DRIVR

Test: Renault Mégane Grandtour GT 2.0 dCi 165

De 220pk sterke benzineversie van de Renault Mégane Grandtour? Die is volgens de Belgische PR-afdeling ‘niet aan de orde’ voor onze markt. Geen ramp aangezien echte petrolheads sowieso voor de briljante RS gaan, terwijl de praktisch ingestelde DRIVR een fiscaal vriendelijk alternatief vinden in de GT 2.0 dCi 165. Of die zijn ‘by RenaultSport‘-badge met bijhorend prijskaartje aankan?

Renault_11304_global_en

Een basisprijs van 28.700 euro – slechts 1.100 minder dan de Mégane RS – creëert immers bepaalde verwachten. Optisch ziet het er in elk geval veelbelovend uit; fraaie antracietkleurige achttienduimers, GT-badges op de sportstoelen en RS-insignes op dashboard en kofferklep. Ook het stuur, de tellerplaten en de versnellingspook komen rechtstreeks uit de schappen van het competitiebedrijf. En toch zijn wij naar goede gewoonte geïnteresseerd in de onderhuidse wijzigingen oftewel de fundamentele ingrediënten die het GT/RS-plaatje de nodige kruiding geven.

Renault_40355_global_en

Die verwachtingen moeten echter teruggeschroefd worden bij de eerste gangwissel. De slagen van de zesbak zijn niet alleen lang en houterig, de unit mist vooral de nodige precisie die we van Dieppe gewoon zijn. En da’s geen echt probleem aan lagere tempi, maar soms wel frustrerend bij het snellere werk. Kortom: met stip de grootste faux pas van deze Mégane.

Ook onder de gordel is het een en ander voor verbetering vatbaar. Zo staat het onderstel weliswaar 10mm lager op fractioneel stijvere dempers en veren, het geheel getuigt niet van dat cruciale compromis tussen sportivititeit en comfort waar (de inbreng van) RenaultSport bekend voor staat. Vooral de achterkant heeft eronder te lijden, en wordt door de harde uitgaande veerslag al snel nerveus. Niet goed voor het vertrouwen, en ook niet voor het rijcomfort – al geldt dat voor de meeste sportieve break zonder ingenieuze luchtvering achteraan.

Renault_10481_global_en

Toch valt er ook goed nieuws te melden. Zo geven de remmen veel vertrouwen via een krachtige en progressieve trap, terwijl het (lichte) stuur dan weer voldoende feedback richting bestuurder sluist. Echt spannend wordt het echter nooit; daarvoor liggen de limieten te laag, en vertrouwt de setup teveel op de inherente grip van de 225’ers. Konden we de GT 220 maar langszij zetten om te zien of er meer setupwerk naar die variant gegaan is…

Het eindresultaat is een Mégane die zich liever vlot laat rijden dan snel – tenzij op rechte baan waar het geheel beter tot zijn recht komt. Met name dankzij aan het koppel van 380Nm koppel dat voor de nodige daadkracht zorgt bij de hernemingen. Iets waar dezelfde dCi-motor met 130pk en 320Nm gevoelsmatig minstens even sterk op scoort. En dat voor zo’n 2.800 euro minder. De keuze lijkt dan ook snel gemaakt, en de vinger al even vlug naar Renault gewezen om het RS-embleem niet al te gratuit te gebruiken.

RENAULT Mégane Grandtour GT dCi 165

Plus Min
+ Snelle & zuinige break – Meerwaarde tegenover dCi 130?

Weggecijferd

Motor 2.0 4-in-lijn turbodiesel
Aandrijving Voorwielen
Vermogen 165 pk
Koppel 380 Nm
Gewicht 1.505 kg
Acceleratie (0-100 km/h) 8,5 s
Topsnelheid 215 km/u
Gem. testverbruik 7,3 l/100 km
CO2-uitstoot 145 g/km
Vanafprijs € 28.700

6 op 10

Share Button

3 Responses

  1. Thomas says:

    Ik heb kort de kans gehad met dezelfde motor en uitvoering te rijden (zij het in de Coupe), en in de waan dat de GT enkel een uitvoering met wat sportversiersels was, vielen me inderdaad toch meteen de sportiever geijkte pedalen en dito stuur op. Ik vond de schokdemping (in de zin van body controle en koersvastheid op oneffenheden, comfort heb ik niet op gelet) dan weer zeer geslaagd.
    Enigszins te wijten aan de andere achteras? Zou best kunnen.

    • Pieter Ameye says:

      Zelfs zonder RS-badge steekt de standaard Coupé er inderdaad bovenuit. Ook zonder GT-pack ligt die immers 10mm lager. Met licht afwijkende settings voor veren en dempers. Daar pakt die saus een stuk beter, vooral dankzij de afwijkende achteras. Met stip de beste van het trio hatchback/wagon/coupé.

  2. Ken Divjak says:

    Ik heb dit ‘by RenaulSport’-dilemma recent voorgelegd aan de marketingverantwoordelijke van RS in Parijs (meer daarover eind deze week), en zijn antwoord lag in lijn met dat van BMW’s M (Performance) lijn: een minder hardcore alternatief onder de echte RS aanbieden.

    Op de vraag of hij de RS-insigne zo niet zou uithollen, antwoordde de beste man “dat Porsche toch ook een Cayenne bouwt zonder minder sportief gepercipieerd te worden”. Het mijne was: “maar Porsche hangt (gelukkig) geen RS-badges op zijn Cayenne”.

    De strategie ten tijde van de Laguna GT Active Drive – het eerste normale Renault-product om inbreng van RS te genieten – beviel mij dan ook veel beter: geen blabla, maar een strak onderstel met hyperefficiënte vierwielsturing.

    Persoonlijk voel ik namelijk liever dat RS eraan gewerkt heeft, dan het op x-aantal badges te moeten lezen zonder echte substantie.

    Dat gezegd: ik denk dat ze meer werk in de 220pk benzineversie gestoken hebben. Want waar 165pk nog net met standaardonderdelen af te dekken valt, zal dat met zoveel benzinepaarden niet het geval zijn…

Leave a Reply