze wonnen de wedstrijd niet. Als het droog blijft, maken de twee reguliere R18’s – dit jaar R18 ultra genoemd – de beste kans.

En de rest van het veld? Dat heeft gewoontegetrouw het nakijken. De LMP1’s met Honda-motoren kennen wel een zekere fabrieksondersteuning, maar Honda kijkt het in tegenstelling tot Toyota dit jaar echt nog even aan. Op de testdag bedroeg het gat tussen de langzaamste Audi en de snelste HPD-Honda een respectabele zes seconden.

Ingeklemd tussen de HPD’s van Strakka en JRM zaten de Lola-Toyota’s van Rebellion en de Dome-Judd van Pescarolo. Die laatste is samen met de zusterauto van Pescarolo – een tot Pescarolo 03 omgebouwde Aston Martin AMR-ONE – en OAK’s versie van de vorige Pescarolo niet meer dan een outsider voor de titel ‘best of the rest’, maar de twee Rebellion-auto’s doen daar volop voor mee. Jeroen Bleekemolen zette vorige week met zijn teamgenoot Andrea Belicchi en Harold Primat een achtste tijd. De andere gastrijder van Rebellion, Nick Heidfeld, eindigde als negende, samen met vaste coureurs Nic Prost en Neel Jani. Waarschijnlijk is de strijd van de jongste Bleek om de eer van beste LMP1-privéteam uiteindelijk interessanter om te volgen dan die om de eindoverwinning.

LMP1
1 – Joest Audi – Audi R18 e-tron quattro – Lotterer/Fässler/Tréluyer
2 – Joest Audi – Audi R18 e-tron quattro – Kristensen/McNish/Capello
3 – Joest Audi – Audi R18 ultra – Dumas/Duval/M Gené
4 – Audi North America – Audi R18 ultra – Bonanomi/Jarvis/Rockenfeller
7 – ORECA Toyota – Toyota TS030 – Wurz/Lapierre/Nakajima
8 – ORECA Toyota – Toyota TS030 – Buemi/Davidson/Sarrazin
12 – Rebellion – Lola-Toyota B12/60 – Jani/Prost/Heidfeld
13 – Rebellion – Lola-Toyota B12/60 – Primat/Belicchi/Bleekemolen
15 – OAK – OAK Pescarolo-Judd 01 – Montagny/Baguette/Kraihamer
16 – Pescarolo – Pescarolo-Judd 03 – Collard/Boullion/Hall
17 – Pescarolo – Dome-Judd S102.5 – Bourdais/Minassian/Ara
21 – Strakka – HPD-Honda ARX-03a – Watts/Kane/Leventis
22 – JRM – HPD-Honda ARX-03a – Brabham/Dumbreck/Chandhok

LMP2: bijna iedereen maakt kans

Dé klasse waarin het dit jaar gaat gebeuren, is de babyprototypeklasse LMP2. Misschien spreken de namen minder aan – dit is tenslotte de budgetklasse waarin rijke amateurs ook tot hun recht kunnen komen – de spanning zal er niet minder om zijn. Dat liet de testdag duidelijk zijn. De snelste tien LMP2’s werden gescheiden door slechts twee seconden: een fractie op de drie-en-driekwart minuten die een rondje voor deze auto’s duurt.

De snelste tijd was uiteindelijk voor de Morgan-Judd van OAK, met dank aan oud-GP2-coureur Olivier Pla. Ook de tweede Morgan van OAK zat er dankzij dezelfde Pla goed bij, met een vierde tijd. De naam Morgan is overigens puur een marketingdeal met de Britse sportwagenfabrikant, net zoals de twee Lola-‘Lotussen’ gewoon Lola’s met Judd-motoren zijn.

De concurrentie van OAK komt van het Amerikaanse Level 5 van multimiljonair Scott Tucker en zijn ultrasnelle vaste secondant Christophe Bouchut. Tucker kocht dit jaar maar weer eens twee nieuwe auto’s (hij ruilde zijn Lola’s in voor HPD’s) en doet meteen vooraan mee. Ook de HPD van Starworks hoort met zijn sterke bezetting tot de kanshebbers.

Het team van Jota lijkt intussen de rol van Greaves Motorsport te hebben overgenomen als het snelste Zytek-team. Greaves won vorig jaar in LMP2 alles wat er te winnen valt, maar gaat dit jaar voor de publiciteit: vader en zoon Martin en Alex Brundle delen de winnende auto van vorig jaar met voormalig Playstation-racegamer Lucas Ordoñez.

De Zyteks van Jota en Greaves zijn lang niet de enige LMP2’s met Nissan-motor. Er verschijnt ook een heel eskader aan ORECA-Nissans aan de start. Vooral de auto van Pecom mogen we kansen toedichten, dankzij de aanwezigheid van Soheil Ayari en Pierre Kaffer in de line-up. Nissans semi-fabrieksauto’s van Signatech kennen ook twee sterke equipes, maar die auto’s kenden tot nu toe vaak technische problemen. Een aardige outsider is het team van Murphy, met klasbakken als Warren Hughes en ex-GP2-coureur Brendon Hartley in de gelederen, maar de onervarenheid van het team zal hen parten spelen.

En dan hebben we nog de overige auto’s met Judd-motoren. Twee ervan kennen Nederlandse inmenging: Yelmer Buurman stapt in bij Status, dat dit jaar een Lola-Judd op de baan brengt in de ELMS. Zijn ploegmaats zijn GP3-coureur Alexander Sims en de Franse gentleman driver Romain Iannetta. Naast Bleekemolen is Buurman de enige Nederlander die dit jaar meedoet aan de 24 uur, want de deelname van Renger van der Zande in de Lola-Lotus is nog niet zeker. Het trio Holzer/Schultis/Moro staat vooralsnog ingeschreven, maar Renger deed op de testdag wel als vierde man mee.

LMP2
23 – Signatech – ORECA-Nissan 03 – Mailleux/Lombard/Tresson
24 – OAK – Morgan-Judd – Nicolet/Pla/Lahaye
25 – ADR-Delta – ORECA-Nissan 03 – J Martin/Kerr/Graves
26 – Signatech – ORECA-Nissan 03 – Ragues/Pantiatici/Rusinov
28 – Gulf Middle East – Lola-Nissan B12/80 – Giroix/M Jousse/Johansson
29 – Gulf Middle East – Lola-Nissan B12/80 – Ihara/Délétraz/Quick
30 – Status – Lola-Judd B12/80 – Sims/Buurman/Iannetta
31 – Lotus – Lola-Lotus B12/80 – Th Holzer/Schultis/Moro
33 – Level 5 – HPD-Honda ARX-03b – Tucker/Bouchut/Díaz
35 – OAK – Morgan-Nissan – Heinemeier-Hansson/Leinders/M Martin
38 – Jota – Zytek-Nissan Z11SN – Hancock/Dolan/Kurosawa
40 – Race Performance – ORECA-Judd 03 – Hirschi/M Frey/Meichtry
41 – Greaves – Zytek-Nissan Z11SN – Julian/González/Zugel
42 – Greaves – Zytek-Nissan Z11SN – M Brundle/A Brundle/Ordoñez
43 – Extrême Limite – Norma-Judd M200P – Thirion/Haezebrouck/Rosier
44 – Starworks – HPD-Honda ARX-03b – Dalziel/Potolicchio/Kimber-Smith
45 – Boutsen – ORECA-Nissan 03 – Brière/Petersen/Nakano
46 – TDS – ORECA-Nissan 03 – Beche/Thiriet/Tinseau
48 – Murphy – ORECA-Judd 03 – Hughes/Firth/Hartley
49 – Pecom (AF Corse) – ORECA-Nissan: Ayari/Kaffer/Pérez Companc

GTE-Pro: uitgeklede klasse

In de jaren dat Audi van start ging als gedoodverfde favoriet, konden we altijd nog rekenen op de GT2-race-binnen-de-race voor de broodnodige spanning. (GT2 heet op Le Mans sinds een tijdje GT Endurance.) Dit jaar wordt dat wat lastiger. Vanwege de overweldigende belangstelling voor de LMP2, een klasse die Le Mans-organisator ACO bovendien wil promoten, moest er in andere klassen plaats worden gemaakt. Het grootste slachtoffer werd GTE-Pro, de GT-klasse voor nieuwe GT2-auto’s met professionele rijdersbezetting. (Hoewel, professioneel, de bankier Roger Wills in de Ferrari van JMW is echt geen fullprof.)

Nu hoefde de ACO daar niet eens echt zijn best voor te doen. BMW besloot om zijn DTM-programma zo veel voorrang te geven dat een WEC-seizoen met de E92 M3 GT werd geschrapt. Daardoor blijven er drie serieuze fabrikanten over: Ferrari, Corvette en Porsche, met Aston Martin als vierde merk – maar dat is meer een low-budgetinspanning van Prodrive, dat zijn wonden likt na de desastreuze LMP1-campagne van 2011 met de AMR-ONE. De Vantages waren op de testdag echter wel snel, dus wie weet.

Over fabrieksinspanning gesproken: van die drie serieuze merken valt Porsche eigenlijk ook af, ook al schuiven de Duitsers al hun fabriekscoureurs wel ergens naar binnen. De fabrieksstatus van Felbermayr-Proton is desondanks niet te vergelijken met die van AF Corse bij Ferrari en die van Pratt & Miller bij Corvette. Sterker nog, de naam Pratt & Miller vind je niet eens terug op het inschrijvingsformulier. AF Corse krijgt op Le Mans volop steun van Ferrari Corse Clienti.

Ferrari en Corvette kunnen deze race dus alleen nog maar verliezen, net als Audi in de LMP1. Maar omdat Porsches altijd maar doorgaan en doorgaan, mogen we de auto’s van Felbermayr-Proton en Flying Lizard nooit uitvlakken. Normaal gesproken moeten we voor de winnaar in deze onderbezette klasse echter kiezen uit de Italia’s van AF Corse (allebei met mega-equipes aan boord) of de ‘Vettes van Corvette Racing (idem).

LM GTE-Pro
51 – AF Corse – Ferrari 458 Italia – Fisichella/Bruni/Vilander
59 – Luxury – Ferrari 458 Italia – Melo Jr/Makowiecki/Farnbacher
66 – JMW – Ferrari 458 Italia – Walker/Cocker/Wills
71 – AF Corse – Ferrari 458 Italia – Beretta/Bertolini/Cioci
73 – Corvette Racing (Pratt & Miller) – Corvette C6 ZR1 – Magnussen/García/Taylor
74 – Corvette Racing (Pratt & Miller) – Corvette C6 ZR1 – Gavin/Milner/Westbrook
77 – Felbermayr-Proton – Porsche 997 GT3-RSR – Lieb/Lietz/Pilet/Henzler
80 – Flying Lizard – Porsche 997 GT3-RSR – J Bergmeister/Long/M Holzer
97 – AMR – Aston Martin Vantage V8 – Mücke/Fernández/Turner

GTE-Am: gooi het muntje maar op

Om (rijke) amateurs ook een kans te geven op een klasseoverwinning, riep de ACO twee jaar geleden de GTE-Am-klasse in het leven. Deze klasse voor minstens één jaar oude GT2-auto’s en equipes met minstens één amateur in de rijdersgelederen blijft in deze crisistijden goed bezet – misschien niet zo gek, want rijke mensen worden tenslotte alleen maar rijker. Wie de klasse gaat winnen? Gooi het muntje maar op. Meestal is het de volhouder die wint.

Favorieten zijn er natuurlijk wel. De Vantage van Prodrive schoot op de testdag uit zijn slof met een tijd die sneller was dan zeven Pro-auto’s, inclusief zijn eigen zusterauto uit de Pro-klasse. Daarna volgde de alleswinnaar van 2011, de Corvette van Larbre Compétition. Geheimtipps zijn de Porsches van IMSA Performance en Felbermayr-Proton. Het zijn niet alleen auto’s die maar blijven rijden, maar de profs in de bezetting worden aangevuld door zeer sterke amateurs. In de GTE-Am zijn het juist de Ferrari-teams voor wie meedoen belangrijker is dan winnen en dat geldt zeker voor de Porsche van JWA.

LM GTE-Am
50 – Larbre – Corvette C6 ZR1 – Bornhauser/Canal/Lamy
55 – JWA – Porsche 997 GT3-RSR – Camathias/Palttala/Daniels
57 – Krohn – Ferrari 458 Italia – Jönsson/Krohn/Rugolo
58 – Luxury – Ferrari 458 Italia – Ehret/Montecalvo/Jeannette
61 – AF Corse-Waltrip – Ferrari 458 Italia – Aguas/Kauffman/Vickers
67 – IMSA Performance – Porsche 997 GT3-RSR – Narac/Armindo/Pons
70 – Larbre – Corvette C6 ZR1 – Gibon/Bourret/Belloc
75 – ProSpeed – Porsche 997 GT3-RSR – Edwards/Curtis/Al Faisal
79 – Flying Lizard – Porsche 997 GT3-RSR – Neiman/Pilet/Pumpelly
81 – AF Corse – Ferrari 458 Italia – Perazzini/Cadei/Griffin
83 – JMB – Ferrari 458 Italia – Rodrigues/Illiano/Ferté
88 – Felbermayr-Proton – Porsche 997 GT3-RSR – Ruberti/Roda/Ried
99 – AMR – Aston Martin Vantage V8 – Nygaard/Poulsen/Simonsen

CDNT: de DeltaWing

En dan hebben we nog de auto uit pitbox 56. Die garage geeft de ACO sinds vorig jaar weg aan een innovatief autosportproject, ofwel een ‘Car Displaying New Technology’. In 2012 staat de bijzondere DeltaWing in die ruimte, het pijlvormige Indycar-ontwerp dat het niet haalde en het nu in aangepaste vorm op Le Mans mag proberen, voorzien van een 1,6-liter-turbo van Nissan. Het Japanse merk is leuk met het Amerikaanse project aan de haal gegaan, getuige het feit dat de auto overal op internet al de ‘Nissan DeltaWing’ wordt genoemd.

Maar ere wie ere toekomt: Nissan levert niet alleen de motor en de enorme witte Nissan-stickers op de zwarte pijl, maar ook fabriekscoureurs Krumm en Motoyama. Het werk op de baan blijft overigens in Amerikaanse handen: het team van Highcroft is verantwoordelijk voor de auto die hors concours meedoet. Hoe hard gaat de DeltaWing? Om je een idee te geven: de lichtgewichtauto zette tijdens de testdag een tijd die sneller was dan de LMP2 van Renger van der Zande.

CDNT
0 – Highcroft – DeltaWing-Nissan – M Franchitti/Krumm/Motoyama

Met de race zelf zijn we er trouwens nog niet op Le Mans. In het voorprogramma mogen we genieten van een Group C-race tussen ongeveer 35 auto’s, van Sauber-Mercedessen tot Porsche 956’s, van Silk Cut Jaguars tot Martini Lancia’s. Daarnaast houdt Motor Racing Legends de inmiddels traditionele Le Mans Legends-race. Ook is er tijd voor een eerbetoon aan de Matra’s die begin jaren zeventig heersten op de Sarthe. Net als toen worden ze een paar rondjes bestuurd door onder meer Henri Pescarolo en Gérard Larrousse.

De laatste, na zijn actieve carrière bekend als een van de mannen achter het F1-turbosucces van Renault en daarna van F1-renstal Larrousse, wordt komend weekend sowieso in het zonnetje gezet. Ook Toyota wordt warm welkom geheten: de tweede man van het Japanse concern mag op zaterdag het startschot geven. Voor de spanning in de race mogen we hopen dat meneer Takeshi Uchiyamada op zondagmiddag nog nagels zit te bijten.

[Dit artikel verscheen ook op Driving Fun]

Share Button

One Response

  1. Terwijl de schemering over het Franse land valt en de kleurig verlichte 56 auto’s over de baan razen voor hun laatste kwalificatiesessie, is het tijd voor een eerste sfeerimpressie vanaf Le Mans. We wandelden door het paddock en liepen naar binnen bij de gastvrije teams.

    Het was voor sommige teams een hectisch uurtje, na de laatste vrije training tussen zeven en acht uur ’s avonds. Een paar auto’s hadden gisteren al schade gereden – zo werd er vandaag een compleet nieuwe Ferrari naar Le Mans getransporteerd, nadat Giancarlo Fisichella gisteren in de Porsche-bochten een 458 afschreef. Ook eerder vanavond gingen er een paar achterstevoren.

    Maar ook als er niets was misgegaan, ging alles nog even helemaal open voor de laatste checks en de aangepaste fijnafstellingen na de debriefing met de coureurs. Terwijl de monteurs aan het sleutelen waren, waren pitcrewleden bezig met velgen wassen of banden scrubben. Werk dat ook moet gebeuren.

    Bij Audi en Toyota stonden zwaarbewaakte forten, maar de kleinere LMP2- en GTE-Am-teams waren meestal niet te beroerd om schrijvende media toe te laten tot bij hun auto. Dezelfde gastvrijheid toonden overigens LMP1-teams als Rebellion en een GTE-Pro-team als AF Corse.

    Het hospitality-contrast is al even enorm: Audi heeft een bouwwerk van drie verdiepingen mee dat het Red Bull Energy Station naar de kroon steekt. Een liefhebbersteam als het Amerikaanse Krohn Racing heeft z’n eten gewoon uitgestald op de onderste verdieping van de vrachtwagen. Dat maakt Le Mans ook zo mooi: het verschil tussen Ferrari en HRT is vele malen kleiner dan dat tussen Toyota en ProSpeed uit België. Toch streven ze allebei hetzelfde doel na: in één dag zo veel mogelijk kilometers maken.

    Over kilometers maken gesproken: de afgelopen dagen waren ook op de toegangswegen naar Le Mans een genoegen: vooral op de snelweg vanaf Calais kwam er een eindeloze stoet van uitzinnige supercars op Brits kenteken op gang. Soms kwamen ze langsknallen, meestal reden ze toch wat voorzichtigjes op ieder nieuw viaduct af, waar inderdaad de ene na de andere gendarme stond te laseren. Makkelijk scoren voor les bleus dezer dagen. De komende dagen gaan we zeker nog een paar keer op de campings rondom het circuit rondneuzen – niet alleen om de auto’s, maar ook om de bestuurders en inzittenden, die je de komende dagen maar liever niet in de buurt van een auto wenst.

    Morgen het resultaat van het fotowerk in de pits en langs de baan van onze fotograaf Michiel Mulder – en daarna nog veel meer Le Mans op DF & DRIVR.

Leave a Reply