Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

Tekst: Djivy – Foto’s: Ford Archief

Door de band genomen zijn er twee types autolancering. De één omvat een exotische locatie, darmlast en nauwelijks tijd om te rijden, de ander een Noord-Limburgs dorp, boterhammen en stuurtijd zat. De eerste wordt meestal voorafgegaan door een helse presentatie van 666 slides, de onze door een goede kop koffie en de belofte “over twintig minuten zijn jullie aan het rijden”. En dat zegt veel over een merk dat misschien maar één sportieveling in zijn gamma heeft, maar de focus duidelijk op rijplezier legt – zelfs wanneer het een modieuze SUV op de testbanen van de Ford Lommel Proving Ground lanceert.

Eenmaal binnen ontdek je waarom FLPG een goed bewaard geheim is: er hangen meer verbodstekens dan in de rijschool. Doe daar nog een inplanting langs Kleine Brogel bij (een militair domein met beschermd luchtruim) en je begrijpt waarom beelden van het complex zeldzamer zijn dan een RS200. Wie er toch in slaagt om een foto-GSM binnen te smokkelen, ziet zijn Licence to Chill vliegensvlug ingetrokken door de balie – zeker nu FLPG niet alleen meer Ford, Mazda, Volvo, Aston Martin en (tijdelijk nog) Land Rover en Jaguar bedient, maar ook externe constructeurs die de veelzijdigheid van 80km circuit en talloze installaties appreciëren. Zoals er zijn: corrosiekamers, zoutsproeiers, gravelbanen, kasseistroken, off-road parcours, een heuse landingsbaan en ga zo nog maar 300 hectare door.

Dat we bij aankomst pardoes een babysit toebedeeld krijgen, verbaast dan ook niemand. Die chauffeert ons naar het hoofdgebouw waar tien Kuga’s opgelijnd staan; eentje voor elke journalist en beurtelings uitgerust met voorwiel- of vierwielaandrijving. Ik klis de sleutels van een wit exemplaar en voeg me bij een duo politieagenten (op prospectie), een 81-jarige keurigaard (André Van Steenkiste) en – geloof het of niet – een verstrooide professor op houten klompen (Guido Stoffels). “Amuseer u” roept perschef Dirk me toe, “en onderschat de senioren niet”. “Ook niet die met zijn klompen?” antwoord ik ironisch. “Zeker niet die met zijn klompen”, klinkt het resoluut. Tijd om de 136 paarden te wekken en de kombaan te verkennen – aan 170 in het bovenste vak met een hellingshoek van 40°.

En ik durf niet. Doorwinterde testers over de buis zien suizen is één ding. Maar zelf naar de vangrail klimmen om je handen in zesde te lossen? Al moet ik toegeven dat de Kuga ondanks royale bodemvrijheid een goede stabiliteit vertoont en nauwelijks overhelt, zowel in voor- als in vierwielaangedreven versie. Andere indrukken speculeren op gedegen primaire bedieningsorganen (typisch Ford) maar een versnellingsbak die voor lange armen iets horizontaler mag om het schakelen naar twee, vier en zes te vergemakkelijken. Voor een exemplaar met variabele assistentie voelt het stuur verder prima aan. Professor Stoffels beweert zelfs dat het softwarematig instelbaar is van Comfort (te licht) over Standaard (perfect) tot Sport (te zwaar). Maar hoe die dat aan 170 in de boordcomputer gevonden heeft, blijft vooralsnog een raadsel…

Van de ovaal gaat het naar Baan 7 die goed te vergelijken valt met de kronkelweggen rond de Nürburgring. Alleen is de Lommelversie (op de kasseibochten na) biljartglad en voorzien van grindbakken die we volgens de veiligheidsadviseur liever niet opzoeken, “want dan zijn we morgen nog papieren aan het invullen”. Wat die vreemde bordjes voor elke bocht te zoeken hebben, vertelt hij evenwel niet. Dirk sprint bij: “Dat zijn de richtsnelheden van de verschillende rijvaardigheidsniveaus; Level 1 is haalbaar voor getalenteerde stervelingen, Level 2 is het niveau van jullie begeleiders terwijl 3 voorbehouden is aan de piloten die hier in Aston Martins rondscheuren”. En in nauwelijks gecamoufleerde Focus RS’en.

Ter info: ik zie de borden wel staan maar vind nauwelijks de tijd om snelheden te vergelijken. Daarvoor zorgt enerzijds onze chaperon die het tempo gestaag opvoert, en anderzijds de 2.0 turbodiesel (initieel de enige motoroptie met 340Nm in overboost) die vinniger lijkt dan zijn tiensecondensprint doet vermoeden, vooral in tweewielaangedreven versie. De 4×4 torst een Haldex-koppeling van 40 kilo mee wat de gasrespons niet maar het rijgedrag wel ten goede komt. Prefereert u dus speels en alert, investeer dan forse 27.000€ in de 2×4 – verkiest u veilig en onverstoorbaar, leg dan nog eens 2.000€ bij voor de 4×4. In sprankelend wit of smurfenblauw.

Terug in de pits borrelen de meningen op. Dat de Kuga goed smoelt en nog beter rijdt. Dat hij zich qua binnenruimte tussen de Focus en de C-Max positioneert. Dat de gedeelde achterklep een troef is, maar de plastiekkeuze niet. Dat het leder geslaagd is, maar de gekleurde interieurlijsten niet. Dat de diesel milieuvriendelijk presteert, en de 2.5T vuurwerk belooft. Dat Ford erin slaagt om fervente SUV-haters een ander perspectief te bieden. Dat Ford erin slaagt om mij een ander perspectief te bieden. Dat ik in herhaling val als ik zeg dat de blauwe ovaal goed bezig is. Maar dat ik het toch doe.

[Meer info op Ford.be]