Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

In 2003 lanceerde Smart zijn eerste sportieveling: de Smart Roadster. Naar analogie met de ForTwo moest de tweezitter vooral hippe mensen aantrekken. Daarom werden de blitse looks van de stadmus doorgetrokken om een fraai sportwagentje met een duidelijk missie te creëren: zorgeloos rijplezier. De tweezitter werd aangeboden als gewone Roadster en als Roadster Coupé met een schuin aflopende achterpartij. Laatstgenoemde kreeg een 82pk-motor terwijl de gewone Roadster ook met 60 PK geleverd werd. Tijd om het dak open te gooien en de fun van de jaren ’70 te herbeleven.

Motor

Het Suprex turbomotortje is slechts 700 cc groot en wordt (gelukkig) bijgestaan door een turbo. Hij klinkt erg leuk, mede door de lekkere turbofluit en nodigt hartig uit om het gaspedaal te vloeren. De 82 PK versie levert zijn topvermogen bij 5250 omwentelingen en biedt een maximaal koppel van 110 Nm tussen 2250-4500 toeren. De opgegeven top bedraagt 180 Km/u voor de coupé, terwijl de gewone roadster – door zijn minder gunstige stroomlijn – op 175 Km/u blijft steken.

Voldoende snel dus, maar geen prestaties die hoge ogen gooien; een spurtje tot 100 vergt volgens het boekje 11 seconden. In de praktijk worden eerder waarden tussen de 12 en de 13 genoteerd. Gelukkig vergaat het de Roadster in realiteit een stuk beter: het racy motorgeluid samen met de turbofluit en de lage zitpositie verhogen de indruk van snelheid immens. Leuk om in flitspalenland toch nog wat plezier te beleven, minder leuk als je er aan het licht afgereden wordt door een Golf TDI.

Rijden

De wegligging is onbetwistbaar de grootste troef van deze Roadster. Het zeer lage zwaartepunt gecombineerd met de achterwielaandrijving vormen de basis van zijn leuke weggedrag. Daarenboven gedraagt hij zich lekker neutraal en voorspelbaar bij het snellere bochtenwerk. Onderstuur treedt pas op bij écht hoge snelheden en overstuur wordt enkel uitgelokt via een lastenwissel – plotse gasstoten of –terugnames brengen hem dus geenszins uit koers. Ook hobbelig wegdek verteert deze Roadster zonder krimp. Mocht er toch het onmogelijke gevraagd worden, dan staat er een arsenaal aan rijhulpjes klaar. De ESP-engel is standaard op alle Roadsters en is samen met de Tractiecontrole gedeeltelijk uitschakelbaar via een knop op de middenconsole. En daarbij betekent gedeeltelijk niet dat je geen fun kan beleven: een driftje is hier en daar zeker mogelijk.

Minder leuk is het sterk ontdubbelde stuur dat de lepels in stadsverkeer moeilijk te gebruiken maakt omdat de ze met het stuur meedraaien. De ophanging is uiteraard hard en de wagen oncomfortabel maar dat valt perfect binnen de gernzen van een tweezitsroadster. Ik heb mij er alleszins niet aan gestoord, integendeel zelfs. De geluidsisolatie van haar kant, kan iets beter. Toegegeven, het motortje klinkt erg aangenaam en werkt verslavend. Toch kan het bij lange ritten vermoeiend werken: aan 120Km/u op de autoweg moet je de radio al behoorlijk luid zetten om er nog iets van te horen. Ook open is het windgeruis erg nadrukkelijk aanwezig. De targa lay-out zit daar natuurlijk voor iets tussen.

De Roadster remt ook naar behoren. Hou je echter rekening met het pluimgewicht, had ik iets meer decelleratie verwacht. Verder zijn de stoppers goed doseerbaar en ABS standaard. De versnellingsbak dan, zonder enige twijfel dé achilleshiel van deze vierwieler. Elke Smart roadster beschikt over een gerobotiseerde sequentiele 6-bak, te bedienen door de pook naar voren of achteren te tikken. De testwagen kon bovendien pronken met zijn optionele stuurschakeling (hier een onderdeel van het sportpakket) die mijns inziens een must is, gewoon omdat ze bijdraagt tot een veel leukere rijsensatie.

De bak zelf schakelt tergend traag. Opschakelen is nog net aanvaardbaar, maar terugschakelen niet. Anticiperen en terugschakelen vooraleer je begint te remmen is de boodschap. Met enige gewenning kan je zo toch nog wat motorrem verkrijgen. De versnellingsbak hypothekeert op die manier deel van het rijplezier, en dat is jammer. De 82 PK versie beschikt daarenboven over een automatische stand die in de praktijk niet altijd even intelligent blijkt waardoor je telkens weer de manuele stand opzoekt. Die schakelt zelf op wanneer je met de rode zone flirt en reageert niet wanneer je fout schakelt, d.w.z. in het donkerrood zou terechtkomen wanneer je terugschakelt. De verzetten volgen kort op elkaar: in eerste haal je 50Km/u, in tweede 70 en in derde 90. Je moet dus driemaal schakelen om de 100 te zien verschijnen en dat weegt op de acceleratietijden.

Interieur

De Roadster is een klein sportkarretje met plaats voor twee. Grote personen zitten trouwens even comfortabel als kleine: zelf had ik met mijn 1.80 m nog ruim marge, zowel in de lengte als in de hoogte. De instap ligt iets moeilijker en vergt zowel lenigheid. De beloning is het schitterende gevoel om vanuit de cockpit de straatstenen te kunnen aantikken. Die cockpit zelf straalt speelsheid en minimalisme uit. Mooi en leuk, hoewel ik toch de indruk had dat sommige plastics echt wel té speels (lees: goedkoop) aanvoelden. In de tellerpartij zien we een snelheidsmeter en een toerenteller, allebei opgevuld met een resem verklikkerlampjes. Optioneel kan je nog een turbodrukmeter en een handige olietemperatuurmeter krijgen. De stoffen stoelen bieden verder voldoende comfort en steun en zijn in drie kleuren beschikbaar (afhankelijk van de buitenkleur).

Ons testexemplaar beschikte over het optionele driespakige sportstuur met stuurschakeling (twee schakellepels achter het stuur die meedraaien met het stuurwiel). Centraal op de middenconsole vind je een radio en een (optionele) boordcomputer. Deze laatste beschikt over een stopwatch om je donderdagse rondetijden op de omloop van Terlaemen bij te houden. Verder vind je er nog een opbergvakje en een reeks bedieningselementen voor o.m. de elektrische ruiten, kofferklep en dakmechanisme. Dat dak opent zich elektrisch; met een (aanhoudende) druk op de knop schuift het dak open en verdwijnt het in de koffer. Vervolgens kan je nog uitstappen om de twee dakstijlen te verwijderen en in de voorste kofferbak op te bergen. Dat laatste is overigens niet noodzakelijk: men kan ook met de stijlen op zijn plaats blijven rijden, maar dat verstoort natuurlijk het cabriogevoel.

Conclusie

Deze Smart laat bestuurders opnieuw genieten van de sensaties die eigen zijn aan een lichte Roadster, en – laat ons eerlijk zijn – dat zijn er heel wat. Het is één van de weinige auto’s waarmee je je als chauffeur één voelt. Het lage gewicht laat toe om de motor klein en dus zuinig en fiscaalvriendelijk te houden. Alleen spijtig van het Mercedes-prijskaartje (21.150€ in 2006). De versnellingsbak is zonder twijfel het grootste gebrek aan deze auto en is gewoon te traag om sportief te zijn. Gelukkig is er voldoende rijplezier voorhanden om de bak te doen vergeten, met dank aan de onderhoudende wegligging en het temperamentvolle turbomotortje. Het fluiten van de turbo tovert telkens weer een glimlach op je gezicht. Een auto als geen andere.

Pro

+ Lage gebruikskosten
+ Snelheidsgevoel
+ Pure fun

Contra

– Aanschafprijs
– Materiaalkeuze in interieur
– Versnellingsbak

[Met dank aan Smart Center Antwerpen , Foto’s door Smart]