DRIVR

De Schimmige Ontstaansgeschiedenis van BMW

In 1961, in volle autoboom en temidden van een ongekende hoogconjunctuur, verdween West-Duitsland’s meest opmerkelijke en zeker meest innovatieve autoconstructeur onder duistere omstandigheden in een atmosfeer van financiële en politieke schandalen. Omstandigheden zo vreemd en zo onverklaarbaar dat zelfs vandaag de juiste toedracht van het Borgward-faillissement niet gekend is…

Midden 20ste eeuw was de West-Duitse personenwagenproductie op tien jaar tijd van 219.000 eenheden (in 1950) naar 1,8 miljoen (in 1960) gestegen. Voornaamste constructeurs waren in rangorde van productie: Volkswagen, Opel, Ford, Daimler-Benz, Borgward en Audi-NSU. Onderaan de lijst – met een jaarproductie van amper 80.000 auto’s – stond BMW. Het bedrijf bleek in tegenstelling tot zijn concurrenten niet in staat om over te schakelen van de oorlogsproductie van hoofdzakelijk vliegtuigmotoren naar de productie van personenwagens. München verkeerde in grote financiële moeilijkheden en was wanhopig op zoek naar vers kapitaal, een overnemer of een joint-venture. De talrijke bezichtigingen van de BMW-fabrieken door potentiële kopers (onder wie enkele Amerikaanse autobouwers) werden destijds door het personeel spottend de ‘Five Dollar Tours’ genoemd.

Borgward’s succesnummer: de Isabella uit 1954

Dr. Carl Borgward, eigenaar van de Bremense Borgward-fabrieken, had al eerder belangstelling getoond in de blauw-witte propeller. Op dat ogenblik bouwde Borgward in drie fabrieken met 23.000 werknemers Lloyd-, Goliath- en Borgward-modellen die naar 63 landen waaronder de VS werden uitgevoerd. Vooral het middenklasse Isabella-model, waarvan toen al 170.000 stuks waren verkocht, kende veel succes. Hetzelfde marktsegment waarin ook BMW naar een kans voor overleving zocht. 1960 was voor Borgward een minder goed jaar geweest, zonder dat daarom van een op komst zijnde catastrofe kon worden gesproken. Onder andere wegens moeilijkheden op de belangrijke Amerikaanse markt, op dat ogenblik op een dieptepunt van haar typisch cyclisch verlopende conjunctuur.

Senaat wou Onderzoek

Totaal onverwacht, als eerste in een serie van onverklaarbare gebeurtenissen die uiteindelijk tot de ondergang van Borgward hebben geleid, besliste de senaat van de deelstaat Bremen tot een grondig onderzoek naar de financiële toestand en overlevingskansen van de Borgward-fabrieken met hun 23.000 werknemers. Nog vreemder was dat juist dr. Johannes Semler, voorzitter van de raad van bestuur van het in veel grotere moeilijkheden verkerende BMW, door de senaat werd aangeduid om Borgward door te lichten. Met als gevolg een voorspelbare negatieve diagnose van Semler over Borgward’s kredietwaardigheid. Een diagnose die Carl Borgward die avond in het televisienieuws moest vernemen. Op advies van dr. Semler trok de senaat op 30 januari 1961 haar staatswaarborg terug. Met als gevolg een onvermijdelijke paniekreactie bij de Borgard leveranciers.

Op 10 februari 1961 werd Carl Borgward gedwongen zijn fabrieken met een geschatte waarde van 150 miljoen DM aan de deelstaat Bremen over te dragen. Het bedrijf werd ondergebracht in een nieuw opgerichte Borgward Werke AG. onder leiding van dr. Johannes Semler, voorzitter van de raad van bestuur bij BMW. Wat met de nieuwe AG verder gebeurde is al even ongelooflijk als wat voorafging; in plaats van de 14.000 voertuigen die nog in voorraad stonden ten gelde te maken en – met akkoord van de vakbonden – na een herstructurering met verlies van 6.000 werkplaatsen de activiteiten verder te zetten, werd de nieuwe AG enkele maanden later (in september 1961) met verlies van alle 23.000 werkplaatsen in faling verklaard. Alle crediteurs werden echter voor 100 % vergoed.

Hersenvlucht naar BMW

Dat zoiets überhaupt mogelijk was, kan gedeeltelijk verklaard worden door het grote tekort op de arbeidsmarkt: in 1961 kende West-Duitsland immers amper 180.000 werklozen. Zoals te verwachten vonden Borgward ingenieurs en topkaderleden een plaats bij BMW. Een jaar later bracht BMW zijn levensreddende middenklasser op de markt. Borgward auto’s werden tot 1963 in Mexico verder gebouwd. Borgward’s zoon Carl werd in 1980 lid van de raad van bestuur bij Volkswagen, verantwoordelijk voor kwaliteit. Op de plaats waar destijds een van de Borgward fabrieken stond, worden nu Mercedessen gebouwd.

De ware toedracht van deze ongewone zaak zal waarschijnlijk nooit aan het licht komen. Heeft BMW, een bedrijf uit een andere deelstaat, onder leiding van dr. Semler de Bremense senaat in de luren gelegd? Of heeft het Naziverleden van de succesvolle dr. Borgward die tot 1947 gevangen zat, in het verkiezingsjaar 1961 een politieke rol gespeeld? Interessant is alleszins de vergelijking met het politieke klimaat uit de Gouden Jaren Zestig; toen was het nog mogelijk dat met medeweten en medewerking van de overheid een bedrijf met 23.000 werknemers gesloten werd…

FCAR stelt zich als doel om door een koppeling van academische kennis aan praktische ervaring, een bijdrage te leveren tot het veilig stellen en verbeteren van de competitieve positie van de nationale assemblage-industrie. Met als voornaamste opgave de studie van productieprocessen en de economische, markt- en bedrijfsstrategische omgeving. Dit zowel voor de assemblage als voor toelevering. Voor meer info, klik HIER.

Share Button

One Response

  1. Ken Divjak says:

    Zo zie je maar dat elke constructeur – zelfs eentje met een compacte Isetta, bloedmooie 507 en kwalitatief motorfietsenaabod in zijn line-up – nood heeft aan een succesnummer.

    Voor München was dat – na overname van Borgward – de BMW 1500:

Leave a Reply