Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

Tekst & Foto’s: Djivy

Soms schiet het Nederlands hopeloos tekort. Neem nu de term Q-Car; die staat in het Engels voor een discrete wagen en vindt zijn oorsprong bij de Britse marine. Onderlegen aan de Duitse zeemacht camoufleerde die haar fregatten als vrachtschepen en doopte ze Q- of Quiet Ships. Twintig jaar later verkaste de term naar octaanmiddens waar hij – dankzij een artikel in het Amerikaanse Motor Sport Magazine – gretig afzet vond bij subtiele sedans met een gezonde dosis vermogen. Niet meteen wat je van een Ford Mondeo verwacht, maar wat deze 2.5 Turbo absoluut is.

Sterker nog: hij bedriegt niet alleen omstanders maar ook inzittenden. En dat heeft veel met de vijfcilinder van Volvo-origine te maken. Voorzien van een turbo en twintig kleppen levert die 220pk waardoor de zesbak gemakkelijk op loopbaanonderbreking kan. Of wat dacht u van een derde versnelling die alles van 20 tot 150 dekt zonder ooit te vermoeien? Met dank aan de 310Nm die vanaf 1.500 toeren paraat staan en bijna turboloos aandoen. Op papier haalt de 2.5T zo de 100 in 7.5 en 245 voluit wat meer dan genoeg is voor gezwinde (zij het geen explosieve) vooruitgang. Dat deze motorisatie premiumkopers van Audi en BMW moet afsnoepen, verklaart waarom ze naar onze smaak te weinig db’s produceert – zowel buiten als binnen.

Nog een reden om voor je rijbewijs te vrezen, is de tellerpartij. Gekoppeld aan een krachtbron die er in een handomdraai 20km/h bijdoet, is die te moeilijk afleesbaar. Het controlescherm tussen de klokken is dan weer wel handig en een goede aanvulling op het multimedia-touchscreen dat het interieur overheerst. Ah, het interieur… Lang niet naar ieders smaak scoort dat minpunten voor de drukke styling en het weelderige hifi-aluminium. Al is deze uitvoering beter af dan de versies met nephout, maar dat raadt zelfs ontwerper Martin Smith af. Op de royale achterbank tonen oude verluchtingsmonden en dito vensterknopjes tot slot hoe moeilijk Ford USA het vandaag heeft, ook al is de algemene kwaliteitsindruk van de cabine goed zonder meer.

Excellent zonder meer is de rij-ervaring die de stempel van Roelant de Waard duidelijk draagt. De Waard staat aan het hoofd van Ford UK en geldt als octaanliefhebber par extraordinaire. Zit hij niet in vergadering, dan schuimt hij circuits af in een Caterham CSR. Zit hij niet in Engeland, dan schuimt hij de Ring af op een tweewieler met racekuipen. De legende wil zelfs dat De Waard geen banden vindt die meer dan drie rondjes Nordschleife verdragen… Je kan er dus op aan dat deze Nederlander enkel fijnsturende Fords buitenlaat, en daar is hij met de nieuwe Mondeo wederom in geslaagd.

Rij 100 meter en je begrijpt wat ik bedoel. De stoelen zitten goed, het stuur kan dicht genoeg en de binnenruimte is koninklijk. Onder het Kinetic Design schuilt immers een limousine die – geloof het of niet – de oude Scorpio dimensionaal overklast. En toch denk je zelden met 1.600 kilo onderweg te zijn; insturen gaat fluks, schakelen gezwind en remmen consequent. Komt daar nog bij dat Ford als geen ander weet hoe primaire bedieningsorganen als pedalen, stuur en versnellingsbak op mekaar af te stemmen. De gewichtsdosering is perfect, het aandrijfgeheel harmonieus – of de 2.5 nu koud dan wel snikheet staat. En dat allemaal zonder meer dan 11 liter te verbruiken. De Waard is duidelijk zijn geld waard.

Al geldt dat niet voor de kluns die de middensteun monteerde. Want tenzij je de armen van een Hobbit hebt, stoort die elke schakel- en stuurbeweging tot je de bovenkant uit frustratie openklapt om meer elleboogruimte te krijgen. ‘t Zou me trouwens niet verwonderen als diezelfde spelbreker voor de flinterdunne verwarmingselementen in de voorruit tekende. Krijg je die eenmaal in de gaten, dan is er geen ontkomen meer aan. Terwijl een gewone voorruitverwarming toch prima functioneert? En nu ik toch aan het haarklieven ben: de voor België gemonteerde uitlaten (een naar beneden geplooid exemplaar aan elke kant) mogen de Q-car-status dan wel onderstrepen, ze staan in schril contrast met het rijplezier dat deze turbo biedt.

Alleen zal dat altijd een goedbewaard geheim blijven. Contemporaine milieupolitiek en de trend naar zuinige diesels verbannen deze 2.5T bij voorbaat naar de marges van de automaatschappij. Zelfs in Engeland verwacht Ford er weinig te slijten, of deze topversie nu 5-reeks-kwaliteiten voor 3-reeks-geld biedt of niet. Al is er wel beterschap op komst in de vorm van een 175pk sterke TDCI die de makke zelfontbranders van de introductie aanvult. In de hoop dat die meer kopers naar een intrinsiek goede vierwieler met Jaguar-trekjes lokt. Want (deze) Ford verdient het.

[Meer info op Ford.be]