Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

De hot hatch is een prima uitvinding. Het is misschien zelfs een van de beste automobiele ontwikkelingen van de laatste decennia. Waarom? Omdat het snelheid naar de massa heeft gebracht. Omdat het prestaties aan dagelijkse bruikbaarheid heeft gekoppeld. Omdat je onderweg terug van de Nordschleife even bij de Delhaize kan langsgaan voor de weekendboodschappen. Het recept is nochtans simpel: men neme een normale familiehatchback, lepele er een zwaardere motor en tal van sportonderdelen in en kruide het geheel met spoilertjes, speed holes en dikke velgen. Een relatief goedkoop gerecht, maar overheerlijk wanneer goed bereid.

Vertrekken van een bestaande wagen is inderdaad financieel voordelig, maar de meeste gezinswagens maken tegenwoordig gebruik van voorwielaandrijving. Dat is immers veilig, compact en goedkoop om te bouwen. Wat het echter niet is, is sportief. Geef ze te veel power en de voorwielen verliezen de strijd om grip maar al te snel, vooral omdat ze zich ook met sturen moeten bezig houden. De 175 paardjes van de Mini Clubman Cooper S kampen bijvoorbeeld geregeld met tractieproblemen, net als de 240 bronstige pony’s in de Opel Astra OPC. 250 pk werd daarom gedurende lange tijd als de absolute limiet beschouwd voor voorwieltrekkers.

Lees dat laatste zinnetje nogmaals en merk op dat ik bewust de verleden tijd gebruik. Onlangs stelde Ford immers zijn nieuwe Focus RS voor, die zonder verpinken 300 pk en 440 Nm via de voorste wielen op de straatstenen zal gaan zetten. Dat moet een spurtje naar 100 km/h in minder dan zes seconden en een top van minstens 260 km/h opleveren, waarmee de Focus RS meteen de snelste wagen zou worden die Ford Europe ooit gebouwd heeft. Die klus hebben ze geklaard door een – hou je vast – Quaife Automatic Torque Biasing limited-slipdifferentieel te monteren, gecombineerd met een nieuwe voorwielophanging die de veel kortere en stoerdere naam ‘RevoKnuckle’ heeft meegekregen. Die maakt gebruik van een gewone McPhersonvering, maar dan “met geometrische instellingen die instabiel stuurgedrag en stuurproblemen vanwege het hoge koppel minimaliseren”. Het is maar dat je’t weet.

Alle marketingtermen ten spijt zullen we toch de eerste rijtests moeten afwachten om te weten of het echt werkt. Natuurlijk ga ik zelf ook proberen een testritje vast te krijgen, zodat je hier binnenkort mijn bevindingen kan lezen. Ik sta al te popelen, want als Ford in zijn opzet geslaagd is, dan wordt de Focus RS ongetwijfeld de allerheetste hatch die er is.

Share Button