DRIVR

Test: Honda CR-V 2.0 i-VTEC City Runner

Ons was het eerlijk gezegd ontgaan, maar de Honda CR-V werd afgelopen jaar volledig vernieuwd. Toen beet de vierwielaangedreven versie van Soichiro’s SUV de spits af, hoewel het leeuwendeel van de CR-V’s die bij ons verkocht worden nog steeds voorwielaangedreven is. Reden genoeg voor de Japanners om het onderscheid nog meer in de verf te zetten en de CR-V met tweewielaandrijving in ons land een eigen label mee te geven: City Runner.

rijden_zij

En dat lijkt ons geen slechte zet: volgens Honda bolt zowat 75% van de verkochte CR-V’s als tweewielaandrijver de Belgische showrooms uit. Dat is in grote lijnen ook het geval bij de concurrentie. Maar terwijl diezelfde concurrentie vrij regelmatig in ons straatbeeld opduikt – denk aan de VW Tiguan, Nissan Qashqai, Kia Sportage en Ford Kuga – blijft het marktaandeel van de CR-V bij ons eerder beperkt. Dat is bijvoorbeeld op de Noord-Amerikaanse markt wel even anders, waar hij moeiteloos een podiumplaats bereikt.

Tijd voor een nieuw model dus, dat weliswaar een quasi ongewijzigde wielbasis meekrijgt, maar zowel vooraan als achteraan helemaal werd hertekend. De opvallendste wijziging zit echter in het profiel: was het vorige model herkenbaar aan de aflopende daklijn in de achterste zijruiten, dan wipt in het nieuwe model de gordellijn achteraan ook naar omhoog. Onder de motorkap ruilt de CR-V de fiscaal oninteressante 2.2 diesel vanaf oktober eindelijk in voor de 1.6 i-DTEC van 120 pk, die we onlangs in de Civic reden. Tot het najaar moet de City Runner het zien te rooien met een tweeliter benzineblok.

rijden_34_achter

rijden_34_voorstill_zij

Dat i-VTEC-blok beschikt over 155 pk, die je naar aloude Japanse traditie in de hogere regionen kunt terugvinden. Daardoor klokt de CR-V de klassieke sprint tot 100 in tien seconden rond, en houdt hij het bij 190 kilometer per uur voor bekeken. In de praktijk voelt het allemaal een fractie trager aan, voornamelijk door de lange verzetten van de zesbak, die – los van een vage koppeling – zonder meer prima schakelt. Die eco-verzetten zijn trouwens geen toeval: een Eco Assist-knop helpt het verbruik te drukken, maar haalt eigenlijk alle leven uit de CR-V en laat je dus liever onaangeroerd.

Voor het snelle bochtenwerk is zo’n City Runner uiteraard niet gemaakt – het stuurgevoel blijft ook teveel op de achtergrond om van vertrouwen te kunnen spreken – maar de koets wordt keurig in het gareel gehouden en de voorwielen trekken zich aardig uit de slag. Toch blijft de ophanging comfortabel genoeg, wat naadloos aansluit bij het ruime interieur, een goede zitpositie en prima stoelen. En dat vat meteen de ware roeping van de CR-V samen: comfort en gebruiksgemak.

interieur_dash

interieur_zetelseco_assist

Honda heeft er ons inziens prima aan gedaan om de tweewielaangedreven CR-V een eigen imago te geven en zo diens zichtbaarheid te vergroten. Ook inzetten op benzine lijkt ons geen slechte zet in deze tijden, al kunnen de Japanners op termijn misschien eens overwegen om de turbobenzinekaart te trekken. Dat zou niet alleen deze City Runner levendiger maken, maar ook een welgekomen aanvulling op het hele gamma zijn. En voor zo’n motorenbouwer als Honda?

HONDA CR-V 2.0 i-VTEC City Runner

Plus Min
+ Ruime en comfortabele SUV… – …verdient betere motor

Weggecijferd

Motor 2.0 4-in-lijn benzine
Aandrijving Voorwielen
Vermogen 155 pk
Koppel 192 Nm
Gewicht 1.508 kg
Acceleratie (0-100 km/h) 10 s
Topsnelheid 190 km/h
Gem. testverbruik 8,2 l/100 km
CO2 uitstoot 168 g/km
Prijs 22.999 euro

Verdict

6 op 10

Share Button

Leave a Reply