Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

We schrijven het jaar 1930. Vijf Europese titels na zijn debuut in de motorencompetitie hangt Carlo Abarth zijn ros aan de haak en verkast naar een uitlatenfabriek. Gestimuleerd door successen op en langs het circuit (en met de nodige hulp van boezemdvriend Ferry Porsche) schopt de Oostenijkse Italiaan het tot de directeursstoel van Piero Dusio’s Cisitalia, een kortgeleefd conglomeraat dat met de steun van Dante Giacosa (ontwerper van de FIAT Cinquecento) enkele sublieme vierwielers op de baan zette. De vreemde link met Ferry Porsche ontstond in 1949 toen Cisitalia een uitermate complexe 360 bij de Duitse constructeur bestelde; de eenzitter zou in de handen van Dusio zelfs geen kwalificatietijd neerzetten, en dat op Italiaanse bodem tijdens de GP van 1952.

Wanneer Cisitalia op de klippen gaat, ziet Carlo zijn kans schoon om – net als Cisitalia trouwens – FIAT-producten esthetisch en mechanisch onder handen te nemen. Tegen 1954 telt de Abarth-fabriek 90 werknemers en is de naam een vaste waarde in de tuningwereld. Abarth verwerft het recht om geprepareerde wagens onder eigen vlag te verkopen en gebruikt daarvoor het oude CisItalia-nummeringssysteem: de laatste Cis was een 204, de eerste Abarth een 205/A. Voor de schitterende 207/A die ik op SpaItalia tegen de lens liep is het wachten tot 1954 wanneer Carlo aan een tweezits-spider op basis van de FIAT 1100 begint sleutelen. Het bedoeld assymetrische koetswerk wordt besteld bij Mario Boano, Ghia’s topdesigner, die zijn naam in de typeaanduiding vermeld ziet.

De FIAT 1100 wordt grondig onder handen genomen. Dankzij een hogere compressie, dubbele Webers en een nieuwe in- en uitlaat (Abarth’s huisspecialiteit) stijgt het vermogen van 36 naar 66pk, de straatreputatie van lauw naar gloeiend heet. Waarom het revolutionaire spaceframe vervangen wordt door een stalen plaatchassis, blijft vooralsnog een raadsel. Dat het de 207/A (te) duur en (te) zwaar maakte een zekerheid. Toch schittert de roadster in 1955 op het Salon van Geneve, vooral door de karakteristieke zij-uitlaten en tweekleurig spuitschema. Het competitiedebuut van de 207/A loopt – net als de CisItalia 360 – dan weer niet van een leien dakje; chassis 001 wordt tijdens de 12 Uren van Sebring gediskwalificeerd voor een onconforme pitstop en ziet zijn eerste plaats verloren. Van de overige (geschatte) negen exemplaren zou er nooit meer een aan een officiële wedstrijd deelnemen, ook niet de tweezitter en coupé die respectievelijk 208/A en 209/A gedoopt worden. Hoeveel er vandaag nog in omloop zijn, is onbekend.