Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

We leven in een tijd waarin niets nog zeker is. Neem bijvoorbeeld de brandstofprijzen. Na jaren van stijgingen hoor je nog iedere week fatalistische visionairen proclameren dat we binnenkort op twee euro per liter mogen rekenen, dat een daling er echt niet in zit, dat we maar beter onze rijgewoontes gaan aanpassen. Een mens zou er zowaar een vroegtijdige winterdepressie van krijgen – of heeft dat te maken met de zomer die dit jaar schijnbaar vergeten is te komen opdagen? Het heeft natuurlijk ook zijn voordelen: de SUV-markt is stilaan aan het bezwijken onder haar eigen logge gewicht. Maar die supersportwagen zal helaas ook voor een andere keer zijn.

Begin je net aan die gedachte gewend te raken, en wat hoor je dan? De benzineprijs zakt vandaag zo maar even met tien eurocent! Dat is een historisch record. De reden is enerzijds de economische crisis, waardoor de vraag naar olieproducten gedaald is, en anderzijds het feit dat de raffinaderijen en boorplatformen in het zuiden van de Verenigde Staten gespaard zijn door de recente orkanen. Voor de satanisten onder ons: ook de dieselprijs zal hierdoor zakken. Morgen betaal je nog maximum 1,2450 euro, een daling met 4,20 cent. Dat zijn nu eens onzekere tijden die best te pruimen vallen.

Ook qua automodellen vallen we tegenwoordig van de ene verbazing in de andere. SUV’s (of was het SAC’s?) die tegelijk ook coupés zijn, Mini’s van meer dan vier meter lang, racewagens die op diesel en elektriciteit draaien. En dankzij Mercedes: de vierdeurs coupé. De ranke CLS uit Stuttgart heeft zo veel succes geoogst in de autopers én in de showroom dat tal van andere constructeurs menen dat de Duitsers een gat in de markt ontdekt hebben. Om er vervolgens met z’n allen tezamen in te springen.

Zo zou Jaguar plannen hebben voor een vierdeurs XK, die in 2011 klaar moet zijn. Tegen dan zou ook Koenigsegg een vierzitter willen produceren, die volgens de radicale stijl van het huis 350 km/h zal puren uit een V8 met 700 pk. En toen Lamborghini eerder deze week een weinig onthullend teaserplaatje vrijgaf van het nieuwe model dat in Parijs voorgesteld zal worden, meenden velen er eerder een vierdeurs coupé in te herkennen dan de eerder geopperde opvolger voor de Miura of de LM002.

Maar de belangrijkste en meest besproken modellen van het moment zijn de Porsche Panamera en de Aston Martin Rapide, die beiden volgend jaar al in het straatbeeld moeten verschijnen. Hoe gelijkaardig ook – motor vooraan, vier plaatsen in het midden en aandrijving op de achterwielen; de verschillen konden niet groter zijn. Terwijl de Aston het op een opgevoerde V12 uit de DB9 houdt (nu goed voor 480 pk), zou Porsche al beginnen vanaf een 300 pk sterke V6. Daarnaast zou een diesel en zelfs een hybride op de planning staan.

Een nog groter contrast vinden we aan de buitenkant. Hoewel beide auto’s wat lijken op een gestretchte versie van de bestaande modellen, is die operatie niet even geslaagd bij de Panamera als bij de Rapide. Die laatste behoudt immers, ondanks zijn buitensporige lengte, de bloedmooie vormen en bol aflopende daklijn van de (toch ook al redelijk lange) DB9.

Bij Porsche is het helaas een ander verhaal. Hoewel de 911 een echt designicoon is, lijkt de Panamera de rol van lelijk eendje in het (voor de rest toch ook al niet zo geïnspireerde) gamma te gaan overnemen van de Cayenne. Afgaand op de spyshots lijkt het wel alsof ze een 911 in twee gezaagd hebben, om er een willekeurig stuk metaal met twee deuren tussen te zetten. Het resultaat is een nogal incoherent geheel, met als opvallendste kenmerk een vreemde knik in het dak ter hoogte van de achterruit. Ongetwijfeld met het nobele doel de passagiers achteraan meer hoofdruimte te bezorgen, maar in dit segment zijn looks minstens zo belangrijk. En daar scoort de Aston alvast een pak beter, al zal de prijs helaas weer navenant zijn…

En dus zijn gewone stervelingen als wij, ondanks de gedaalde benzineprijs, nog geen stap dichter bij onze eigen sportwagen. Maar wacht eens… Wie was er ook weer eerst met een vierdeurs coupé? Nee, het was niet Mercedes. De CLS werd immers pas geïntroduceerd in 2004, terwijl er in 2003 toch ook al zo’n buitenbeentje in productie ging? Een van de meest gebalanceerde, comfortabele, praktische én betaalbare sportwagens tot op heden, zonder daarbij aan exclusiviteit in te boeten. Zijn enige nadeel is een relatief hoog verbruik, maar dat is nu geen probleem meer, toch? Wie mij een beetje kent, weet over welke indrukwekkende bolide ik het heb. Een gokje wagen kan in de commentaren.

Share Button