Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

Cursieve Tekst & Foto’s: Djivy – Tekst: Cedric

600km – meer staat er niet op wanneer ik de MiTo uit de catacomben van de persgarage stuur. Vers van de boot is het één van de eerste drie exemplaren in België, en dat vinden de marketeers genoeg om er aan weerszijden stickers op te plakken. Net als een Magritte met een etiket erop. Of een Michelangelo met een identificatieplaatje. Al zal mij dat op dit moment worst wezen, want ik zit eindelijk weer in een Alfa met sportieve ambities en genoeg hoofdruimte voor volwassen Europeanen. Sleutel, contact, GAZ.

Met de gelauwerde Twin Sparks op pensioen kiest Alfa resoluut voor kleine motoren met drukvoeding. Die moeten de CO2-uitstoot minimaliseren en het rijplezier absoluteren om de gloriedagen van weleer te herincarneren. De bescheiden veertienhonderd ontwikkelt daarom 150pk en 230Nm die rookloos via een elektronische sper naar het asfalt gaan. En laat die cijfers nu niet meteen imponeren, MiTo’s voorlopige topversie is (nog) geen hot hatch maar wel een eerlijke sporter (0 tot 100 in 8s) die pronkt met een schakellui werkingsgebied tussen de 2500 en 5000 toeren.  De zesbak stimuleert zelfs om de begrenzer aan zesenhalf te verkennen – en dat is mooi meegenomen voor een turboblok.

600km – meer heb ik niet nodig om in de stemming te komen. Ook al doet de elektronische politie er alles aan om ‘Mini Girl’ – de vrouwelijke koper die Alfa onomfloerst viseert – veilig en wel op haar bestemming te krijgen. Met het gevolg dat echte Afisti verstikken onder een lawine van rijhulpjes à la DST, Q2, VDC, MSR, ASR, CBC, HBA, CSA, ECS, SAHR en de meest overbodige knop aller tijden: DNA. Dat Ferrari een ‘manettino’ in zijn 300km/h snelle 430 monteert, tot daar aan toe – maar een drievoudige setting voor stuurbekrachtiging, gasrespons, vermogen en ESP-limieten in een 150pk sterke driedeurs? Ik tape de onze in Dynamic – omdat ik niet na elke herstart van Normal naar D wil schakelen maar wel 230 Nm koppel wil. Altijd, overal en liefst onder begeleiding van dat gerenommeerde Alfa-orkest.

Tegen alle verwachtingen in heeft Alfa de delicate geluidsoefening van een turbomotor met verve doorstaan. Rauw in de toeren en discreet qua gefluit spreekt hij zelfs enkele atmosferische geluidsregisters aan. Helaas lust de 1.4TB daarbij een behoorlijke slok; net als de FIAT Bravo T-jet met dezelfde motor slaagt onze (nauwelijks ingereden) MiTo er niet in om onder de tienlitergrens te blijven. Maar dat niet zijn grootste deficit. Die eer gaat naar de elektrische servo die samen met het grote stuur, het immense deadzonegevoel en bitterweinig feedback rechtstreeks terug naar de ingenieurs mag. En dat terwijl de wegligging toch veilig en voorspelbaar is met gematigd sportieve reacties in Dynamic-modus. De gecontroleerde rolneigingen en krachtige vertragingen zijn top terwijl de onschakelbare rijhulpjes en opdringerige rembekrachtiging dan weer de nodige portie roet in de pasta strooien.

600km – meer heb ik niet nodig om verliefd te worden. Op de guitige voorkant die echt iets van de 8C Competizione heeft. Of de strakke achterkant die dezelfde LED-lichtblokken als zijn suikeroom inzet. Designer Frank Stephenson weet dan ook  wat een vierwieler cool maakt (nieuwe Mini en 500 zijn ook van hem), en hij heeft zich bij de MiTo alleen laten vangen door de bolle wielkassen die zelfs zeventienduimers minimaliseren. Niets wat een set achttieners en kortere veren niet remediëren, maar dat zou de ophanging nog harder maken dan ze al is. Specificeer trouwens altijd de chrome omlijstingen voor de lichtblokken en de zwartplastieken nepdiffusor achteraan – anders valt het maatpak uit de plooi.

Binnenin recycleert Alfa het dashboardmateriaal met namaak-vezelstructuur uit de Bravo, zij het zonder de hinderlijke voorruitreflecties. De prachtige klokken behouden hun acqua en benzina-opschrift terwijl de algemene indruk er een van goede smaak is. Desalniettemin staan er enkele zaken in schril contrast met de Britse concurrent uit Beieren: de grijsplastieken infotainment-afdekking met vier onverklaarbare gaatjes, dezelfde schrale kunststof op de stuurspaken, goedkoop ogende deurpanelen en de nodige kraakjes die we onder het label pre-productie klasseren. Gelukkig is de zitpositie laag en sportief, kan het stuurwiel voldoende in de diepte worden versteld en ondersteunt het sportieve zitmeubilair verre van slecht. De pedalen staan diep opgesteld, maar da’s een kwestie van gewenning die de interieurbalans zeker niet negatief beïnvloedt.

600km – meer zit er niet in op een namiddag. Waterdichte excuses ten spijt moeten de sleutels weer naar Alfa waar ik hetvolgende bedenk: de MiTo produceert gemakkelijk zoveel grijns als de 159, Brera en Spider gecumuleerd. Dat de 1.4TB door de betuttelende elektronica en magere stuurfeedback in extremis door de mand valt, doet weinig afbreuk aan het rijplezier dat hij de rest van de tijd te bieden heeft. Op hoop van zegen dat de geplande GTA-versie met 230pk en optionele DSG-bak de wisselbeker weer helemaal in het Milanese kamp deponeert.

[Check Flickr voor een volledig fotoverslag met hogere resoluties]
[Meer info op alfamitoblog.be]