Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

De standaard

De vraag of voltallig taxiland staat te springen om de sleutel van Stuttgarts nieuwe C-klasse in ontvangst te mogen nemen, laat ik nog even in het midden. Feit is dat de nieuwe zogenaamde referentie nu al een tijdje op de markt is en dat ie zich na z’n povere start meer dan stevig wist te herpakken. Nét op tijd eigenlijk, want het duo gekromde lichtblauwe streepjes led’s uit Ingolstadt zal het hem er niet makkelijker op maken, integendeel.

De pijlen ditmaal volledig op alledaagse eenheidsworst gericht – niemand wil in ons landje immers nog échte octaanverbranders – legden we onze hand nog eens op een dieselmodel, met automaat. Een ritje met een Iridiumzilveren C220 CDI Elegance…

Nieuwe huisregels

Placeren we onszelf achter het nieuwe, hoekige stuurwiel, dan is enige vorm van herkenning met de vorige generatie ogenblikkelijk van tafel geveegd. De tellers worden voortaan ook hier gekenmerkt door een verborgen naaldhart, het uitklapbare navigatiedisplay zit weggewerkt in het dashboard en een handige centrale push-turn bedieningsunit deed z’n intrede. Optioneel krijgt de C-klasse een chique matzilveren startknop die het interieur meteen een obligate dosis extra cachet toedient. Obligaat, aangezien het opklapmechanisme van het navigatiescherm best wel knullig en broos voor de dag komt, de korrel van het gebruikte boordplankmateriaal te prominent -plastiek- uitademt, de kunststofsoort rond de tellers schaamteloos werd gepikt uit Korea en de buitenste ratelringen van de aircoknoppen meer speling vertonen dan een Zweeds kleerkastdeurtje. Toch voor een auto die de referentie op alle vlakken beweert te zijn…

De binnenruimte is gemiddeld. Zijn er voorin niet meteen claustrofobe neigingen te noteren – al kan het knappe elektrische glazen panoramadak de hoofdruimte belemmeren – dan mag je achteraan niet veel langer dan 1.80m meten, wil je je kruin niet laten kennismaken met de dakrand. Ook de harde kunststof achterkant van de voorzetels brengt bij de langbeen achterin (die ‘lichtjes moet onderuitzakken’) weinig zoden aan de dijk. De bank zelf beschikt over een uitgekiende welving en de rugleuning staat niet te recht opgesteld. Allemaal oké dus, op voorwaarde dat je lichaamsgestalte binnen de norm valt.

Achter de teugels zit je zonder meer beter: de zetels geven op alle vlakken voldoende steun en zijn makkelijk regelbaar via het gekende deurinterface. Ook het stuurwiel ligt prettig in de hand, is voldoende ver regelbaar (elektrisch op de testauto) en kent een hoop knoppen. Minpunt is nog altijd de opstelling van Mercedes’ tempomat hendeltje, wat de dikke richtingaanwijzerunit een paar graden naar beneden verbant en zo net buiten het blindelings bereik valt. Ik weet waarom ze niet pinken, meneer…

Sterk & Rustig

Onderhuids hier de meest recente 2.2 dieselmotor. Op zich weinig wereldschokkends: hij draait nog altijd erg zacht, produceert geen opvallend storend dieselgekletter en werkt hier nauw samen met een ouderwetse, comfortabele vijftrapsautomaat. De 220 CDI produceert ondertussen 170 (163) paarden en kan pronken met een beresterke 400 Nm vanaf 2000 tpm. Prestatiegewijs geen verrassingen: integendeel, 0-100 in minder dan 9 seconden en een vloedgolf aan krachtige hernemingen. Met het grootste gemak dan nog wel.

Wie termen Mercedes en diesel in één zin probeert te gieten, kan niet om het woord automaat heen. Testauto van dienst moest dan ook afstand doen van de standaard manuele zesbak en kreeg er eentje van het type ‘in D zetten en gaan’ aangemeten.

Niet meteen een nieuwe telg uit Mercedes’ onderdelenrekken maar niettemin voldoende snel en bovenal zijdezacht, op die paar stopmomenten na dan, waar hij z’n eerste per se met voelbare ‘bonk’ wil aankondigen.

Comfortabel als vanouds, draait de koppelomvormer overuren in de stad: eerste en tweede verslinden energie, wat later aan de pomp bevestigd werd. De eerste verbruiksnotering zou in een totaalgemiddelde van 8.6 liter diesel resulteren. Een tweede meting, in de manuele stand om zo sneller te kunnen genieten van het riante koppel in de laagste toerenregionen, gaf aan dat deze C-klasse met 1.5 liter minder kon toekomen.

Naar de luchthaven alstublieft!

Instappen is een koud kunstje: de bekende keyless drive optie herkent automatisch z’n baasje en ook de instaphulp (de stuurkolom verstelt zich elektrisch in de meest ideale instappositie) doet me haast twijflen of ik al m’n tanden nog heb.

Eens vertrokken valt pas op hoe aangenaam die nieuwe C eigenlijk is. Want, eerlijk is eerlijk, van z’n eerste indruk moest ie het alvast niet hebben. Grootste troef is het rijcomfort, gaande van goede (basis)zetels en rijhouding, over een zeer geslaagde geluiddemping tot een mooi comfortabele ophanging. En net op het moment dat je verwacht dat hij bij ’t opkietelen van het tempo een streepje minder zou scoren, toont het nieuwe onderstel z’n troeven.

Het weggedrag verbaast met een mooi neutraal karakter zonder excessieve rolneigingen. Agility Control noemen ze het bij Mercedes, oftewel continu gestuurde elektronische demping. Best een geslaagde mix die meteen doet verlangen naar meer dynamische versies met sportknop op het dashboard.

Dat de volledige santeboetiek aan letterafkortingen zorgt voor een op en top veilig gecontroleerd weggedrag, is vandaag niet meer dan de norm. Bij deze standaard (lees: op comfort afgestemde Elegance versie) C-klasse had de elektronica-afstelling toch een iets groter speeldveld kunnen gebruiken, al was het maar om nooit op de desactivatieknop te moeten drukken.

Ook stuurgevoel mocht een bank vooruit. De stuurinrichting won aan directheid en de terugkoppeling is onder alle omstandigheden betrekkelijk goed. Aanzienlijk lichter dan dat van een E90 reeks, zelfs met deze variabele stuurbekrachtiging, maar voorts van enige vorm van kritiek verheven.

Inspector Gadget

Dat ons testexemplaar van dienst niet bepaald karig bedeeld was met allerhande opties, da’s allang verraden door enkele meer kleurrijke pixels. Toch blijft het verbazen dat een wagen van standaard 34.000€ na een ommetje langs de optielijst plots 57.000€ kan kosten. Schandalig eigenlijk…maar niet geheel onverwacht natuurlijk.

Zo hebben we onder andere kunnen spelen met een elektrische zonnewering achteraan, konden we genieten van elektrische zetelverstelling met geheugenfunctie, bracht het elektrische panoramadak automatisch mooi weer en had de keyless drive optie wel wat weg van de trucjes van Ian Fleming’s geesteskind.
Kers op de taart was zonder twijfel het comand APS systeem. Een prima audio-, navigatie- en entertainmentsysteem met dvd-lezer en harde schijf dat makkelijk te bedienen valt via de I-drive achtige comand controller. Gekoppeld aan de hoogwaardige Harman-Kardon geluidsinstallatie, zetelverwarming en een prima fauteuil was wachten nog nooit zo aagenaam geweest. Insert disc, please!

Logische evolutie

Of deze nieuwe C-klasse het ijs zal breken in het premiumsegment? Sowieso een potige opdracht. Hij beschikt over de nodige kwaliteiten, weet te overtuigen met z’n prima onderstel en dito weggedrag, schittert met de nieuwste – weliswaar dure – snufjes en pakt uit met een sterke motor.
De automatische versnellingsbak, overigens een must in een wagen als deze, is ondanks z’n grijs toupetje bijzonder comfortabel maar fnuikt de verbruikscijfers.
Bovendien blijft deze C220 CDI een forse duit duurder dan z’n concurrenten, vertoont ook hij enkele afwerkingsfoutjes in het interieur en toont hij zich zeker niet van z’n ruimste kant.
Maar goed, aan die laatste zaken heeft hij nooit z’n succes te danken gehad. Een logische evolutie, die nieuwe C-klasse.