DRIVR

RetroTest: Lancia Delta Integrale Evoluzione

Het zal mij een zorg wezen. Twintig jaar heb ik hierop gewacht, en daar gaat een chronisch gebrek aan hoofdruimte niets aan veranderen. “Met helm op circuit heb ik hetzelfde probleem” sust de eigenaar, en raadt aan het schuifdak te openen. Een vreemd zicht voor de dames op de lokale Chaussée d’Amour (en die zijn nochtans iets gewoon), maar een regelrechte no-brainer voor ondergetekende. Want ik moet en zal vandaag Integrale rijden…

Zoals wel vaker begon het allemaal in mijn puberteit. Via de nodige omzwervingen – destijds met AltaVista beter dan Google – was ik op een internetpagina beland die alles over de Lancia Delta hamsterde, inclusief deze heroïsche actiefoto van een Giallo helemaal dwars. Een atypische stance voor een vierwielaandrijver weet ik nu, maar toen zowat het equivalent van Pamela Anderson in de 18+versie van Baywatch. Of Uma Thurman in Pulp Friction.

Wist ik veel dat de gele bruut het slotstuk was van een bloedlijn die van 1983 dateert. Sterker nog: nemen we niet de HF Turbo maar de door Giugiaro gepende Delta als startpunt, dan is de Giallo het orgelpunt van veertien jaar evolutie. Op een rij: Delta 1300/1600 (1979), HF Turbo 130 (1983), S4 Groep B (1985), HF 4WD 165 (1986), Integrale 8v 185 (1987), Integrale 16v 200 (1989), Integrale Evoluzione 210 (1991) & Integrale Evoluzione 2 215 (1993). En waarom al die iteraties? Omdat Lancia in de rally-business zat, en na de knotsgekke Groep B-jaren een competitiewagen op straatbasis nodig had. Wilden ze vooruit in het wereldkampioenschap, dan moesten ze eerst 5.000 homologiemodellen bouwen. Het werden er uiteindelijk veel meer: zo’n 44,296 Integrales om exact te zijn – opgedeeld in tal van specials.

‘Onze’ is naar geboortecertificaat een van de laatste Evo I’s uit 1993. Maar zoals wel vaker bij dit soort wagens is er over de jaren heen wat aan gesleuteld; de prachtige vijftienduimers zijn ingeruild voor zestieners van de Evo II, de standaard sportstoelen vervangen door Recaro-lookalikes met hoge rug en het fijne driespaaktstuur gewisseld voor een sportief exemplaar van Momo. En toch is de rijhouding op en top Italiaans – zijnde lange armen, korte benen en schijnbaar geen hoofd. Het dashboard is trouwens redelijk wacky, met allerhande metertjes en een toerentalnaald om kwart na twaalf.

Eenmaal de Lampredi aangejaagd blijkt die naald van vitaal belang. Onder de drieënhalfduizend is er namelijk weinig loos, alsof de turbo zoek is onder de zwangere motorkap. Maar hou je voet tegen de plank, laat de naald voorbij de helft gaan en je krijgt een serieuze schop onder je gat – oldskool kaboom. Op papier betekent dat nul tot 100 in zo’n zes seconden, en daar voelt dit – ahum – goed onderhouden exemplaar zeker toe in staat met een inox uitlaatlijn helemaal tot aan de spaghetti. En nu we het toch over inox hebben: de pookbasis is geen knutselwerk van de huidige eigenaar, maar de standaard pookopstelling van een Evo. Schakelt trouwens zoals het eruit ziet, met lange halen en een rubberachige vergrendeling. Maar verder niets mis mee.

Op die verwenste rijhouding na is er eigenlijk helemaal niets mis met de Integrale, en dat is een geruststelling van formaat. Het zou niet de eerste keer zijn dat de mooiste fantasieën afknappers blijken in de realiteit… Al kan je dat heroïsche overstuur van hierboven op je buik schrijven – tenzij je met links bijremt of Scandinavisch gaat flicken. In de meeste omstandigheden is de Delta namelijk hondstrouw, met een geblokte houding die weinig slip toelaat. Eenmaal na de apex is het trouwens hard werken om de 4×4-aandrijflijn in het gareel te houden, ondanks het feit dat het stuur rond de rechtuitstand eerder licht is.

Maar het allerbeste aan de Integrale is het besef dat dat je hem niet op één-twee-drie kan meesteren. Dat je veel meer stuurtijd nodig hebt om het ontwikkelingswerk van Cesare Fiorio’s team te doorgronden, in tegenstelling tot moderne hatchbacks die meteen flatteren en hun troeven pardoes op tafel gooien. Dat gezegd verkiezen kenners vandaag de fijnzinnigere 8/16v van eind jaren ’80 boven de brede Evo’s als het op rijden aankomt – vooral omdat die laatste nogal stoïcijns durven zijn en grip marginaal boven handling plaatsen.

Niet dat je mij daarover gaat horen klagen, want er rest de Integrale meer dan genoeg flow om – in de juiste handen – met modern speelgoed mee te kunnen. Al doet die vergelijking hem eigenlijk oneer aan. Daarvoor is zijn palmares gewoon te rijk, en zijn aura te Italiaans. Maar ik kan je garanderen: zelfs met een zomer muggen tegen mijn voorhoofd blijft deze korte rit met zekerheid de gevaarlijkste meest memorabele die ik ooit aangevat heb. Daarvoor had ik gelukkig een Elefantino of kleine olifantje op de grille; een geluksbrenger in de Oosterse mythologie én het persoonlijke embleem van Lancia-piloot Enrico Anselmi in de jaren ’50. Eeuwig dank, DRIVR Patrick – please come again.

[Holga’s: Ken Divjak, Thumb: Jeroen Thys – Met dank aan Patrick & Jeroen!]

LANCIA Delta Integrale Evo I

Plus Min
+ Rally-Icoon voor op straat – Hoofdruimte…

Weggecijferd

Motor 2.0 4-in-lijn benzine turbo
Aandrijving 4×4
Vermogen 210 pk
Koppel 300 Nm (3.000 tpm)
Gewicht 1.340 kg
Acceleratie (0-100 km/h) 5,7 s
Topsnelheid 220 km/h
Gem. testverbruik (niet gemeten)

Verdict

9 op 10

Share Button

13 Responses

  1. bart says:

    Damn – Holga’s!

  2. Pieter Ameye says:

    Coolste hatchback ooit. Punt.

  3. Benny Herdewyn says:

    Doet me denken aan die reclame van Autoscout met een Daihatsu Copen:)
    Zou je er dagelijks mee willen/kunnen leven Ken? Gesteld dat je er in past (en een spaarpotje voor de benzine over hebt)…
    Voor een keer toch content met mijn 1m72.

  4. Ken Divjak says:

    Geen idee hoe het gesteld is met de duurzaamheid of wisselstukken van de Integrale.

    Maar als dat doenbaar zou zijn,
    lijkt met dit een perfecte kandidaat voor die ‘ene auto voor je leven’.

    Bruut, tijdloos en serieus amusant.

    • heidekonijn says:

      Volgens een van de duurdere mechaniekers in mijn adresboekje is de auto nogal complex. Eigenlijk zei hij het anders, met redelijk veel scheldwoorden. Alleszins meer parts en upgrades voor verkrijgbaar dan alle Alfa’s van na 1978. Mogelijk een diepe money-pit.

      Maar enorm lekker.

  5. Key says:

    ik heb em!

    … in miniatuur op mijn schouw staan.

  6. Martijn says:

    Ik heb er een, een evo2. Qua aanschaf en onderhoud vergelijkbaar met een 2e hands ferrari uit die periode, maar het rijplezier is onovertroffen 🙂

  7. Patrick says:

    Hallo iedereen, ik ben de gelukkige eigenaar van deze rode Integrale. En ja ook al zijn onderdelen steeds moeilijker te vinden (gelukkig heb ik ondertss heel wat goede adressen) het blijft altijd een fantastisch moment om er mee te rijden. En wat een bekijks! Zo ben ik 2 weken terug ermee nr Classic Le Mans gereden en heel veel goedkeurende blikken gezien! En dan te weten dat de auto’s die je daar kan zien ONGELOOFLIJK zijn.

  8. integrale bianco says:

    Fijn verslag. Zelf rij ik met een mooie 8v kat in goede staat, een fantastische auto die me telkens weer doet glimlachen. Ik heb er veel bekijks mee, maar wel enkel van de (100% mannelijke) connoisseurs :-)Voor de niet-kenners ziet de auto er banaal (marginaal hoor ik ook regelmatig) uit, wat het voor mij nog leuker maakt. Niet de snelste hatchback meer anno 2013, maar verdomd zalig om te sturen.

  9. Duckie 'RS says:

    Der Walter doet zijn duit in het zakje:

Leave a Reply