DRIVR

TIME nomineert 50 Worst Cars, DRIVR verdedigt er 4

… omdat onze (tekst)redactie vier exponenten telt natuurlijk. Groepsblog!

In de aanloop naar de Detroit Auto Show publiceerde het Amerikaanse Time Magazine, in samenwerking met de Pulitzer-winnende autojourno Dan Neil, een lijst onder de niet mis te verstane titel ‘The 50 Worst Cars of All Time’. De verzamelde experten gingen daarbij duidelijk grondig te werk: de bouwjaren van de genomineerden variëren tussen 1899 en 2004. Meer dan een eeuw aan lemons dus – of toch niet? Wij schrappen er vier die volgens ons niet in het lijstje thuishoren.

Pieter Fret: Aston Martin Lagonda

Halfweg de jaren zeventig, toen Aston Martin net failliet was gegaan en in Amerikaanse handen terechtgekomen, lanceerde het merk een all-or-nothing modellenoffensief. De eerste daarvan was de Lagonda, een sportieve V8-luxelimo wiens radicale uiterlijk alleen overtroffen werd door zijn futuristische interieur – overladen met meer digitale switches, drukknoppen en led-displays dan de set van Star Trek. Time bekritiseert de vele kinderziektes in de prille auto-elektronica; wij belonen graag het lef om zo’n drastisch vernieuwend model op de markt te brengen in tijden van crisis. Waarschijnlijk worden we oud, want we zeggen het de laatste tijd wel vaker, maar zo (revolutionair/slick/cool/karaktervol/onbetrouwbaar) maken ze ze niet meer.

Wim Bervoets: DeLorean DMC-12

Volgens TIME was de DMC-12 te zwaar, te zwak en te duur. Volgens ons is hij door allerlei verkeerde keuzes nooit geworden wat hij had moeten zijn: een DRIVR. Zijn we nu helemaal gehersenspoeld door de Amerikanen? No sir, dat – althans zo bedoelde – compliment heeft DeLorean uitsluitend te danken aan Lotus. Nadat founder John DeLorean al enkele jaren met z’n project bezig was, werden de Britten ingelijfd om het ontwerp van maestro Giugiaro in 18 maanden tijd om te vormen tot een productieklaar model. Ze vroegen – en kregen – vrij spel, en gaven de DMC-12 een onderstel mee dat technisch nauw bij de Lotus Esprit aanleunde. De toenemende tijdsdruk van de geldschieters, strenge milieueisen op de Amerikaanse markt en schimmige zaakjes van DeLorean himself zorgden ervoor dat het eindresultaat niet was wat het had kunnen zijn. Daardoor verdwijnt de DMC-12 vaak back to the vergeethoek, een of andere filmpassage niet te na gelaten.

Pieter Ameye: BMW 7-serie E65

De E65 7-serie luidde het begin in van het door sommigen fel verguisde Bangle-tijdperk. Alsof dat nog niet genoeg was, gooide de eigenzinnige ontwerper ook binnenin tal van BMW-tradities overboord: weg met de naar de bestuurder gerichte cockpit, weg met de klassieke pook op de middentunnel, vreemde schakelknoppen op het stuur en last but not least de introductie van iDrive – BMW’s infotainmentsysteem dat naar analogie met de iPod alles via een centrale draaiknop op de middentunnel regelde. Toegegeven, de eerste systemen waren (ondanks goede intenties) hopeloos gecompliceerd en alles behalve gebruiksvriendelijk. Iets wat intussen gelukkig niet meer het geval is. Maar los van de iDrive, het Amerikaanse interieur en het ontwerp, is de E65 een model dat ik koester vanwege de durf om het stuur radicaal om te gooien. Daarom prijs ik het origineel ook boven de facelift die bovenal een toegeving was op de conservatie BMW-strekking en Bangle’s radicale kijk. Dat de Amerikaan een van de beste ontwerpers van zijn generatie is staat buiten kijf. Want in dat opzicht haalt zijn Nederlandse opvolger met zijn veel conservatievere koers het verre van De Vooruitstrevende Meester.

Ken Divjak: FIAT Multipla I (1998 – 2004)

In 1998 was ik twintig en de Multipla ongeveer even interessant als een blok papier. Akkoord: de driezitsopstelling was innoverend, en het design quasi concept. Maar verder was er geen (eenzame) haar op mijn (stoppelige) baard die eraan dacht om zo’n Giolito in huis te halen. Vijftien jaar later ligt dat anders, gedicteerd door een zekere Arzu Divjak die elke maand meer ruimte opeist – in die mate dat ze na een half jaar ongeveer een halve Audi A3 inneemt. En dan moet je als zelfverklaarde DRIVR op zoek naar familiewagen die compact genoeg is om in de stad te fungeren, en groot genoeg om een nieuw gezin te verteren. De prijzen van een pre-facelift zijn mals (3.000€ voor een goede), de mechaniek eenvoudig (onderin zit er Bravo/Brava) en de JTD-diesel adequaat. Zelfs TIME ziet het nut ervan in (“I rented one of these in Europe and it worked beautifully“) maar is te blasé om de kracht van het functionele design te appreciëren (“but it was just so tragic to look at“). I beg to differ, zeker in een flashy kleur om de conceptlijnen extra in de verf te zetten, en de Renault Avantime af te lossen als één van de hippere kinderkoetsen op de tweedehandsmarkt. Zijn tijd te ver vooruit.

Share Button

6 Responses

  1. Stijn says:

    1, 2 en 3 zijn vrees ik toch wagens met potentieel maar die het nooit hebben kunnen waarmaken door teveel missers. 4 is wel effectief een onterechte nominatie voor worst car, typisch gevalletje van Jan modaal die niet verder durft kijken dan zijn neus lang is en zo een schitterende wagen (voor zijn doelgroep) afkraakt…

  2. Pieter Fret says:

    Top Gears kijk op de Lagonda:

  3. laurent says:

    Sorry maar de Delorean is echt wel rotzooi. Traag, een verwaarloosbaar aantal pk’s, veel te zwaar en de motor zit bovendien veel te hoog en achter de achteras !!

  4. Ken Divjak says:

    Fair point. Maar als TIME de Multipla mag includeren wegens fugly, dan mogen wij de DeLorean denomineren op basis van Back to the Future-jeugdsentiment 😉

    Terloops nog even de volledige lijst:

    Full List
    1899-1939

    1899 Horsey Horseless
    1909 Ford Model T
    1911 Overland OctoAuto
    1913 Scripps-Booth Bi-Autogo
    1920 Briggs and Stratton Flyer
    1933 Fuller Dymaxion
    1934 Chrysler/Desoto Airflow

    1940-1959

    1949 Crosley Hotshot
    1956 Renault Dauphine
    1957 King Midget Model III
    1957 Waterman Aerobile
    1958 Ford Edsel
    1958 Lotus Elite
    1958 MGA Twin Cam
    1958 Zunndapp Janus

    1960-1974

    1961 Amphicar
    1961 Corvair
    1966 Peel Trident
    1970 AMC Gremlin
    1970 Triumph Stag
    1971 Chrysler Imperial LeBaron Two-Door Hardtop
    1971 Ford Pinto
    1974 Jaguar XK-E V12 Series III

    1975-1989

    1975 Bricklin SV1
    1975 Morgan Plus 8 Propane
    1975 Triumph TR7
    1975 Trabant
    1976 Aston Martin Lagonda
    1976 Chevy Chevette
    1978 AMC Pacer
    1980 Corvette 305 “California”
    1980 Ferrari Mondial 8
    1981 Cadillac Fleetwood V-8-6-4
    1981 De Lorean DMC-12
    1982 Cadillac Cimarron
    1982 Camaro Iron Duke
    1984 Maserati Biturbo
    1985 Mosler Consulier GTP
    1985 Yugo GV
    1986 Lamborghini LM002

    1990-Present

    1995 Ford Explorer
    1997 GM EV1
    1997 Plymouth Prowler
    1998 Fiat Multipla
    2000 Ford Excursion
    2001 Jaguar X-Type
    2001 Pontiac Aztek
    2002 BMW 7-series
    2003 Hummer H2
    2004 Chevy SSR

  5. Wim Bervoets says:

    Da’s ook mijn uitgangspunt, Laurent, maar mijn argument is vooral dat hij veel beter had kunnen zijn. En dat wordt vaak al te makkelijk over het hoofd gezien.

    Lotus had van het oorspronkelijke ontwerp namelijk al veel rechtgetrokken. Ze hadden er beslist nog meer kunnen uithalen als DeLorean niet gedwongen werd de DMC-12 na jaren getreuzel en getwijfel te lanceren, Amerikaanse katalysatorverplichtingen geen 20 pk van de motor afknepen, en – last but not least – DeLorean niet zo snel in financieel woelige wateren was geraakt. Vooral door eigen toedoen overigens. Misschien stof voor een ander artikel 😉

  6. electroshock says:

    Gedurfd dat het opgenomen wordt voor het lelijke Multiplatje.
    Maar de TR7 hoort eigenlijk ook niet in het rijtje thuis.

Leave a Reply