DRIVR

Test: Renault Espace TCe 225 (MY 2018)

Al sinds 2015 gaat de Renault Espace niet meer als monovolume maar als hoogwaardige crossover door het leven. De vijfde generatie people carrier zou zich met een verhoogde elegantie en een extra laagje comfort namelijk meer op de wensen van het publiek richten. Anno 2017 is er al sprake van een kleine doch relevante opfrissing, maar of de klanten nu echt op een benzineblok met 225 pk zitten te wachten? DRIVR alvast wel, want diezelfde motor komt binnenkort terug in – voor dit webzine – veel relevantere RenaultSport en Alpine-producten.

Static © A Bernier (2)

Hoe vonden we de Espace nieuwe stijl nu ook alweer?

Met een score van drie en een halve R‘en schreef ex-collega Bervoets de herbronnen Espace behoorlijk wat lof toe: “De zelfverklaarde crossover rijdt niet alleen dynamischer dan zijn voorganger, maar verzaakt ook aan diens usp van laadruimte.” Een gedegen conclusie, waarin ondergetekende zich vrijwel meteen kan vinden bij het boarden van het ruimteschip. En ook al past de fiets niet meer rechtopstaand in de koffer, er is allesbehalve een gebrek aan ruimte. Bovendien rijdt de ex-monovolume dankzij de elektronisch gestuurde schokdempers en het actieve 4Control-chassis behoorlijk dynamisch, een niet onaanzienlijk leeggewicht van 1.675 kg ten spijt.

Dashboard © A Bernier (1)

Wat werd er allemaal opgefrist voor de nieuwe jaargang?

Eigenlijk niet zoveel, om doodeerlijk te zijn. De Espace MY2018 is binnenkort ook in het titaniumgrijs en met twee nieuwe velgentypes te verkrijgen. Daarnaast kunnen de contrasterende zetels nu ook koude lucht blazen, is het R-LINKsysteem met Apple CarPlay uitgerust en loopt de led-sfeerverlichting door in het zonnescherm, het handschoenkastje en de centrale armsteun. De belangrijkste nieuwigheid zit ‘m echter onder de kap: een 1.8-liter TCe 225 EDC benzineblok met – raad het of niet – 225 verdwaalde paarden.

Polo Club © A Bernier (2)

Is dat niet het motorblok van de nakende Alpine A110?

Goed opgemerkt, en hoogstwaarschijnlijk ook de centrale die binnenkort in de Renault Mégane RS komt te liggen. De 1.8-liter viercilindermotor komt uit de organenfabriek van Renault-Nissan en wordt vervolgens door RenaultSport afgesteld om het vermogen en rijplezier te maximaliseren. In de praktijk komt dat neer op een optimalisatie van de turbocompressor en directe injectie om 225 pk bij 5.600 t/min en 300 Nm vanaf 1.750 t/min te realiseren. Meer zou volgens de ingenieurs tot een te nerveus weggedrag leiden, althans in deze toepassing. Het benzineslurpertje wordt resoluut aan een automatische EDC-zevenbak gekoppeld en zorgt voor een sprint naar de 100 in 7,6 seconden.

Laten we het praktisch nut van een krachtig benzineblok in (fleetland) België buiten beschouwing, dan nog stelt de praktijktest teleur. Hard accelereren resulteert in een ongecontroleerd snuffelen van de voortrein, best te vergelijken met een losgeslagen drilboor die hopeloos naast de put trilt. Neen, de Espace laat zich veel beter met een zuinige 1.6 zelfontbrander rijden: die zet niet alleen een lager verbruik op de teller, maar past ook beter bij het serene karakter. De combinatie van de EDC-bak en het toegenomen vermogen bewijst wel zijn nut tijdens de zachtere hernemingen en de vele autostradekilometers – we gunnen het de Fransen.

Renault 17 © A Bernier

Wil de crossover ook de bocht om?

Eigenlijk best goed (voor z’n klasse). Het stuur voelt dan wel licht en vaag aan en de koets zweeft liever dan die kleeft, maar de Espace krult zich toch gezapig langs de zonnige asfaltstroken rond Parijs en gript bovengemiddeld goed voor zijn omvang. Al moet je daarvoor wel op biljartvlakke stroken rekenen en resoluut voor de sportmodus gaan. Aan lagere snelheden heeft deze people carrier wel wat meer moeite om zijn gewicht en andere tekortkomingen te verstoppen. De demping en veerweg zijn best wel oké, maar de basisingrediënten missen aan diepgang. Zo deint de ophanging geregeld na bij het verteren van oneffenheden en voelen sommige stukken in de route nodeloos vermoeiend aan door een continu geworstel met de ondergrond. En da’s zonde.

Renault 20 © A Bernier Renault 17 © A Bernier

Maar daar staat dan wel Frans comfort tegenover?

De Espace is zelfs comfortabeler dan ooit tevoeren. Het interieur nodigt uit ellenlange roadtrips en biedt zowel op ergonomisch als op digitaal vlak meer dan voldoende waar voor je geld. De sfeerverlichting en de massagestoelen werken betoverend, terwijl het heldere touchscreen je rustig bij de hand neemt om richting bestemming te cruisen. Iets wat binnenkort trouwens ook op de tweede rij kan, want Renault installeert de twee voorste stoelen desgewenst ook achteraan om een soort business lounge te creëren. James?

Static © A Bernier (5)

Conclusie

Voor de nieuwe koetswerkkleur, de velgen of de benzinemotor moet je deze opgefriste Renault Espace niet mee naar huis nemen. De rijdynamiek zit wel snor voor een monovolume maar kan beter voor een crossover, wat voornamelijk te wijten is aan de eenvoudige basisarchitectuur en een focus op comfort. Maar laat dat laatste nu net hetgeen zijn waarom je wél een Espace wil kopen. Het modeljaar 2018 biedt meer comfort en luxe dan ooit in een bolide waar je de inboedel én het gezin mee kan vervoeren, ook al moet je daarvoor wel voor de Initiale Paris-uitvoering gaan.

RENAULT Espace Paris Initiale Energy TCe 225 EDC 

Plus Min
+ Comfortabele Cruiser – Onderstel, Aandrijflijn

Weggecijferd

Motor 2.0 liter turbobenzine viercilinder
Aandrijving voorwielen
Transmissie automatische zevenbak
Vermogen 225 pk @ 5600 opm
Koppel 300 Nm @ 1750 opm
Leeggewicht 1675 kg
Acceleratie (0-100 km/h) 7,6  s
Topsnelheid 224 km/u
Gem. Testverbruik 9,4 l/100 km
CO2-uitstoot 152 g/km
Vanafprijs 46.850 euro (Initiale Paris)

Verdict

6 op 10

Share Button

Leave a Reply