DRIVR

Autofotografie: Tutorial met MINI’s Coupé als Model

TIP: Specifiekere vragen dan wel algemenere? Stel ze in de comments!

Voor een webzine dat veel tijd aan fotografie spendeert, hebben wij het verdacht weinig over de technieken die daaraan te pas komen. Niet omdat we onze art zo black mogelijk willen houden, eerder omdat we te vaak op pad zijn om er nog veel over te leuteren. Als BMW evenwel voor de tweede keer een MINI Coupé Cooper S op onze redactieparking dropt met de vermelding “doe er maar iets leuks mee”, dan maken we graag een uitzondering op die regel om met een tutorial autofotografie te komen.

LOCATIE, LOCATIE, …

Een volwaardige fotoreportage omvat verschillende types foto’s: exterieurbeelden, interieurfoto’s, detailafbeeldingen en actieshots. Behalve voor de detailfoto’s is het erg belangrijk om een geschikte locatie te vinden die de wagen in kwestie complementeert of de bijhorende tekst illustreert. En dat kan tegenwoordig vanuit je luie zetel dankzij Google Maps, Earth en Streetview – maar hou er wel rekening mee dat de beelden niet altijd up-to-date zijn. Zorg dus altijd voor een plan B in de buurt, zeker als je in opdracht werkt. Echte pro’s noteren trouwens elke interessante locatie die ze terloops passeren, en gaan vaak live verifiëren of de gekozen plaats wel toegankelijk is, niet te druk blijkt, verborgen nadelen heeft enzovoort.

POETSWERK

Quasi elke shoot begint op dezelfde manier: poetsen. Want hoewel testwagens consequent proper afgeleverd worden, zijn ze  – zeker in de zomer – vuil tegen de tijd dat je de locatie bereikt hebt. En daarbij: ter plaatse aan de slag gaan met Instanet is nog altijd efficiënter dan op elke foto vliegen te retoucheren. Zorg daarom altijd voor poetsgerief en eventueel zelfs een borstel om vuil of scherpe objecten uit het frame te vegen. Niets zo irritant als een chipszak in een uithoek, of een lekke band op locatie. Om vuil op matten te verwijderen, kan je eventueel tape gebruiken.

EXTERIEUR

Bij statische exterieurbeelden is het aangeraden om de horizon recht te zetten (eventueel met een waterpas in de flitsschoen of op je statief), aangezien tilten snel vertekening geeft – vooral als er rechte lijnen van gebouwen en dergelijke in het spel zijn. Toegegeven: beelden lijken dramatischer als ze schuin gekadreerd zijn, maar trop is hoe dan ook teveel en onder kenners is het eerder een teken van creatieve armoede dan inventiviteit. Vermijd trouwens gras als ondergrond, tenzij je op de greens van Pebble Beach staat.

INTERIEUR

Interieurfoto’s brengen extra moeilijkheden met zich mee, omdat het contrast tussen buiten en binnen (vooral in volle zon) erg groot kan worden. Je kan dit oplossen door twee opnames op statief te maken; één met een belichting voor de vensters, en een ander voor het dashboard en de zetels. Het vraagt wel wat tijd om die nauwgezet in Photoshop te monteren tot één beeld. Als je deze techniek gebruikt, overbelicht je het zicht naar buiten best een klein beetje, anders zou het eindresultaat wel eens onrealistisch kunnen ogen. In dat opzicht zijn daklozen natuurlijk begeerlijk, en een breedhoeklens handig om alles in beeld te krijgen.

DETAILS

Probeer bij detailfoto’s zo weinig mogelijk overbodige informatie op te nemen. Met een macrolens kan je bijvoorbeeld heel kort bij je onderwerp fotograferen, waardoor het beeld rustiger wordt. Kijk zeker eens naar je huidige zoomlens, want die hebben soms ook een macrostand. Als je een kadrering maakt, zet dan je onderwerp ook niet consequent in het midden – maar probeer  eens op één derde afstand van de hoeken. Dat geldt trouwens voor alle foto’s, niet enkel voor detailfoto’s.

PANNING

Het doel van pannings is de beweging van het voorwerp weer te geven op foto. Als deze techniek correct wordt uitgevoerd, krijg je een scherp voorwerp met een onscherpe achtergrond. Tijdens de fotograferen moet het voorwerp dus op dezelfde plaats in je frame blijven. Je kan beginnen oefenen met een sluitertijd van 1/80ste van een seconde; eens je dat onder de knie hebt, kan je gaan experimenteren met langere sluitertijden van 1/40ste tot 1/15de. Maar dan wordt het pas echt moeilijk om iets (en liefst het juiste deel) scherp te hebben. Je vraagt trouwens best aan de bestuurder om aan een zo constant mogelijke snelheid – pakweg 50 km/u – voorbij te rijden. Eenmaal dat onder de knie, kan je tijdens de opname een beetje zoomen; het snelheidsgevoel wordt daardoor nog versterkt, maar de moeilijkheidsgraad verhoogt wel exponentieel.

RIGSHOT, TRACKING, …

Door de camera aan een auto te bevestigen middels statief en/of zuignappen blijft de opname-eenheid perfect synchroon met het onderwerp. Foto’s gemaakt op die manier lijken wel op een perfect uitgevoerde panning – maar dan vanuit een onmogelijk standpunt. Je kan een kadrering maken waarbij het statief niet in beeld is, of achteraf de zuignappen wegwerken met photoshop. Een andere optie (die minder nabewerking vraagt) is om het statief met camera op een andere wagen te monteren en synchroon te gaan rijden, of het statief helemaal weg te laten en met de hand vanuit een andere wagen te fotograferen. Het principe blijft hetzelfde: al rijdend dezelfde afstand van camera tot onderwerp bewaren om beweging vast te leggen met een sluitertijd van pakweg 1/40ste. Maar wel voorzichtig met dit soort capriolen.

Deze tutorial mikt op een zo breed mogelijk publiek. Heb je specifiekere vragen dan wel algemenere, stel ze gerust in de comments – onze man Jeroen Peeters beantwoordt ze graag in detail.

[Foto’s: Ronen Segers en Jeroen Peeters – Postproductie: Ronen Segers]

Share Button

3 Responses

  1. Ken Divjak says:

    Volledigheidshalve vermelden we hier ook nog de zogenaamde freeze of het ‘bevroren’ beeld. Dat heeft snapper J – wegens het ontbreken van een snelle bocht – niet kunnen schieten tijdens bovenstaande sessie, maar hij heeft het wel beschreven aan de hand van een foto uit een ander MINI-artikel:

    FREEZE

    Door een heel korte sluitertijd te gebruiken, kan je alle beweging doen stilstaan – zelfs een auto die duchtig de sporen krijgt. Bij een juiste scherpstelling (autofocus of vooraf ingesteld) komt de protagonist dan heel scherp én sportief in beeld. Maar opgelet: bij grijs weer (lees: weinig licht) is het soms onmogelijk om een sluitertijd te gebruiken die kort genoeg is voor sportieve DRIVRs. Formule 1-wagens hebben zelfs 1/8000ste nodig om niet in een veeg op te gaan. De ISO-waarde verhogen of het diafragma verder openen – idealiter met een snelle maar evenzeer dure 2.8-lens – is soms de enige optie. Zorg wel dat je de chauffeur die met een slordige … op je afkomt ten volle vertrouwt.

  2. Wim Bervoets says:

    Jeroen (en Pieter A), ik kan een beetje overweg met een compacte digitale camera maar ben een absolute leek als het op gespecialiseerde fotografie aankomt. Toch zou ik in de toekomst willen beginnen te oefenen met autofotografie. Waarop let ik als ik een camera koop? Wat voor lenzen moet ik zeker hebben en welke hoef ik nog niet meteen in huis te halen?

    • Jeroenp says:

      Volgens mij kan je vrij kiezen tussen Nikon en Canon. Op dit moment zou mijn voorkeur gaan naar Nikon (al gebruik ik zelf Canon). Ik denk dat je best gaat voor een crop-sensor en geen fullframe-sensor omdat de lenzen voor full-frame duurder zijn. Een full-frame is wel iets beter bij weinig licht. Bij een crop-sensor moet je alle brandpuntsafstanden vermenigvuldigen met 1,3 of 1,6. Je wint daardoor wat meer telebereik, maar verliest groothoekbereik.

      Heel veel lenzen heb je niet nodig, maar alles hangt natuurlijk af van je budget en interesses. Er worden vaak kit’s verkocht, bestaande uit een body en 1 of 2 lenzen. Die lenzen bieden vaak een groot zoombereik (van groothoek tot tele), maar zijn niet lichtsterk. Goedkope telelenzen (genre 70-300mm f5,6) zou ik in geen geval kopen. De autofocus is daarbij te traag voor autofotografie, en ze zijn ook niet voldoende lichtsterk.

      Zowel Canon als Nikon bieden een vaste (dus geen zoomlens) 50mm lens aan. Je kan deze kopen in verschillende lichtsterktes. De meest betaalbare is de f1,8 voor zo’n 100 euro. Je kan hier niet mee zoomen, maar ze zijn wel superscherp. Een f1,4 die nog lichtsterker is kost ongeveer 300 euro.

      Als je meer wil investeren in objectieven dan de kitlenzen en een 50 mm f1,8:
      Als je een fullframe-Canon zou kopen, dan heeft Canon een hele mooie 24-70mm f2,8 lens, die lichtsterk is, met macro op 70mm. Dat komt van pas als je details wil gaan fotograferen. Als je liever meer telebereik hebt, dan is er de 24-105 f4, maar deze is iets minder lichtsterk). Die lichtsterkte betaal je ook: 2000 euro voor een 24-70 f2,8, terwijl de 24-105 f4 zo’n 1000 euro kost.

      Nikon heeft een 17-55mm f2,8 (1200 euro) voor op hun crop-sensorcamera’s.

Leave a Reply