Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

Te Subtiel

Dat sportieve Toyota’s wel degelijk bestaan, wordt niet meteen bevestigd door Toyota’s huidige autocatalogi. De constructeur wil immers een zo groen mogelijk imago en daar horen niet meteen brullende motoren of benzineslurpende hot hatches bij. Of wacht, er bestaat sinds kort een nieuwe Yaris TS. Volgens Toyota echter geen ‘Toyota Sport’, maar gewoon ‘TS’ en dus meer gematigd dan z’n voorganger.

Groot was dan ook m’n verbazing toen ik het logo op de neus van dichterbij bekeek. Inderdaad, toch ‘Toyota Sport’… Pure badge recycling, of misschien verdoken ambities? Om wie weet wel die lovenswaardige Swift Sport het vuur aan de schenen te leggen. Dat vraagt om een test…

Reactie tegen de Paardenwedloop

De motorkap verbergt een moderne 1.8 liter VVTi-krachtbron. Met hier ‘slechts’ 133 PK, een redline aan 6500 toeren en de wetenschap dat dat ander atmosferisch 1.8-literblok van Toyota 192 paarden uitbraakt, spookt de idee van een gemiste kans al van meet af aan door m’n hoofd. Gelukkig valt het wagengewicht van 1090 kg nog net binnen de perken en zit de onverwacht goed meegevallen Panda 100HP nog fris in m’n hoofd. Een halt aan de pk-wedloop bleek toen best verzoenbaar met een potje onvervalst rijplezier.

De sound stelt ietwat teleur. Dat je hem stationair nauwelijks hoort brommen, zien we door de vingers. Toyota wil er blijkbaar alles aan doen om een zo groen mogelijk imago op te bouwen en dat impliceert naast een in toom gehouden cavalerie ook een matiging inzake geluidspollutie. Geen fancy uitlaatlijn of luchtfiltertje dus, wel een sportief uitlaatsierstuk, verantwoordelijk voor een net iets diepere brom. Een privilege dat vooral omstaanders te beurt valt én wanneer de chauffeur er bovendien nog eens zin in heeft. Binnenin klinkt het allemaal als een ordinaire achttienhonderd; wat rauw en soms storend lawaaierig. Gelukkig weet een echte petrolhead dat allemaal te appreciëren, zeker in een land waar ratelende mazoutstoven de plak zwaaien.

Typisch voor een moderne zestienklepper geeft hij pas het beste van zichzelf boven 4000 toeren, de beweeglijke naald vol overgave richting de meest opwindende zone manend, om finaal gedesillusioneerd al ergens halfweg tussen de zes en de zeven op te begrenzer te stuiten. De 133 atmosferische paarden garanderen vlotheid maar geven onze TS geen vleugels: zo houdt hij het bij 194 km/u voor bekeken en duurt een stoplichtspurtje tot honderd een goede negen seconden – in de praktijk niet altijd even makkelijk haalbaar vanwege een te betuttelende tractiecontrole.

De vijfbak schakelt voldoende snel en kent een redelijk korte spreiding – nodig om enige TS-waardige vlotheid te garanderen, wat lawaaierig voor de modale chauffeur. Een zesbak had alleszins een leuk extraatje geweest, aangezien een normaal snelwegritje de toerenteller voorbij de 4 jaagt.

Aan de pomp komt het relatief hoogtoerige zestienklepskarakter naar boven drijven, hoewel een totaal testgemiddelde van 8,4 liter Euro95 natuurlijk geen schande is. Wie z’n rechtervoet onder controle houdt en de pook snel genoeg een verzetje hoger commandeert, heeft zelfs voldoende aan 7 à 7,5 liter per 100 km. De remmen kregen een maatje meer en kwijten zich prima van hun taak. Doseerbaar, relatief krachtig en nog voldoende fit na enkele forse ritjes.

Een temperamentvol ritje

De chassisafstelling knipoogt niet naar de Nordschleife, daarvoor zijn de dempers te zacht en de rolneigingen te frappant. Toch werd het chassis wel degelijk een tik verlaagd, maakte men de ophanging iets stugger en monteerde men potente zeventienduimswielen met gripgraag Yokohamaschoeisel. De nadruk ligt bij deze TS nog altijd in de eerste plaats op comfort, al geven de uit de kluiten gewassen wielen op grote oneffenheden te kennen dat zij niet altijd voor tante Kaat bestemd zijn. Echt onsportief kan je het geheel niet noemen. Vergelijk het met Asafa Powell die een sprintje trekt in gala-outfit: niet slecht langs de ene kant, op voorhand verloren langs de andere.

De stuurinrichting kreeg een bekrachtiging die er een heel klein beetje zwaarder op werd en vooral aan directheid won. Dat laatste is zonder meer een vooruitgang zonder aan rechtuitstabiliteit te verliezen. Nog geen stuurratio à la Alfa Romeo, maar wel prettig en vooral zeer handig in de stad.

Ondanks de gematigde sportiviteit kan de achterkant erg licht worden, met name bij het aanremmen in de bocht, waardoor hij zich een beetje laat zetten, zonder te vroegtijdige tussenkomst van het stabiliteitsprogramma. Gelukkig, aangezien een knopje om het elektronische vangnet uit te schakelen niet op het lijstje van de ingenieurs stond. Een doorn in het oog van de sportieve chauffeur, zeker wat betreft de irritant ingrijpende tractiecontrole.

Gewoon Yaris

Ook het interieur kent niet het minste sportief tintje. Wie zich verwachtte aan sportkuipjes, witte wijzerplaten bekleed met een stel gretig heen en weer floepende rode naalden, of zelfs een stel aluminium pedalen, botst op een teleurstelling van formaat. Het interieur werd immers rechtreeks weggeplukt uit de assemblagelijnen van de doodgewone stadsversies en dat staat garant voor een antisportief, weliswaar handig en doordacht interieur zonder franjes. Zo kent de Yaris meer opbergvakken dan de modale Ikeakast, is de achterbank uiterst moduleerbaar, krijgt de koffer een dubbele bodem en wordt de achterste beenruimte niet in tweeën verdeeld door een middentunnel.

Bigsmall mag dan wel Yaris’ leuze zijn; grote mensen passen er toch niet geheel moeiteloos in. Althans wat de hoofdruimte achterin betreft, want die is ondanks de verschuifbare achterbank net ontoereikend. Voorin is het prima vertoeven, al is de zit wat kort en vooral te hoog geplaatst om sportief te wezen: ook een erfstuk van de standaardmodelletjes.

Ook wat de materiaalkeuze betreft, kan de Yaris her en der op de vingers getikt worden. De binnenkant van de deurpanelen bestaat uit een goedkoop ogende grijze kunststofsoort die soms hinderlijke reflecties in de zijruit projecteert. Ook de achterbank en boordplank scoren eerder matig voor een auto uit deze klasse. Gelukkig zit het geheel prima in elkaar en valt er nergens een parasitair kraakje of rammeltje te bespeuren.

Volledig

TS staat hier voor de meest luxueuze Yaris-variant en beschikt naar aloude Japanse gewoonte over een zeer korte optielijst. Zeventienduimers, multifunctioneel stuurwiel, automatische airco, negen airbags (waaronder eentje voor de knie), stabiliteitscontrole en keyless start zijn allemaal in de basisprijs vervat, waardoor het kasticketje oploopt tot een kleine 19.000 Euro. Niet mals, zeker niet indien je weet dat concurrent Swift Sport 2.500€ minder moet kosten.

Met beide benen op de grond

De badge heeft het dus niet bij het rechte eind: geen échte Toyota Sport maar een zeer vlotte stadswagen voor zij die een volledig uitgeruste, knappe Yaris zoeken. Bovendien nog eens oerdegelijk, met vijf jaar garantie, een topnotering in de betrouwbaarheidsstatistieken en een ondertussen ijzersterke restwaarde in het tweedehandscircuit. Toch één circuit waar hij goed presteert.

Rest ons nog één misvatting recht te zetten: een kleine speurtocht in het doe-het-zelfarchief bezorgde ons de – weliswaar verroeste – reddende engel. Laat die felbegeerde roodwitte badge maar voor wat hopelijk nog moet komen. Toyota?