Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

Te genieten als:

Donderdagochtend, half elf en ik lijk wel te dromen. Niet alleen bevind ik me in het Centro Stile te Turijn (het innersanctum van Italiaans autodesign), maar ik heb Roberto ‘Nuova 500’ Giolito net gevraagd de jaloezieën van de imposante vergaderzaal voor me te openen – “per vedere meglio la Sua Creazione” mompel ik bijna verafgodend. “Con piacere” antwoordt de ontwerper koel, “because you’ve driven my baby all the way from Belgium to its place of birth”. En nog wel de kleinste benzineversie met nauwelijks 70pk…

Als parvenu onder de autojournalisten ben ik van één ding zeker: jobs waar de vergrijzende orde zijn neus voor ophaalt. Want terwijl die in business class door de winterlucht suizen, mogen XVE-532 en ik in working class kilometers malen. 2.000 kilometer om exact te zijn. En dat mogen er dan losse 30.000 minder zijn dan het Australische duo dat de wereld in een originele 500 omzoomde, ze volstaan ruimschoots om de trans-Europese capaciteiten van FIAT’s stadsmus te beoordelen. Blijft er alleen die onheilspellende kwestie van sneeuw in de Alpen, en het feit dat Fiat Auto Belgio noch winterbanden, noch kettingen op voorraad heeft… Waar lagen die dapperpillen ook alweer?

Ver rijden heeft iets magisch. De anticipatie, concentratie en daaropvolgende constipatie promoveren de roadtrip tot een onuitwisbare herinnering vol pieken en dalen – van dolenthousiaste pompbediendes over lijkgeurende toiletten tot whisky’s op hotel. Kwatongen beweren zelfs dat het transportmiddel er niet toe doet, maar dat is onzin; voor een retourtje Turijn wil je geen doorsnee auto maar een kwispelende hond die bij vertrek al tegen je been staat te rijden, eentje die naar Italiaanse gewoonte meer gas geeft dan hem gevraagd wordt en zelfs met 69pk over de Alpen geraakt. En wat dan nog als je soms een tandje terug moet – daarvoor schakelt de bak zo goed als hij doet en klinkt de vierpitter alsof Merckx hem opleerde.

Acht uur later is de cirkel rond, de Nuova 500 thuis. Net als Giacosa’s origineel uit 1957 gaat de driedeurs letterlijk op in de gerenoveerde pracht van de Piemontese industriestad. En daarvoor heb je meer dan een knappe lijn en dito (Panda-) mechaniek nodig; FIAT wachtte namelijk tot op de dag 50 jaar om Giolito’s reïncarnatie aan het publiek te tonen en het bedrijf zijn succesformule te gunnen. Geen wonder dat zelfs toeterende Torinezen tot hoffelijke weggebruikers vervallen als het Italiaanse troetelkind komt aanzetten – in eenderwelke van de schier oneindige (maar soms wat vrouwelijke) kleuren- en stickercombinaties.

Maar dan wordt het menens. Fris uit het Lingotto-linnen (de oude stadsfabriek die vandaag als luxehotel dienst doet) krijgen we een chaperon toebedeeld om ons naar het Centro Stile te brengen. Alleen blijkt de security daar – ondanks de aanwezigheid van de perschef van FIAT Automobili en een laisser-passer-vignet op onze Lancia – niet zo happig om de baan te ruimen. Of is het allemaal Commedia dell’Arte om het gewicht van dit voorrecht te onderstrepen? Het artistieke hart van Fiat, Lancia, Alfa, Maserati en Abarth inspecteer je immers niet elke dag zonder erna in de Po te belanden. Althans, dat hebben ze ons verzekerd.

Waarom de naam van de ontwerper geen belletje doet rinkelen? Omdat Roberto Giolito – in tegenstelling tot 60 miljoen landgenoten – een bescheiden Italiaan is die liever stil geniet dan flamboyant uit de hoek komt, net als op de foto. Je zou nochtans anders verwachten van de man die de ballen had om de originele Multipla (de controversieële MPV met drie plaatsen vooraan) te verdedigen en productierijp te maken. Daarnaast is de Nuova 500 bijna risicoloos maar zeker zo knap met oog voor detail en bijna juweelachtige onderdelen. Toen Giolito over het hart van de snelheidsmeter begon (een relikwieachtig kastje met digitale aanduidingen in de tellerpartij), dacht ik even dat het Vaticaan eraan te pas zou komen – zulk is zijn passie voor de Cinquecento die sinds zijn lancering vorig jaar al tig keer in de prijzen viel. Volkomen terecht trouwens met een democratische instapprijs van 10.750€ rond.

Wat de 500 nog allemaal te wachten staat, mag Giolito in dit strak georkestreerde interview niet kwijt. Zeker is dat Fiat dit varkentje deftig gaat wassen met cabrio-, station-, en bovenal Abarth-versies. Daarvan moeten er dit jaar al 2.500 van de band lopen, maar je kan er nu al op aan dat die prognose herzien wordt om aan de schier oneindige vraag tegemoet te komen. Nauwelijks verwonderlijk, want met 135pk (en zelfs 185pk voor de esse-esse) en op-en-top mannelijke looks kan de Abarth wel eens de allesdoener worden die ’s morgens rond de Ring scheurt om ’s avonds in Monaco te dineren. En dat doen weinige hem na.

Een gedegen lunch later is het aan de tijd, stapt het journaille in het donkergroene busje (dat de hele dag over de Cinquecento heeft gewaakt) en maak ik me op voor 1000km terugweg aan een standvastige 140 per uur. Fiat heeft getoond dat het onder topmanager De Meo geen uitstaans meer heeft met de mediocre producten en het mismanagement van de jaren ‘80, maar prontissimo is voor de 21ste eeuw. Of de nieuwe Cinquecento net als zijn voorvader weer twintig jaar voorspoed brengt? Op hoop van zegen.