Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

Als dit geen unicum is. Autojournalisten zijn het doorgaans immers eens over welke auto’s goed rijden, en welke beter. Alleen is dat bij de Clubman S absoluut niet het geval. Clarkson degradeerde hem bijvoorbeeld tot turbotoilet terwijl evo er net geen vijf sterren op speldde. Dus wie vertelt hier de waarheid? ‘s Werelds grofste autoschrijver of het blad dat testen tot een kunstvorm verhief?

Estethisch neigt de Clubman naar een vrouw. Niet zo’n introvert geval, maar een die de keurende blikken op haar achterwerk wel apprecieert. Daar bevinden zich de kenmerkende deurtjes met hun elektrische ontgrendeling en vernuftig hydraulisch systeem. Openen gaat bijna vanzelf terwijl het omgekeerde een omslachtig proces blijft – althans vergeleken met een traditioneel kofferdeksel. Samen met de langere wielbasis en de (voor linksrijders fout gepositioneerde) clubdoor biedt de Clubman zo fractioneel meer plaats maar exponentieel meer om mee uit te pakken. Op voorwaarde dat u hem apprecieert, welteverstaan.

En daar hou ik van. Want ofwel vind je BMW’s jongste cool, ofwel niet. Zwart of wit, warm of koud en geen lauw ertussen. Al moet wel gezegd dat de facelift (codenaam R56 voor de freaks) onder Minionista’s voor commotie zorgt. Die zou te volwassen zijn, en minder snedig sturen. Bovendien is het kenmerkende gefluit van de supercharger vervangen door een rasperige 1.6 turbo met 175pk en 280Nm in overboost; dezelfde viercilinder als in de Peugeot 207RC maar bij Mini aan een zesbak gekoppeld en om fiscale redenen teruggeschroefd naar 163pk. De voltallige cavalerie is uiteraard te krijgen – mits opleg van 1.250€ BIV…

Naar Duitse gewoonte kan de rekening niet alleen bij de fiscus maar ook bij constructeur oplopen. In ‘ons’ geval met zomaar even 9.000€ aan opties die zowel de binnen- als buitenkant opsmukken. Springen eruit: het Hifi-luidsprekersysteem (470€),  leder voor de uitstekende sportstoelen (1.500€), Auto Start Stop (gratis) en nog twee extra’s die mekaar op het eerste zicht tegenspreken: een mechanische sper op de voorwielen maar géén sportophanging – “want met de optionele 17-duimers is hij sowieso vrij hard” aldus de PR-Manager van BMW Belux. Tijd om de transponder in het dashboard te schuiven en de startknop te duimelen.

Op het eerste oor klinkt de 1.6 inderdaad tam, maar die kritiek verdwijnt wanneer je gretig op het gas gaat en een van de beste turbo’s in jaren hoort. De inductie is gulzig (ook al is de luchthapper nep) terwijl de gescheiden pijpen onder acceleratie ronken om onder decelleratie te roffelen. Rij de S heet en er kan zelfs een sporadisch plofje vanaf, net als het een sporthart betaamt. BMW claimt 7,6 seconden tot 100 en 225 voluit wat vanachter het stuur zeker plausibel klinkt. Beter nog: de met Peugeot en Citroën ontwikkelde krachtbron combineert het beste van benzine en diesel met een bruikbare vermogensband tussen de 1.500 en 5.500 t/m. En dat zorgt in de Clubman S voor problemen.

Tractieproblemen om exact te zijn, en we hebben nochtans geen drup regen gezien. Na pakweg 1.500km moet ik dan ook concluderen dat de Clubman S zijn vermogen – in extremis – niet overtuigend aan de grond krijgt, zelfs niet met de optionele sper die tot 30% vermogen van het onbeladen wiel wegneemt. En daar is eigenlijk geen verklaring voor in het licht van de Peugeot 207RC (met hetzelfde blok), de Renault Megane R26 (met 240pk op de voorwielen) en de Alfa Romeo 147Q2 (met 320Nm) die in vergelijking op rails lijken te staan. Ga even hard op het gas in de Clubman en de voortrein wordt zoekerig, het stuur zwaar en ASR je beste vriend. Schakel de tractiecontrole uit en de banden verdampen sneller dan een Chinese Marlboro. Spectaculair, maar minder efficiënt.

Nochtans stuurt de Clubman S ook zonder sportophanging scherp. Misschien wat zwaar (om de koppelreacties in het stuur te camoufleren) maar altijd snedig en met voldoende gevoel om de Dunlop Runflats over elke richel te verwensen. Waarom BMW een band blijft monteren die moordend is voor het comfort, is dan ook een raadsel – zeker op sportievere modellen als de S en de John Cooper Works. Goed dat het interieur met Duitse schroeven aan mekaar hangt en een perfecte zithouding serveert, van de aluminium pedalen over de schitterende handbak tot het telescopische verstelbare stuur met sportieve dimensies. Wel niet naar de flinterdunne verwarmingselementen in de voorruit kijken, of de hinderlijke deurstijlen in de achteruitkijkspiegel.

En daarmee zijn we terug bij af: is de Clubman S nu een turbotoilet of een rasechte vijfsterrenauto? Geen van beide als het aan mij ligt. Want voor driekwart van de tijd is deze Maxi een verfrissende kompaan die vorm misschien boven functie plaatst, maar dankzij 163pk en uitdagende looks nooit gaat vervelen. En wat dan nog als er betere hatchbacks zijn om een Ardennen-offensief mee te starten, die hebben lang niet de présence om de volledige Nieuwstraat in een wolk Dunlop te hullen en erna voor Comme Chez Soi te parkeren. Met een hoop kijklustigen erachteraan.

Share Button