DRIVR

Gastbijdrage: Octaanstrip – Grand Prix (Marvano)

OPGELET: Aan deze gastbijdrage hangt een disclaimer vast!

Aan uiteenlopende onderwerpen geen gebrek op deze webstek, maar van auto’s in stripvorm is er vooralsnog geen spoor te bekennen in het DRIVR-archief. Hoog tijd voor een inwijding in deze nobele kunstvorm, aan de hand van het zopas voltooide drieluik Grand Prix van de Belgische tekenaar Mark Van Oppen, alias Marvano.

In de semifictiereeks Grand Prix vertelt Marvano drie verweven verhalen: het historische relaas van de autopiloten uit de jaren dertig, de vooroorlogse geschiedenis van nazi-Duitsland en het verhaal van de Engelse coureur Leslie Tolliver, die met twee getalenteerde concurrenten geconfronteerd wordt. Het resultaat is “een waar verhaal dat nooit gebeurd is”: 66% historie, 33% fictie en 1% “boeiende vertelkunst”, aldus Marvano zelf.

De kick van het gevaar die schuilt in de strijd op topsnelheid – dat is de drive van racepiloten Rudi Caracciola en Bernd Rosemeyer, de helden in dit verhaal. In het Duitsland van de jaren dertig was de aanwezigheid van een veiligheidsgordel nog een absurd idee, de enorme benzinetanks licht ontvlambaar en elke bocht potentieel de laatste. Maar het grootste gevaar kwam uit een heel andere hoek… De grote successen van Mercedes en Auto Union brachten ene Adolf Hitler immers op ideeën. Hij wilde van de racepiloten de vaandeldragers maken van zijn fiere Derde Rijk. De Duitse renstallen werden dan ook zwaar gesponsord door de Führer, die de autosport doelbewust gebruikte om de beperkingen van het Verdrag van Versailles te omzeilen.

Het eerste boek van de trilogie draagt de toepasselijke titel Renaissance. We volgen Rudi Caracciola op zijn weg van bescheiden racepiloot tot idool van nazi-Duitsland. Onlosmakelijk is zijn levensloop verbonden met datzelfde Duitsland, dat na de zware crisis van de dertiger jaren als een feniks verrees uit zijn as. Naarmate het verhaal verder loopt, wordt de impact van de nazipropagandamachine steeds groter, falen wordt meer en meer een schande, en de waaghalzerij die de racepiloten uithalen, bereikt ongekende hoogtes.

Aanvankelijk respecteerden de piloten de regels, de beste won en verder geen gezeur. Dat verandert wanneer de nazi’s hun investering in de autosport politiek willen terugverdienen en zelf gaan bepalen wie welke race wint. In Libië bijvoorbeeld, waar de Italianen baas zijn, moet een Italiaan winnen. In een Duitse auto weliswaar. Het protest van de Duitse piloten is zinloos: de partij beslist. De Grand Prix van Duitsland, op de Nürburgring, moet uiteraard gewonnen worden door een blonde Duitser – in casu Bernd Rosemeyer, de nieuwe ster van het circuit. De piloten verzetten zich tegen de stevige greep van het bewind. Niet zozeer omdat ze problemen hebben met de nazi-ideologie, maar omdat ze zich in hun vrije leventje beknot voelen.

Marvano laat in zijn verhaal ook kantjes zien van Hitler, die vandaag wellicht door velen zijn vergeten. Zo moest iedere Duitser volgens hem een auto kunnen bezitten – een Volks-Wagen als het ware, zo verzon propagandachef Goebbels ter plekke. Nog voor de oorlog uitbrak, rolden er prototypes van de Kever van de assemblagelijn. Wat uiteraard ook aan bod komt in het verhaal, is de nakende jodenvervolging. De arts van Rudi Caracciola was joods en kon bijvoorbeeld niet naast zijn patiënt op een bank in het park plaatsnemen, wegens “Nicht für Juden”.

De auteur steekt zijn afkeer niet weg voor de lafheid van de andere Europese leiders tegenover Hitler. Figuren als Chamberlain, die Hitler zijn gang lieten gaan in de hoop zo een oorlog te vermijden, kunnen op weinig genade rekenen. Deze levensles geeft Marvano door in een noot gericht aan z’n dochter: ‘word nooit een Chamberlain, blijf altijd een Churchill’.

Maar bovenal laat Marvano zijn grote fascinatie blijken voor het racen en de renwagens van die tijd, een fascinatie die hij feilloos visueel weet over te brengen. De Silberpfeilen en Alfa’s zijn prachtig gedetailleerd getekend, de stuurkunsten van de piloten zéér mooi weergegeven en de beelden van de circuits geven getrouw de sfeer weer van de vooroorlogse GP’s. Om de lezer nog verder onder te dompelen in het tijdperk, heeft Marvano zelfs YouTube-links geplaatst onder bepaalde passages, die bijvoorbeeld leiden naar bijpassende deuntjes van Django Reinhardt of Glenn Miller. Aangenamer wordt een geschiedenisles niet.

Het is weinig verwonderlijk dat Marvano een strip maakt over de autoracerij. Hij groeide op rond Zolder in een periode waarin iconische racers, zoals Jim Clark en Graham Hill, raceten in zijn achtertuin. “Ik liep al een hele tijd rond met het idee iets te maken over de periode vóór de Tweede Wereldoorlog, de tijd dat niemand wist dat in 1939 oorlog zou uitbreken. Vijf jaar geleden stuitte ik in een tweedehandsboekenwinkeltje op een biografie van Rudolf Caracciola, wellicht de grootste coureur uit de jaren 20 en 30. Toen ik dat boek begon te lezen, ging er een wereld voor me open. De wereld van de racerij in die tijd was nog veel boeiender dan de autosport van de jaren zestig, laat staan de Formule 1 van vandaag”. Marvano had meteen zijn gedroomde invalshoek om zijn verhaal over het interbellum te vertellen.

De Grand Prix-reeks van Marvano is uitgebracht bij Dargaud, en voorzien van een prikkelend voorwoord door Jacky Ickx en een lovend nawoord van Ever Meulen.

Share Button

16 Responses

  1. Ken Divjak says:

    Verkocht! En ik ben nochtans geen striplezer…

    Zijn er eigenlijk nog octaan(s)t(r)ips naast de wat voorspelbare Vaillants?

    • electroshock says:

      De Japanse manga’s van éX-Driver, met als hoofdollen
      Lorna Endou (遠藤 ローナ) in een Lotus Europa, Lisa Sakakino (榊野 理沙) eerst in een Subaru Impreza WRC en later in Lancia Stratos HF en tenslotte Sōichi Sugano (菅野 走一 ) in een Caterham Super Seven JPE. Google er maar eens op los, Michel en Steve zijn oude brompotten in vergelijking met dit hip en jong geweld.

  2. electroshock says:

    Deel 3 “adieu” ook onmiddelijk aangeschaft toen het dit voorjaar eindelijk in de rekken stond bij Wonderland.
    Trouwens, zijn Berlijn-trilogie is al even opzienbarend en subliem.

  3. Stijn Sioen says:

    Persoonlijk, geloof het of niet, ben ik ook niet zo’n strip fanaat.
    De reeks Vaillant heb ik wel thuis liggen maar is meer iets dat je in huis MOET hebben als er een beetje octaan door de aderen stroomt :)
    De verhalen zelf zijn nogal simpel, daarmee dat ik zo enthousiast was over deze trilogie.
    Schitterend verhaal, prachtig getekend en sublieme inkleuringen !

    Waar ik persoonlijk nu reikhalzend naar uitkijk is ‘Ring’ en hoe kan het ook anders als seven eigenaar ‘Chapman’.
    Heb deze strips begin dit jaar zien liggen op Classica Essen maar toen enkel verkrijgbaar in het frans.
    Verwacht bij ons in september in de nederlandse vertaling !

    • Stijn Sioen says:

      Chapman:

      Ring:

      Uitleg van de uitgeverij:
      Uitgeverij Daedalus brengt in september de eerste twee albums in vertaling in de gloednieuwe collectie Plankgas.
      De albums verschijnen in softcover en een strikt gelimiteerde hardcovereditie.

      Het fictieve Ring opent de collectie. Youssef Daoudi focust hierin op de strijd van twee Formule 2-piloten die eind jaren 1960 wedijveren voor een winst op de mythische Nürburgring (zie ook Marvano’s semidocumentaire Grand Prix waarvan vorige week het laatste deel verscheen). “Guido Knopp, een veteraan, heeft reeds jaren ervaring met de ontwikkeling van Formule 1-wagens. Samen met de beloftevolle jongeling François Foitek vormt hij een team en hun toekomst lijkt veelbelovend. Maar het verschijnen van hun toekomstige sponsor, de dag voor de wedstrijd, zal hun lot danig veranderen.”

      Chapman 1: De Eerste Overwinningen is getekend door Christian Papazoglakis, Robert Paquet en Nedzad Kamenica. Denis Bernard houdt hen in het gareel met zijn stripbiografie van Colin Chapman, de hippe producent van het automerk Lotus. “Vanaf de geboorte van zijn eerste ambachtelijk gemaakte auto, de zege van het Formule 1-kampioenschap met Jim Clark via de eerste overwinning met een wagen waarvan het motorblok achterin de wagen ligt in Indianapolis beschrijft dit eerste album de de pijlsnelle opkomst van het merk Lotus en van zijn uitvinder, die door sommigen aanzien wordt als de Britse Enzo Ferrari.”

      • electroshock says:

        Die covers en de samenvattingen zien er al veelbelovend uit.

      • Stijn says:

        Bedankt voor de tip. Ring inmiddels gekocht en gelezen. Is een goede strip geworden, alleen heb je de indruk dat de Nederlandse vertaling wat oneer doet aan het verhaal en mocht het detail van de getekende wagens misschien nog net iets hoger liggen. Maar ben alvast een fan!

  4. Stijn Sioen says:

    Wat ik ook nog liggen heb zijn ‘De autoreportages van Margot’
    Een trilogie maar ook eerder leuk getekend dan voor het verhaal dat nogal simpel is als je net de Grand Prix trilogie van Marvano hebt gelezen.

    http://www.silvesterstrips.nl/strips/autoreportages-margot/

    • electroshock says:

      De lichtvoetige Margot is natuurlijk andere koek dan de sinistere Marvano’s. Een beetje welgevormde flanerende diva à la Grace Kelly vs. rauw en hard rijdende Michelle Mouton. Ondanks eerder veel sympathie voor die laatste categorie, ga ik toch eens op zoek naar die langbenige Margot. Merci voor de tip. :)

  5. heidekonijn says:

    Sabotage van Daniel Torres. Enorm mijn ding. Die stijl. Dat huis. Die setting…

    • Electroshock says:

      … En die vrouw van de baas. Enorm gevaarlijk !
      Maar jammer dat het bij dit ene verhaal is gebleven.
      Heel de lightweightethos van chapman was erook in verwerkt.

      • heidekonijn says:

        Inderdaad, alsook allusies op amerikaanse dino’s en de oosterse invasie. En vrouw in het verhaal ja… :-)
        Recent nog een ander verhaal van Torres proberen bemachtigen, ‘Opium’.
        Helaas niet meer te vinden.

  6. Pieter Ameye says:

    Strips kunnen me al een tijdje niet meer boeien, maar niettemin een erg fijn stuk Stijn!

Leave a Reply