Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

Feit: brandstofprijzen aan de pomp dalen ongeveer half zo snel als de olieprijs. Of anders: sinds de historische piek van juli 2008 is een vat ruwe olie 70% in prijs gedaald, terwijl benzine en diesel respectievelijk 28 en 31% goedkoper werden. En dat noopt natuurlijk de vraag wat onze brandstofprijzen dan wel in het gareel houdt.

Het antwoord is er één dat goed bekt aan de toog: accijnzen en btw. Bij benzine gaat er zomaar even 68% van de totaalprijs naar de staat om wegen aan te leggen, onderhoudswerkzaamheden te financieren en hulp te bieden in noodgevallen. Diesel is dan weer sterker afhankelijk van de olieprijs en ziet bijna 20% minder naar de regering doorgesluist. De rest van de prijs bestaat uit een distributiemarge, voorraadvorming en bodemsanering. Maar het blijft een feit dat de overheid veel inkomsten genereert om het gebruik van brandstof zogenaamd te ontmoedigen – naar analogie met tabak en alcohol waar ook accijnzen op geheven worden.

In se zijn het dus de vaste componenten (en veel minder de internationale olieprijs) die de pompprijzen beïnvloeden. En dat werkt natuurlijk in twee richtingen. Want tijdens bovenvermelde piek van juli 2008 bleef de prijsstijging al bij al beperkt tot maximaal 1.65€ voor een liter 98 octaan terwijl een vat olie van 73 naar 146 dollar steeg. Streng maar rechtvaardig zeker?

[Grafieken en cijfers: De Morgen]