DRIVR

Gastbijdrage: Peugeot Oxia

OPGELET: Aan deze gastbijdrage hangt een disclaimer vast!

Kwamen in Parijs de Peugeot-stand vol brave gezinswagens opfleuren: een handvol beursbabes, de 208 R5 en… een prototype van een supersportwagen: de Onyx (naar het gelijknamige mineraal, niet naar Van Rossems oude F1-team). 24 jaar geleden gebeurde net hetzelfde: toen kwam Peugeot met de Oxia opdraven (naar een plek op Mars) – diezelfde waarvan we onlangs stukken zagen opduiken. Tijd om stil te staan bij wat er zich toen in Sochaux afspeelde.

De Oxia was een supercar die helemaal paste binnen de toenmalige huisstijl van Peugeot – denk maar aan de 205 en 405. Tegelijk kon de wagen visueel de concurrentie aan met een F40 of 959: een lengte van 4,61 meter, een breedte van 2,02 meter en een hoogte van 1,13 meter zijn waarden van een echte supersporter. Daarmee zijn de namen van de toenmalige concurrenten ook meteen gevallen, hoewel de Oxia een speciaal geval was. Hij mikte namelijk resoluut op topprestaties én een hoog niveau van comfort. Nog meer dan de 959.

Het verschil tussen de Oxia en andere concept cars van toen: de Peugeot was effectief een rijdende wagen en kon daarvoor de nodige adelbrieven voorleggen. De op het eerste gezicht ietwat bizarre mix tussen een T16-rallywagen (205 of 405) en een WM Peugeot Le Mans-prototype wordt verklaard door de vierwielaandrijving, versnellingsbak en overdwars centrale positie van de motor van de rallywagens, en de verzorgde aerodynamica en de V6 die voortvloeiden uit Le Mans-ervaring. Aerodynamisch was de WM Peugeot P88 dan ook heer en meester, met een recordsnelheid van 405 kilometer per uur op de fabelachtige Hunaudières.

De Oxia deed meer dan alleen de lucht doorklieven op weg naar een topsnelheid van meer dan 300 kilometer per uur. Hij wist ook flink wat downforce te creëren – ongewoon voor die tijd. Zelfs vooraan was er sprake van negatieve lift (in tegenstelling tot de F40 bijvoorbeeld), en ook achteraan drukte een beweegbare spoiler de brede derrière tegen de grond. Het drukgevoede V6-blok leverde maar liefst 670 pk en 726 Nm.

De gespleten persoonlijkheid van de explosieve geweldenaar uitte zich in het comfort. Zo zaten er zonnecellen achter de voorruit die de ventilatie aandreven wanneer de Oxia stil stond, net zoals de Prius er anno 2012 op het dak heeft. Als bestuurder zat je bovendien in een knusse cocon waarvan het dashboard doorliep in de deur. De vier sturende wielen maakten manoeuvreren in kleine ruimtes mogelijk – een heikel punt in dit soort wagens. Sochaux zag het eind jaren 80 hightech: de Oxia had alle functies van een boordcomputer en een primitieve gps.

Deze Peugeot was geen onrealiseerbare droom, maar – zoals journalisten uit die tijd kunnen getuigen – een rijdende bolide die duidelijk liet zien wat de Fransen eind jaren 80 in hun mars hadden. Kleinschalige serieproductie had dan ook geen probleem mogen zijn, maar Sochaux wou zich niet mengen op de markt van de supersportwagens. De Oxia verdween dus helaas roemloos achter de coulissen. In tegenstelling tot de Jaguar XJ220, die met dezelfde ingrediënten – aerodynamisch koetswerk, geblazen V6, vier achterwielaandrijving, comfortabel interieur,… – wel in ons collectieve geheugen gegrift staat.

Share Button

2 Responses

  1. Stijn says:

    Kleine rechtzetting betreffende het slot, de XJ220 had uiteindelijk geen vierwielaandrijving zoals initieel de bedoeling was (ook de V12 heeft serieproductie niet gehaald) maar was dus ‘slechts’ een achterwielaandrijver…

Leave a Reply