DRIVR

ShootOut: Lexus IS200t vs Infiniti Q30 S 2.0t AWD

Hoewel de twee protagonisten van deze ShootOut op het eerste zicht weinig overeenkomsten hebben, wijden we er met recht en reden een dubbeltest aan. Lexus en Infiniti fungeren immers niet alleen als premiummerken van respectievelijk Toyota en Nissan, beide modellen teren voortaan op een tweeliter turbomotor die het midden moet houden tussen prestaties en verbruik. Beter nog: de twee kemphanen kosten ongeveer evenveel, wat onze testredacteuren Arthur Vanderplaetsen en Nils Quintelier gemotiveerd heeft om het nog eens tekstueel tegen mekaar op te nemen. Arthur analyseert de Infiniti, Nils countert voor de Lexus in de cursieve passages.

2016_LEXINF_26

Lexus heeft met de IS300h bewezen dat het een gedegen concurrent in het D-segment kan neerzetten. Dringend tijd dus om – net als bij SUV-broer NX200t – een tweeliter van eigen makelij in het vooronder te lepelen. Terwijl Infiniti dankzij de alliantie tussen Nissan en Renault via de Daimler-groep leentjebuur mag gaan spelen bij Mercedes-Benz. De Q30 staat met andere woorden op het platform van de GLA-klasse en bevat dus voor een groot deel het DNA van Mercedes. Maar daar zijn ze bij Infiniti heel open over. Van de tellerpartij tot het stuur, de knopjes en zelfs de sleutel – enkel het merklogo wordt ingewisseld en het kleurenpalet wat bijgesteld. Ook het bescheiden navigatiesysteem is er terug te vinden, inclusief ultragevoelige bedieningsknop tussen armsteun en  het AMG-versnellingspookje. Het voelt allemaal bijzonder vertrouwd aan, maar het geheel blijft relatief ‘standaard’ om écht over een écht premiummodel te mogen spreken.

2016_LEXINF_192016_LEXINF_21
2016_LEXINF_182016_LEXINF_20

Hoe gevoelig de knopjes van de Q30 ook mogen zijn, de ‘multimediamuis’ in het Lexus-interieur voelt een pak intuïtiever aan. Het volledige interieur ‘klopt’ ook gewoon. Het maakt je zelfs week in de knieën omdat het zoveel welbehagen uitstraalt. In de comfortabele stoelen is het genieten van het hoogwaardige leder en de zachte afwerking rondom. Met daartussenin: een uiterst overzichtelijk instrumentenpaneel. Misschien wel het meest eigenzinnige interieur op de (D-segment) markt, en dat kan alvast tellen. Van het klokje in de middenconsole tot de comfortabele fauteuils en de heldere klanken – hoe zacht de IS coupé vanbinnen oogt, zo scherp is hij vanbuiten. De neus – inclusief lichtranden – lijkt de lucht letterlijk te klieven, zonder afbraak te doen aan het vloeiende lijn. Zeiden we al dat de IS200t stilstaand het meeste indruk maakt?

2016_LEXINF_272016_LEXINF_12
2016_LEXINF_092016_LEXINF_08

Draagt de Alfa Romeo Giulietta nog steeds het informele schoonheidskroontje in het C-segment, dan zou de Q30 in S-uitvoering van ondergetekende wel eens als eerste eredame het podium op mogen. Waar de Lexus IS de lucht doorklieft, lijkt de Q30 er eerder tussendoor te glijden. Vooral de derrière doet hoofden draaien, ook al zijn de sporen van de onderliggende GLA-koets daar nog het duidelijkst. Sporen die zoals gezegd ook onder de motorkap terug te vinden zijn. Daar ligt namelijk een 2.0-liter turboblok dat (net als in de GLA 250 4MATIC) een stevige 211 paarden onder je voet legt en de Q30S in combinatie met een AWD-systeem en 7-traps DCT-transmissie in slechts 7,3 seconden naar de honderd sleurt. Op papier meer dan potent genoeg, maar in de praktijk eerder een lineaire en daardoor wat afgezwakte dynamiek. Niettegenstaande de 350 Nm koppel mist de aandrijflijn dus wat punch onderin, mede door het forse gewicht. Het is pas hogerop in de toeren dat je merkt hoe snel je gaat.

2016_LEXINF_042016_LEXINF_03
2016_LEXINF_172016_LEXINF_28

Waar Infiniti dus nog bij Mercedes mag spieken, is de drukgevoede tweeliter volledig nieuw voor Lexus. Zeg maar een interessante aanvulling op de reeds succesvolle 300h-hybridemotorisatie. De 200t doet de sprint naar de honderd in 7,0 seconden dankzij 245 paarden en 350 koppelmomenten vanaf 1650 toeren. Een fractie sneller dan de Q30, al kampt hij wel met dezelfde kwaaltjes. Te lineair – een valse trage zeg maar – en vooral een gebrek aan punch in de automatische Sport Direct Shift achtbak zorgen voor een emotieloze acceleratie. De grote ‘hap adem’ die telkens wordt genomen tussen het schakelen zorgt voor een vage en weinig responsieve aandrijflijn, en dat terwijl het stuur net uitblinkt in directheid. Zo kan je de IS200t zonder verpinken van apex naar apex mikken en is er van over- of onderstuur zelden sprake. Het stuurgedrag en de grip is – net zoals het uiterlijk – scherp, zonder aan comfort te moeten inboeten.

2016_LEXINF_23

Als we de cijfers er even bijnemen, zou de Infiniti in een hypothetische race hopeloos achterop moeten hinken. Maar onderschat em zeker niet. Een dertigtal pk’s in het nadeel, en toch maar drie tienden naar de honderd toegeven. Het AWD-systeem zit er zeker voor iets tussen, ook wat de wegligging betreft trouwens. Daardoor laat de Q30 S laat zich erg precies in- en uitsturen, al hanteer je soms beter het point-and-squirt-principe. Goed mikken waar je heen wil, hoog in de toeren blijven en alle vier wielen één voor één laten bijten. Het vraagt wat gewenning, maar het gaat veel beter vooruit. Daarenboven zorgt de souplesse van het chassis voor de nodige doorhang, wat op zijn beurt dan weer voor een extra laag transparantie zorgt en toelaat om een vlot ritme te vinden. Maar een hot hatch wordt de Q30 niet door zijn Sport-predikaat dat een verlaagde ophanging met betere remmen combineert.

2016_LEXINF_22

Kortom: Japanners met sportieve ambities mogen op zijn minst als ‘odd jobs’ omschreven worden. Niet alleen qua uiterlijk, maar ook als we het volledige plaatje in acht nemen. Beide tweeliters missen namelijk wat daadkracht en punch om ons helemaal te overtuigen, maar maken dat op andere vlakken ruimschoots goed. Zo heeft Infiniti heeft het geluk om op de expertise van Mercedes te kunnen teren en weten ze een chassis comfortabel en sportief tegelijk af te stellen, terwijl bij Lexus de beleving dan weer helemaal op punt staat en daardoor premium ademt. Kiezen is altijd een beetje verliezen, maar met de vanafprijs van 39. 540 euro van de Q30 tegenover de 36.120 euro van de IS200t, lijk je bij de Inifiniti-dealer net iets meer te verliezen – zeker als je een pak opties met het AWD-systeem en de sportuitvoering combineert. Al schatten we de houdbaarheidsdatum van beide bolides sowieso niet al te hoog in als we de pk/CO2-verhouding erop nagaan.

2016_LEXINF_25

[Fotografie: Bert Claes en Gerd Moors]

Uitgecijferd:

INFINITI Q30 S 2.0t AWD

Plus Min
+ Mooi & snel – Levenloos blok, gewicht

LEXUS IS200t 

Plus Min
+ Looks, comfort, afwerking – Slaapverwekkende achtbak

Weggecijferd

Infiniti Q30 s AWD Lexus IS200t
Motor 2.0 viercilinder turbobenzine 2.0 viercilinder turbobenzine
Aandrijving AWD Achterwielen
Overbrenging DCT 7 trappen 8-Speed SPDS
Vermogen 211 pk 242 pk
Koppel 350 Nm 350 Nm
Gewicht 1.545 kg 1.680 kg
Acceleratie (0-100 km/h) 7,3 s 7,0 s
Topsnelheid 230 km/h 230 km/h
Verbruik 10 l/100 km 9,6 l/100 km
C02-uitstoot 156 g/km 162 g/km
Vanafprijs 39. 540 euro 36.120 euro

Verdict

Infiniti Q30 S 8 op 10
Lexus IS200t 7 op 10

 

2016_LEXINF_24

Share Button

3 Responses

  1. nichos says:

    Kan dat gewicht van die Infinity kloppen?

  2. Sander says:

    Ik vind die achterbak wel gaaf eigenlijk!

Leave a Reply