Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

Tekst & Foto’s: Djivy

Ik ga niet rond de pot draaien: de Mazda2 is de nieuwe referentie onder de supermini’s. Zuinig en groen ontwijkt hij de trend tot overgewicht zonder aan veiligheid of ruimte in te boeten. Dat hij er dankzij Ikuo ‘Speedy’ Maeda ook nog eens als een atleet in de startblokken uitziet (Mazda’s woorden, niet de mijne), bewijst dat het Japan’s enige Le Mans-winnaar menens is. En maar goed ook na de draak die de vorige 2 was.


Gestoeld op het ontwerpcredo Gyo Shuku (dat ‘gebald’ betekent) kreeg de nieuwe een Europese look met omhooggetrokken koplampen, een korte motorkap en sterk oplopende schouderlijn. Stijlkenmerken die zijn klasgenoten ook sieren maar de compacte 2 beter staan dan bijvoorbeeld de Peugeot 207.

Minder Europees maar zeker zo lovenswaardig is de gewichtsafname die de ingenieurs dankzij modern staal realiseerden: 100kg of 10% van het rijklare gewicht dat volgens Mazda op 970 aftikt. Zo is de 2 spaarzaam als 1.3 en verleidelijk als 1.5. Voeg daar nog een sportkit met optionele zestienduimers bij en we zijn vertrokken. Met de 103pk sterke Sport uiteraard.

Meteen duidelijk is dat de 2 voldoende plaats biedt. De binnenruimte is luchtig en zelfs voor basketspelers ok. Cirkels vormen het thema en mijmeren overtuigend naar die andere succesnummers van Speedy Maeda, namelijk de MX-5 en RX-8. Alleen spijtig dat de materialen niet evengoed aanvoelen als ze eruitzien, want voor het oog is de binnenruimte alvast een feest – met uitzondering van de goedkope tellers en onduidelijke benzinemeter.

Leuk zijn ook de magazinegleuf in het dashboard, flessenhouders in de deuren, mp3-connector aan de handrem en kierfunctie op het bestuurdersvenster. Stuk voor stuk praktische innovaties die de standaarduitrusting spijzen maar doen vermoeden wat de rijtest bevestigt: deze 2 neigt meer naar 1.5 dan naar Sport. Ik verklaar mij nader: het stuur is verbaal maar niet eloquent, de 1.5 gewillig maar weinig sportief, het gaspedaal correct maar verre van haarscherp en de versnellingsbak fluks maar een tikkeltje goedkoop. Kortom: een maat boven gewone stervelingen maar niet genoeg om toppers als de Suzuki Swift Sport te onttronen, althans niet wat rijplezier betreft.

En dat is exact zoals Mazda het (voorlopig) wil. ‘Sport’ staat bij de Japanse nummer vijf immers voor het uitrustingsniveau beter dan ultiem rijplezier, want daarvoor hanteren ze het MPS-acroniem (Mazda Performance Series) dat zijn opwachting hopelijk op de driedeurs maakt. Tenminste als Mark Cameron er iets aan te zeggen heeft; de Britse marketingdirecteur loopt als een gek te lobbyen voor zo’n MPS-derivaat hoewel Mazda officieel geen plannen in die richting heeft. Al toonde het wel een Mazdaspeed Demio Concept (het Japanse equivalent van de 2) op het Salon van Tokio, inclusief aerokit en kuipen in plaats van de comfortabele stoelen die de 1.5 nu heeft.

De consensus is dat 170 paarden uit een geblazen vijftienhonderd moeten volstaan om de 2 van lauw naar heet te promoveren. Want zoals het er nu bijstaat, zijn 0 tot 100 in 10,4 en 188 voluit genoeg voor Tokio maar niet voor Mount Fuji. Ook al toont de Sport zich van zijn beste kant rond serpentines – op voorwaarde dat het wegdek droog is. Ligt dat er glibberig bij, dan taant de grip snel met voorspelbaar onderstuur tot gevolg. Geen echte kritiek op de voortrein maar wel op de harde Toyo’s die traditioneel beter op droog presteren. Alle 2’s kunnen trouwens van een (vrijdenkend) ESP worden voorzien en zijn afgesteld om bij gaswegname dieper in te sturen. De basis voor zo’n MPS is er dus zeker, nu alleen nog de praktijk.

Of ik persoonlijk 15.490€ – en zelfs 16.715€ met metaallak en Sport Appearance Pack – aan een Mazda2 1.5 zou spenderen? Neen. Maar ik ben dan ook geen huismoeder met praktische aspiraties en een kinderwens. En zelfs die zou ik aanraden elders in het Mazda2-gamma te winkelen. Bij de kleine dertienhonderd bijvoorbeeld. Of nog beter: bij de recent gelanceerde 1.4CDVi die niet alleen ZoomZoom maar ook NipNip is in tegenstelling tot de 1.5 die tijdens de testweek meer dan negen liter verbruikte. Zes kan natuurlijk ook, maar dan heeft het weinig zin om in een sportversie te investeren. Tenzij je veel snelwegkilometers maalt en de marges van een dikkere benzine apprecieert. Maar ook daar lijkt de kleine turbodiesel behendiger (160 vs. 137Nm koppel) en zuiniger (4.3 vs. 5.9l/100km).

Eindrapport: de Mazda2 mag dan wel de nieuwe referentie onder de supermini’s zijn, de 1.5 is dat niet in de sportafdeling. Licht en vinnig verleidt hij met hippe looks en adequate prestaties maar nestelt zich nooit onder je vel. Alsof de ingenieurs bewust wat achterhouden voor een gefocuster model dat meer biedt dan het instappen-en-wegwezen-karakter van de Sport. En dat maakt van deze 1.5 de perfecte huurauto: fijn om een week in rond te toeren maar niet om echt mee te binden. Nog niet.

[Meer info op Mazda.be]