Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

Tekst: Cedric DervoigneFoto’s: Djivy

Lexus heeft heel wat bijgeleerd sinds het eind jaren ’80 als luxedivisie van Toyota werd opgezet. Benchmarken bijvoorbeeld: doe net hetzelfde als de Münchense constructeur, kruid met Japanse kwaliteit en presenteer een 3-reeksrivaal met IS-badge. Snel vooruit naar 2008 en we zijn aan de tweede generatie IS toe – heel wat beschaafder dan de eerste en verkrijgbaar als zelfontbrander (IS220d), sportkanon (IS-F) en manusje-van-alles (IS250) met 204 pk, een automaat en een neutrale portie achterwielaangedreven rijplezier.

In een notendop is de IS250 een onderschatte auto. Geen uitblinker in sportieve acrobatieën maar de serentiteit zelve. Lexi zijn in de eerste plaats ontworpen om aan 160 over de snelweg te cruisen zonder je stem te moeten verheffen. Een afwerkingsgraad superieur aan die van de concurrentie is het tweede wat Toyota in zijn communicatie naar voren schuift; gerammel en gekraak moeten ze in de Lexushallen immers nog uitvinden.

Helaas varieert de materiaalkeuze van zeer nobel tot Avensis-schraal. Of hoe noem je het blinkende notenhout deksel op de hoge middentunnel anders? En dan zwijgen we nog over de middeleeuwse knopjes voor ruit- en spiegelbediening, of het centrale klokje in het dashboard. Mijn allereerste wekkerradio had een elegantere cijferprojectie! Nochtans etaleren het stuurwiel, de metalen versnellingsbakspatels, de knappe Optitron klokkenwinkel en de kwaliteit van leer- en taptijtwerk dan weer absolute topklasse.

En topklasse kunnen we even gerust aan het boterzachte aandrijfgeheel linken. De 2.5 liter V6 draait geruislozer dan een failliet café, produceert een sportief geluid boven de 4000 toeren en weet bovenal naar behoren te presteren. Uiteraard kan je de IS250 bezwaarlijk een sprinter noemen, maar eens het toerenhongerige blok de teller vanaf 5000 rpm oranje laat oplichten, is de glimlach nooit veraf. De automatische zesbak doet feilloos zíjn ding en doorprikt nog maar eens de mythe dat een manuele bak hier beter tot zíjn recht zou komen. De sprinttijd van 8,5 seconden en  top van 225 km/u voldoen dan ook voor de meeste Lexusrijders. Minpunt is dat de V6 in tijden van ecologisch pacifisme iets te dorstig blijkt. Een testgemiddelde van 12 liter is relatief hoog in vergelijking met wat hier de laatste tijd de revue is gepasseerd, al kan het gerust een liter zuiniger…

Dat sportief stuurwerk bij dit alles niet naar de laatste rij wordt verwezen, is voor discussie vatbaar. De remmen zijn bijtgraag en uithoudend, maar het Toyo Proxes-rubber heeft het bij een hogesnelheidsstop niet altijd even makkelijk. Debet is de vreemde duikneiging van het chassis waardoor de achtertrein heel licht wordt. Even wennen dus. Zijdelings geeft de comfortabele ophanging niet teveel rolneigingen bloot, en gecombineerd met het neutraal karakter van een achterwielaandrijver met zeventienduimsbanden creëert dit fijne bochtensnelheden op goed wegdek. Niet speels genoeg om een stap opzij te zetten (VSC is op pre-’08-modellen alleen via een omslachtige procedure uitschakelbaar), maar subtiel verraderlijk door de bij momenten nogal slappe demping.

Dat het algemene rijcomfort vooral door stilte gedicteerd wordt, betekent niet dat de ophanging te droog of te hard zou zijn. Integendeel, ze verteert het Belgische lappendeken feilloos. De grootste oneffenheden geven daarbij wel te kennen dat 17-duim voldoende is – een maatje groter (visueel nochtans geen slecht idee) is nefast voor het comfort.

Tenslotte kampt de IS nog altijd met een krap interieur. Claustrofoben nemen beter voorin plaats, want achteraan zit de doorsnee man al gauw met het hoofd tegen de dakrand. Onderuitzakken is evenmin een optie aangezien de beenruimte eveneens op kleine Japanners werd afgetekend. De voorzijde van de medaille is een knus interieur met een overdaad aan weelde: elektrische stuurkolom, elektrisch bedienbaar zonnerollo, radargestuurde cruise-control, achteruitrijcamera met parkeerassistent en -sensoren (vooraan trouwens enkel op de hoeken), lederen interieur, navi met touchscreen en zesenzeventig briljante Mark-Levinson klankkasten.

Maar het allerbelangrijkste is dat deze tweede generatie Lexus een ziel heeft, ondanks zijn roots bij ‘s werelds grootste autoconstructeur. Met knappe looks, oog voor detail, een uitstekende motor en een meer dan geslaagde prijs/uitrusting-verhouding trekt hij de aandacht zonder op wankele imagoproblemen te stoten, en dat maakt van de IS een duidelijke winnaar. Reken daarbij zijn quasi oneindige houdbaarheidsdatum en weet waarom ik deze baby-Lex ondanks praktische tekortkomingen een hoge score toevertrouw.

[Meer info op Lexus.be]